'Ik was de lijfwacht van Bin Laden'

De jonge Jordaniër Shadi Abdalla werd in een Afghaans trainingskamp opgeleid en bracht het tot lijfwacht van Osama bin Laden. Vorig jaar werd hij gearresteerd in Duitsland, tijdens de voorbereiding van een aanslag op joodse doelen.

Binnenkort komt hij voor de rechter.

Michèle de Waard kreeg inzage in het 600 pagina's tellende verslag van de verhoren van Abdalla, wiens levensloop typerend is voor de geboorte van de moslimextremist: van de goot tot God.

Op 2 april, een jaar geleden, luisterden agenten van de Duitse veiligheidsdienst een telefoongesprek af. Een van de meest gevreesde moslimterroristen in Europa belde met een kompaan in Krefeld en gaf hem opdracht ergens in Duitsland 'een spectaculaire aanslag' voor te bereiden. De aanslag moest plaatsvinden 'op een groot plein waar veel mensen bijeenkwamen' en niet tegen Duitsers zijn gericht, maar tegen 'joden of joodse instellingen'. De man in Krefeld diende een 'stomme' aan te schaffen (codewoord voor een geweer met geluidsdemper) en 'Russische appelen' (handgranaten).

De opdrachtgever heette Muhanned alias Abu Musab al-Zarqawi, een Jordaanse Palestijn en leider van de militante islamitische groepering Al Tawhid. Al-Zarqawi is volgens de regering-Bush de belangrijkste link tussen Irak en de islamitische terreurorganisatie Al-Qaeda van Osama bin Laden, verantwoordelijk voor de aanslagen van 11 september 2001 op New York en Washington. Al-Zarqawi raakte in Afghanistan zwaar gewond bij de gevechten tussen Amerikaanse troepen en de Talibaan. Hij werd behandeld in een ziekenhuis in Bagdad waar zijn beschadigde been werd vervangen door een prothese, meldde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell.

De man met wie Al-Zarqawi belde was Shadi Abdalla, een 26-jarige Palestijnse Jordaniër die in het Duitse Krefeld woonde. Kort na het telefoongesprek werd Abdalla door de politie gearresteerd. Sindsdien zit hij in voorarrest, op een geheime plek in Duitsland. Uit veiligheidsoverwegingen. Hij wordt ervan verdacht deel uit te maken van een cel van de extremistische islamitische organisatie Al Tawhid (Goddelijke Eenheid), die aanslagen voorbereidde op Amerikaanse, Britse en Israëlische doelen in Duitsland.

Libanese appels

Abdalla is honderden uren ondervraagd. De verhoren door de Duitse inlichtingendienst en politie zijn neergelegd in ruim zeshonderd pagina's waarover deze krant de beschikking heeft gekregen. Zijn getuigenissen hebben de inlichtingendiensten een schat aan informatie opgeleverd over het netwerk van Al-Qaeda in Europa en Azië. Hij gaf tientallen namen prijs van hooggeplaatste militante Al-Qaedaleden en hun helpers. Hij vertelde over de militaire opleidingskampen in Afghanistan waar de terreurorganisatie hoofdkwartier hield totdat de westerse alliantie onder leiding van de vs de Talibaanse heersers verdreef.

Hij deed ook uit de doeken hoe de hiërarchie in de terreurgroep werd hersteld na de arrestatie van Al-Qaedaleiders in Afghanistan en verschafte de politie inlichtingen over talrijke aan Al-Qaeda gelieerde extremistische moslimorganisaties in Duitsland, Frankrijk, Engeland, België, Italië en Spanje. En hij beschreef de geheimtaal die de terroristen onderling spraken. 'Libanese appels' waren explosieven, 'honing' stond voor een cd met handleiding voor het maken van explosieven, een 'danseres' was een paspoort en de 'zeven zeeën' een Schengen-visum.

Ook was Abdalla kroongetuige in het proces tegen de Marokkaan Mounir al-Motassadeq, lid van de Hamburgse cel van Mohammed Atta, die een van de gekaapte vliegtuigen bestuurde waarmee de aanslagen op de Twin Towers werden uitgevoerd. Motassadeq werd vorige maand door de Hamburgse rechter tot 15 jaar cel veroordeeld vanwege zijn aandeel in de aanslag. Aanvankelijk ontkende hij in het Al-Qaedakamp in Afghanistan te zijn geweest, maar Abdalla, vermomd met zwarte pruik, getuigde in de rechtszaal dat hij Motassadeq enkele keren in Bin Ladens kamp in Aghanistan had gezien.

