Hollands Dagboek: Rob Linker

Rob Linker (42) is projectleider voor het Rode Kruis in Bagdad. Hij houdt zich bezig met het herstellen van voorzieningen zoals ziekenhuizen en waterzuiveringsinstallaties. Afgelopen week kon hij `zijn' land weer in en bivakkeerde hij in Basra. `Vandaag alleen een moord op een lokale stamleider.'

Dinsdag 22 april

Eindelijk. Het is acht uur 's ochtends als we vanuit Koeweit naar Basra vertrekken in een konvooi van drie vrachtwagens met hulpgoederen en een Landcruiser. Ik schrijf `eindelijk', omdat ik vanaf 10 april al klaarstond bij ons hoofdkantoor van het Internationale Rode Kruis in Amman, Jordanië. Want ik verbleef sinds 14 augustus in Bagdad als projectleider voor de Federatie van nationale verenigingen van het Rode Kruis en de Rode Halve Maan, zoals de organisatie in islamitische landen heet, en was op 1 maart 2003 voor verlof vertrokken naar Hoogvliet, Rotterdam. Dat verlof duurde langer dan gepland. In de nacht van 19 maart brak de oorlog uit.

Maar vandaag om tien uur ben ik weer terug in Irak, ditmaal aan de grens bij Umm Qasr. Kinderen staan langs de weg om ons toe te zwaaien, maar ze maken ook allerlei gebaren om aan te geven dat zij eten, water of geld willen. Sommigen zwaaien met een bankbiljet en lopen gevaarlijk voor de vrachtwagens langs om die tot stoppen te dwingen. Vijftien kilometer voor Basra passeren we een kilometerslange rij pelgrims. Intussen staan langs dezelfde weg gewapende mensen die ons behulpzaam zijn. Een taxi rijdt voorbij, met drie kinderen in de kofferbak. Ze houden een portret van imam Ali op.

Om 12.30 uur rijden we Basra binnen. We passeren een markt met een zeer levendige handel in constructiemateriaal. Waar alle spullen vandaan komen laat zich raden: de georganiseerde criminaliteit heeft het plunderen overgenomen. Reden voor het Rode Kruis om sommige projecten die zeer dringend moeten worden aangepakt, zoals op het gebied van waterpompstations en zuiveringsinstallaties, niet op te starten omdat anders de volgende dag toch alles weer weg is. De Irakezen hebben industriële complexen kaalgeplukt voor een paar stuivers, om er vervolgens achter te komen dat ze aan die stuivers nog steeds niets hebben. Maar intussen ligt wel alles stil. Industrie, overheden – niets werkt meer. Op een gegeven moment beseffen de mensen dat ze zichzelf hebben afgebroken. We hebben dat eerder gezien in Albanië.

Buiten het kantoor van het Rode Kruis staat een enorme groep mensen, niet omdat ze hulp nodig hebben, maar omdat nieuwe werknemers worden geworven, van chauffeurs tot administrateurs en schoonmakers. In een bijkantoor kunnen mensen telefoneren naar hun familie – hereniging is ook een taak van het Rode Kruis. Vandaag zijn er 700 succesvolle contacten gelegd na meer dan 2.000 pogingen. De rest van de dag maken we plannen voor de komende dagen. Zo wil ik de plaatselijke afdelingen van de Rode Halve Maan in het zuiden van het land bezoeken om te zien hoe ze er aan toe zijn en wat hun eerste noden zijn.

Het is het tijd om mijn tijdelijke verblijfplaats op te zoeken. Vlak bij ons kantoor hebben we met z'n vijven een woonhuis gehuurd in een woonwijk, met gasflessen, water en licht. Morgen komt mijn Iraakse collega uit Bagdad die tegelijk met mij via Amman naar Koeweit is gegaan. Samen zullen we de regionale afdelingen bezoeken en hopelijk zullen we binnen een week met de auto naar Bagdad vertrekken.

