Hooligans

Een voetbalscheidsrechter vertelde eens dat hij een verzameling had aangelegd van de voorwerpen die hem naar zijn hoofd waren gegooid door voetballiefhebbers uit vele landen. Het gevaarlijkste was een zware straattegel geweest, die je dus het pronkstuk van de collectie zou kunnen noemen.

'De IJslanders waren het meest beschaafd', zei de scheidsrechter. 'Die gooiden met schaakstukken.'

Het kleine IJslandse volk is inderdaad zeer beschaafd en zelfs de voetbal-hooligans kennen de bronnen van de IJslandse literatuur, de saga's, die bijvoorbeeld door Snorri Sturluson in de dertiende eeuw verzameld werden. Het schaakbord en de schaakstukken waren in die oude verhalen soms een dodelijk wapen.

Behalve de saga's koesteren de IJslanders nog een andere cultuurschat: het schaaktafeltje met ingelegd bord waaraan

in 1972 Fischer en Spassky om

het wereldkampioenschap speelden.

Slechts in bijzondere gevallen en door eminente schakers mag er met dit bord en deze stukken gespeeld worden. Krachten niet minder groot dan die van de oude helden uit de saga's vloeien dan in de spelers die op magische wijze met de helden van 1972 verbonden zijn.

Zo'n bijzondere gelegenheid was het Hrókurinn Schaakfestival in februari van dit jaar in Reykjavik. Ik weet niet zeker of Kortchnoi tijdens zijn partij tegen Gretarsson aan dat tafeltje zat, maar het moet wel haast.

Wit begint en wint. Kortchnoi-Gretarsson, Reykjavik 2003