De verhoren van Abdalla geven inzicht in het dagelijks leven van radicale moslimterroristen in Europa, die zich in leven houden met smokkel van vluchtelingen, verkoop van vervalste telefoonkaarten en paspoorten. Abdalla's odyssee, van Jordanië via Duitsland naar Al-Qaeda, is exemplarisch voor het leven van talrijke teleurgestelde jonge Arabieren, die in Europa asiel aanvragen, tot armoede vervallen en hun heil zoeken in religieus extremisme. Met één verschil: niet iedereen schopt het tot lijfwacht van Osama bin Laden.

Aan lager wal

Abdalla werd geboren op 27 september 1976 in Irbid in Jordanië. Zijn moeder was huisvrouw, zijn vader stratenmaker.

In Irbid ging de jonge Shahi Abdalla, die in werkelijkheid

anders heet, naar een school die speciaal voor Palestijnen was bestemd en onder beheer stond van de Verenigde Naties. Hij volgde nog een opleiding voor kapper, maar op z'n 19de

besloot Shahi zijn geluk te beproeven in Duitsland.

'Mijn familie is heel arm', zei Shahi tijdens zijn verhoor. Hij is lang en zwaargebouwd, heeft donkerbruine haren en diepliggende bruine ogen. 'Ik wilde een nieuw leven beginnen, een vrijer leven'. Als homoseksueel had hij grote problemen in Jordanië. Samen met een Jordaanse vriend Abu Ali stapte hij op 28 augustus 1995 in een vliegtuig naar de Bondsrepubliek. Abu Ali was basketballer en een populaire zanger in Jordanië. 'Hij trad op in de beste hotels.'

Shahi trok in bij Abu Ali, in de Rüttenscheider Strasse in Dortmund. Op aanraden van zijn vriend vroeg hij politiek asiel aan, maar toen Shahi gevraagd werd de Iraakse vlag te beschrijven, viel hij door de mand. Hij kreeg geen asiel, wel werd zijn verblijfsvergunning verlengd. Shahi had het niet breed. 'Ik kreeg maandelijks 208 euro bijstand en verdiende bij in de horeca'. Het meeste leverden hem zijn seksuele contacten met een vaste groep mannen op. Met de liefde verdiende hij maandelijks 450 euro.

Lanzamerhand raakte Shahi aan lager wal. Via zijn homovrienden kwam hij in de drugsscene terecht en gaf bijna al zijn geld uit aan verdovende middelen. 'Mijn leven was een grote leegte', verklaarde hij tegen de politie. Op een dag ontdekte hij dat je in de plaatselijke moskee goedkope maaltijden kon krijgen. 'De enige voorwaarde was dat ik me met de islam bezig hield'. Om zijn honger te stillen begon Shahi zich voor de islam te interesseren. Hij kwam in contact met de radicale moslimsecte Dawa al-Tablieg. Hij had in Frankfurt al eens aan seminars van de groepering deelgenomen. 'Ze probeerden vooral jongens van de straat te houden', zei Shahi. Hij nam de islam serieus en besloot zelfs op kleine bedevaart (Omra) naar Mekka te gaan. Op 14 december 1999 stapte hij met enkele gelovige vrienden de Marokkaan Mohamed, de Tunesiër Sami, de Pakistaan Ahmed in het vliegtuig naar Saoedi-Arabië. De trip was gesponsord door Al-Tablieg.

In een restaurant in Mekka raakte hij aan de praat met ene Abdallah Al Maki, die later getrouwd bleek te zijn met een dochter van Osama bin Laden. Al Maki raadde Shahi aan verder te reizen naar Afghanistan als hij de 'ware islam' wilde leren kennen. Hij gaf Shahi het telefoonnummer van een Arabier in Karachi (Pakistan). Als Shahi belangstelling had kon de Arabier, Abu Hamza, hem verder helpen.

Conspiraties

Shahi twijfelde niet lang en besloot door te reizen. 'In Karachi trof ik Abu Hamza, die me naar Afghanistan zou brengen. Vanaf dat moment kreeg de hele operatie een conspiratief karakter'. Samen met 20 anderen werd Shahi in auto's van Quetta in het noorden van Pakistan over de grens naar Afghanistan gesmokkeld, naar Kandahar, waar Al-Qaeda een gastenverblijf voor nieuwkomers had ingericht.