Woensdag

Vandaag een eerste vergadering bij de lokale afdeling van de Rode Halve Maan van Basra. Een naburige nationale vereniging is in Basra om medicijnen en ambulances aan te kondigen. Bij die bijeenkomst zijn ook afdelingshoofden aanwezig van verschillende disciplines – artsen, elektriciens, waterdeskundigen, noem maar op. Uiteindelijk gaat het vooral over de vraag hoe de lokale overheid zich moet organiseren en wie wat verzorgt. Later deze dag arriveert mijn collega uit Koeweit.

Voor de rest gebeurt er niet veel bijzonders, behalve dan misschien dat een lokale stamleider wordt vermoord. Dat leidt tot een horde mensen aan de poort van het kantoor die roepen om veiligheid in hun stad. Hoewel de elektriciteit nagenoeg overal hersteld is, net zoals de watervoorziening, zijn overheidsdiensten als politie en vuilnisophaaldienst nog steeds niet aan het werk. En dat leidt tot een toenemende onrust, ondanks regelmatige militaire patrouilles, soms in jeeps, soms te voet en een enkele keer met een tank. Later in de middag proberen mijn collega en ik een restaurantje te vinden, wat nog niet meevalt. De meeste zijn nog dichtgemetseld. Maar we vinden er één, waar binnen nog druk wordt gepoetst. Op een verhoogd gedeelte kunnen we kebab eten.

Donderdag

Vandaag de eerste officiële ontmoeting met de leiding van de lokale afdeling van de Rode Halve Maan in Basra. Van de negen stafleden is er nog één over die nu de taak van interim-directeur op zich heeft genomen, de anderen hebben zich na de oorlog nog niet gemeld. Zij zijn verdwenen, bestemming onbekend.

We bespreken wat zich heeft afgespeeld toen de oorlog uitbrak. Tijdens de oorlog hebben de vrijwilligers van de afdeling geholpen in ziekenhuizen en zij hebben doden in en rondom de stad geborgen. Soms mislukte dat doordat het afbraakproces door de hitte zo snel ging dat ze lichamen uit elkaar trokken. Op dit moment hebben ze vooral behoefte aan geld, voor benzine, transport, voedsel en voorlichting.

Verder moeten het gebouw en een oude terreinwagen worden gerepareerd. De directeur vertelt over het lokale management. Op dit moment is er al een kleine machtsstrijd aan de gang, waarbij sommige vrijwilligers een sneller en positiever ingesteld management willen zien. Dat zie je in het hele land, en dus ook bij de Rode Halve Maan in Irak.

Vrijdag

Officieel de vrije dag van de week. Het kantoor draait op een laag pitje en later op de dag heb ik de kans om de auto te pakken en door de stad te rijden. Met de oorlogsschade valt het wel mee. Hier en daar een gebouw dat is geraakt door een bom, of een gebouw dat in brand is gestoken. We gaan naar de polikliniek die we met hulp van het Nederlandse Rode Kruis opknappen. Voordat de oorlog uitbrak, was de bouw voor 80 procent voltooid. De bewaker is niet aanwezig, maar we zien dat plunderaars de kliniek hebben gespaard. Even later passeren we het grootste hotel in de stad, het Sheraton, dat ten prooi is gevallen aan plunderaars. Triest: nog steeds lopen er mensen naar buiten die het hotel strippen, terwijl de Britten op nog geen 25 meter afstand zijn gelegerd. Middenin de woonwijk zien we een tijdelijke bovengrondse begraafplaats. Een hoop zand van zo'n 30 meter met slachtoffers die gedurende het conflict zijn gevallen. Ten minste een honderdtal, schat ik. Later op de dag een ontmoeting met een plaatselijke dokter. Hij vertelt weer het verhaal over mijn collega die zijn familie (vrouw en vijf kinderen) door een bominslag heeft verloren. Bij de buren kwamen twaalf mensen om het leven.

Zaterdag

Vandaag een veldrit naar Nassiriya ten noorden van Basra. Alles is nagenoeg weer onder controle. De politie en de vuilnisophaaldienst zijn weer aan het werk. En na de elektriciteit en de watervoorziening werkt nu ook de telefoon weer in bijna de hele stad. Alle leden van de lokale afdeling waren er weer. Ze hielden zich onder andere bezig met het overbrengen van elf patiënten van een veldziekenhuis naar een ziekenhuis in de stad.