'Na een week werd ik bij Abu Hafs, een Egyptenaar, geroepen. Hij was een van de plaatsvervangers van Osama bin Laden (o.b.l.). Hij vroeg me de oren van het hoofd. Wilde weten waar ik goed in was, wat ik van plan was. Hij vroeg me naar mijn persoonlijke relaties en waarom ik naar Afghanistan was gekomen. Ik zei dat ik me vooral in de religie wilde verdiepen, maar Abu Hafs stond erop dat ik eerst moest leren vechten. Hij spoorde me aan een militaire opleiding te volgen zodat we de Talibaan konden helpen in hun strijd tegen de Noordelijke Alliantie en shi'itische milities.'

Dat argument overtuigde Shahi en hij besloot naar het militaire trainingskamp van Al-Qaeda in Afghanistan te gaan. Hij leerde machinegeweren en andere vuurwapens te hanteren. Maar na 20 dagen raakte Shahi tijdens een oefening gewond aan zijn hoofd. Hij werd behandeld in een ziekenhuis en daarna ingekwartierd in een woonblok bij het vliegveld van Kandahar. Dat bleek het hoofdkwartier van de grote leider zelf te zijn. Het viel Shahi meteen op dat zich in het pand 'ook een zwaar bewaakte kamer bevond, waarin financiële donaties aan Bin Laden werden bewaakt. Grote sommen'.

Het centrum werd geleid door Zacarias Moussaoui alias Sahrawi. Hij verzamelde de passen van de vrijwilligers en deelde verdere orders uit. Shahi: 'Hij had de taak hun motivatie te testen en de mensen in te schatten. Moussaoui was een vertrouweling van Bin Laden'. Moussaoui werd kort voor de aanslagen in Amerika gearresteerd. Hij staat sindsdien in het Westen bekend als de 'twintigste' kaper.

Begin 2001 drong bij de jonge Shahi het besef door dat zijn nieuwe moslimbroeders gevaarlijke plannen smeedden. 'Tijdens de schietopleiding in het kamp werd uitsluitend over aanslagen gesproken. Aanslagen die in 1998 waren uitgevoerd zoals op de Amerikaanse ambassade in Kenia, op die in Tanzania en op een Amerikaans oorlogsschip in Jemen. Er werd telkens gepraat over de noodzaak nieuwe aanslagen te plegen, op Amerikaanse doelen in en buiten de vs', zei Shahi.

'Iedereen in het militaire kamp in Afghanistan wist dat Bin Laden iets tegen Amerika van plan was. We wisten niet precies wat. Maar Bin Laden had in zijn preken gezegd, dat een aanslag op 'het hart van Amerika' zou worden gepleegd. Daarbij zouden duizenden doden vallen. Alle mensen in het kamp zagen Amerika als de vijand en vonden dat agressors tegen islamitische landen moesten worden gedood. Daar was iedereen het over eens.'

Nieuwkomers in het kamp werden geïndoctrineerd met Bin Ladens preken. Kritische vragen werden niet op prijs gesteld. Shahi merkte hoe grote psychische druk werd uitgeoefend op de critici, zo nodig werden ze gefolterd. 'Ik zag hoe mensen die kritiek uitten bestraft werden. Mensen die net als ik vroegen waarom anderen gedood moesten worden. Dat stond onze religie toch niet toe? Critici werden er meteen van verdacht lid van een geheime dienst te zijn. Ze werden met hun handen aan het plafond gebonden, zodat hun voeten de grond niet meer aanraakten. Vervolgens werden ze met een geprepareerde stroomkabel geslagen. Zo hingen ze vaak één hele week ononderbroken aan het plafond.'

Vertrouwensrelatie

Shahi was allang blij dat de militaire opleiding door zijn ongeval was afgebroken. Tijdens zijn verblijf in het hoofdkwartier van Bin Laden leerde Shahi verschillende mensen kennen, die net als hijzelf, uit Europa kwamen. Een van hen was Ramzi Bin al-Shibh, alias Obeida, met wie hij een nauwe band kreeg. Bin al-Shibh was een Jemeniet, die net als de vliegtuigkaper Mohammed Atta in Hamburg had gestudeerd. Hij gold als belangrijke verbindingsman tussen de Al-Qaedatop en Atta's Hamburgse cel.

Ook kwam Shahi regelmatig met Bin Laden in contact. 'Hij deed meestal geheimzinnig', vertelde Shahi. Gerichte vragen ontweek hij. 'Bin Laden wilde vooral weten waarom ik naar Afghanistan was gekomen. Toen ik zei dat ik meer over de islam wilde weten, knikte hij instemmend. Maar ik moest ook bedenken, zei hij, dat de Amerikanen Saoedi-Arabië hadden bezet. Daarom was nu een 'periode van strijd' aangebroken.' Shahi liet zich 'niet volledig' overtuigen.

Toch kreeg hij een zekere vertrouwensrelatie met o.b.l. Dat kwam omdat hij in het kamp was beland via intimi van Bin Laden, zoals zijn schoonzoon. Ook had Shahi in het hoofdkwartier nauwe contacten aangeknoopt met Obeida en ene Ibrahim personen die bij Bin Laden hoog in aanzien stonden. 'Bovendien had o.b.l. een zwak voor Palestijnen', zei Shahi, 'hij behandelde me daarom heel goed.'

Maar tot de inner circle van Bin Laden had hij geen toegang. 'De echt belangrijke dingen werden in heel kleine kring besproken. Daar mocht ik niet bij zijn.' Toen op een dag in het hoofdkwartier in Kandahar alarm uitbrak omdat een aanslag dreigde op Bin Laden, viel al gauw het oog op Shahi als lijfwacht. Samen met twee anderen. 'Ik moest achter hem staan omdat ik zo groot ben.'Met zijn lange lichaam van 1.94 cm en stevige postuur hij woog 90 kilo kon Shahi Bin Laden volledig afschermen.

Als lijfwacht reisde Shahi regelmatig met Bin Laden door Afghanistan, ze bezochten verschillende opleidingskampen en geheime schuilplaatsen. Ook woonde hij diensten bij in de moskee waar Bin Laden preekte.

Maar Shahi voelde zich, zei hij, in het kielzog van de grote leider steeds minder op zijn gemak. 'De mensen die we ontmoetten, spraken alleen over oorlog en over doden. Ik merkte dat tussen o.b.l. en zijn aanhangers meningsverschillen bestonden over de aan te vallen doelen in de Verenigde Staten. Ook werden steeds mensen 'gearresteerd', die ervan verdacht werden spionnen te zijn of kritiek hadden op Bin Laden.'

Vooral tijdens de lange tochten door de woeste Afghaanse bergen had Shahi gelegenheid met Bin Laden te praten. 'Als ik vroeg of de Koran niet verbood vrouwen, kinderen en oude mensen te doden, zei hij: als het oorlog is, is alles toegestaan.' Shahi ontdekte dat er voor Bin Laden maar één weg was: die van de oorlog. Daar had hij moeite mee. 'Ik was het met de meeste van zijn opvattingen niet eens, maar heb dat toen niet zo duidelijk laten merken om begrijpelijke redenen'.

Na twee weken intensief met de grote leider te hebben opgetrokken, vroeg Shahi of hij zijn islamstudie weer kon oppakken. Hij werd naar een instituut voor islamitisch recht in Kabul gestuurd. Daar ving Al-Zarqawi hem op, een man met een gezicht rond als de maan, een dunne baard en een litteken op zijn kin. Hij was de leider van een militair opleidingskamp, waar uitsluitend strijders uit Jordanië zaten. 'Al-Zarqawi was hoofd van een organisatie (Al Tawhid red.), die dezelfde religieuze principes als Al-Qaeda heeft, maar andere doelen nastreeft. Het doel van deze organisatie is de val van de Jordaanse regering en de vestiging van een islamitisch regime. Daarom moest ook ik meedoen aan aanslagen in Jordanië.' Daar voelde Shahi niets voor. 'Maar ik verklaarde me bereid voor de organisatie in Duitsland actief te worden.'

In augustus 2001 keerde Shahi naar Duitsland terug. Hij was ruim anderhalf jaar in Afghanistan en Pakistan geweest.

Thuis in Krefeld trad hij toe tot de cel rondom zijn vriend Abu Ali. In Afghanistan had Shahi in de gaten gekregen dat zijn vriend de zanger dé verbindingsman van Al Tawhid was in Duitsland. Een 'internationaal conspiratief netwerk', zo omschreef de Duitse federale recherche de radicale groepering, die zich bezighield met mensensmokkel van Talibaan-strijders naar Europa, met paspoortvervalsing, met inzameling van 'liefdadigheidsgelden'. De organisatie bereidde aanslagen voor in Duitsland.

Aanvankelijk zag Shahi wel iets in het leven met de leden van de cel. 'Mijn status was in de radicale gemeenschap door mijn ervaringen in Afghanistan met sprongen gestegen', merkte hij. 'Ze kijken naar je op als een engel die naar het paradijs gaat. Ze hebben groot respect voor je.' Het sleutelwoord was jihad: de strijd van de gelovigen tegen de ongelovigen. 'Hiermee werden de joden bedoeld, maar nadat Duitsland meedeed in de oorlog in Afghanistan, werd ook het Duitse leger als vijand van de islam beschouwd. Dat had imam Abu Qatada verordonneerd', zei Shahi. Hij doelde op de radicale imam in Londen, dat geldt als spiritueel centrum van extreem fundamentalistische moslims.

Shahi verklaarde niet de indruk te hebben zelf ideologisch gehersenspoeld te zijn in Afghanistan. Bij anderen in de cel was dat wel het geval, bijvoorbeeld bij zijn vriend Ashraf al Daghma. Voor hij naar een kamp in Afghanistan vertrok, was hij 'heel normaal', niet dogmatisch. 'Maar Ashraf kwam terug als een zwarte bloem', herinnert Shahi zich, heel oorlogszuchtig. 'Iedereen had zo zijn eigen opvattingen over de jihad. Zodra iemand zich bereid verklaarde martelaar te worden, heeft hij in ons geloof het hoogste stadium bereikt.' Maar toen Ashraf op agressieve toon aan Shahi vroeg een auto met explosieven klaar te maken voor een zelfmoordaanslag op joden, was voor hem een grens bereikt.

Shahi voelde zich al langer verloren in de terreurgroep, was minder strikt in de islamitische leer, dronk alcohol en reisde regelmatig naar Holland en België voor hasjiesj en

vertier. Hij probeerde met paspoortvervalsingen geld bij te verdienen om naar Jordanië terug te keren. Maar het lukte hem niet om los te komen uit de benauwende greep van Al Tawhid. Toen hij onder druk gezet werd aan terreurdaden mee te doen, was voor Shahi de maat vol. 'Aanslagen plegen wilde ik niet. Ik was bang geworden voor deze mensen'.

Gifexpert

Nadat Shahi gearresteerd was, kreeg hij van zijn Duitse ondervragers stapels foto's te zien. Velen bleek hij in Afghanistan te hebben ontmoet. De Duitser Ibrahim ofwel Christian, die een rol zou hebben gespeeld bij een aanslag op een synagoge in het Tunesische Djerba, waarbij veertien Duitse toeristen werden gedood. Abu Hamza, de radicale imam die sinds kort een preekverbod heeft gekregen in de Finsbury Park moskee in Londen, omdat hij het opblazen van ambassades goedpraatte. Al-Zarqawi, de leider van Al Tawhid, die volgens de Amerikaanse minister Powell de 'gifexpert' is van Al-Qaeda. Hij zou nauwe banden hebben met de islamistische terreurgroep Ansar al-Islam, die zich in het noordoosten van Irak ophoudt. Daar zouden Al-Zarqawi en zijn aanhangers in trainingscentra met gifgas en explosieven hebben geoefend wat lijkt te kloppen met recente Amerikaanse vondsten.

Zijn verklaringen hebben de inlichtingendiensten en politie geholpen om terroristische complotten in Europa te verijdelen en dozijnen Al-Qaedaleden in te arresteren. 'Er zijn weinig Qaedaleden geweest die voor ons zo nuttig waren als hij', zei een hoge Amerikaanse veiligheidsagent over Shahi Abdalla. Europese inlichtingendiensten noemen hem een van de geloofwaardigste informanten over Al-Qaeda in Europa. Abdalla heeft steeds ontkend aanslagen te hebben willen plegen. Een dezer weken zal hij voor de rechter komen.

Michèle de Waard is redacteur van NRC Handelsblad.

Frank Dam is freelance illustrator.

[streamers]

Critici werden met hun handen aan het plafond gebonden, hun voeten hingen boven de grond.

Shahi ontdekte dat er voor Osama Bin Laden maar één weg was: de weg van de oorlog.