Op de terugweg werden we staande gehouden bij een militair checkpoint van de Amerikanen. Nee, van het Rode Kruis had de jonge soldaat nog nooit gehoord. Laat staan gezien, terwijl het kruis toch levensgroot op onze wagen pronkt. ,,Inter Red what?'', stamelt hij. We passeren enorme konvooien met munitie en materieel dat naar het zuiden wordt afgevoerd. De strijd is geleverd. De gehele dag woedt er al een zandstorm die de radiocommunicatie met Basra bemoeilijkt. Terug in Basra doen we nog snel even wat inkopen. Na een dag stof happen zou een glas bier er wel ingaan. Voor een drankwinkel zien we de eerste verschijnselen van de vrijheid. Twee dronken mannen liggen op straat. Eén strompelt op ons af. Hij geeft af op de Verenigde Naties en heeft een kwaal in zijn kruis waar hij onvoldoende aandacht voor krijgt. Hij laat zijn shorts onder zijn rok zakken om het probleem te laten zien en probeert ons het instappen te beletten. In dergelijke situaties kun je beter weggaan.

In een andere straat vinden we wel echt Iraaks bier (van zeer goede kwaliteit). Zes flessen voor 12.800 Iraki dinar, ofwel acht dollar.

Zondag

Tien minuten lopen naar kantoor. Zo leer je de buurt en de buren kennen en de veiligheidssituatie laat dit ook toe. Het loopt al tegen de 20 graden en de vuilnismannen moeten aan de slag. Er hangt een sterke geur en voor sommige van de winkels, in het bijzonder die van de slager, zie ik hele zwermen vliegen. Vandaag een trip naar de afdeling van de Rode Halve Maan in Samawa, 300 kilometer ten noorden van Basra. Onderweg stoppen we even in Al Basra. Hier is alles goed gegaan tijdens en na de oorlog. Er is elektriciteit en water, en de overheidsdiensten, de politie incluis, doen hun werk. Er zijn ook geen plunderingen geweest onder de bevolking en dat is het voordeel van de kleinere dorpen. Op de terugweg weer een zandstorm, een zware ditmaal. Opnieuw zijn de wegen vol met militaire konvooien. Het zijn konvooien met munitie in de richting van het zuiden en konvooien met materieel naar het noorden. Onophoudelijk. Klaarblijkelijk zijn het de kwartiermakers voor het nieuwe bestuur van Irak. Kant-en-klare kantoren en belangrijke personen in grote Chevy's zonder nummerplaten. Wanneer we terugkomen in het centrum van Basra, krijgen we een steen midden op onze voorruit. Een voltreffer van kinderen die voetballen. Gelukkig hadden we een zonnebril op. Allebei zitten we onder de glassplinters.

Maandag

Vandaag blijven we op kantoor om de verslagen te maken. Er komen vier nieuwe collega's, merendeels Zwitsers, die zich zullen bezighouden met het opsporen van mensen. Met zijn twintigen zijn we hier nu, verdeeld over vijf huizen. Ons team werkt samen met de lokale waterautoriteiten om knelpunten te lokaliseren. Dan kunnen we proberen die te verhelpen met technische ondersteuning en materialen. Er is ook een mine awareness team: munitie en explosieven worden nog overal gevonden, in scholen, huizen, energiebedrijven en waterschappen. De vrijwilligers trekken er op uit om de bevolking te vertellen hoe ze die explosieven kunnen herkennen. Een gezondheidsteam overlegt met de ziekenhuizen welke assistenten nu het meest gewenst zijn. En dan is er nog het tracing team dat zich bezighoudt met het herstellen van de familiebanden. Mensen die elkaar uit het oog verloren zijn kunnen via het Rode Kruis telefoneren en dat probeert dan contact te leggen.

Dinsdag

Vandaag een trip naar onze afdeling Amara, 200 kilometer ten noordoosten van Basra. Na afloop van de oorlog is het kantoor daar geplunderd. Alles is verdwenen op wat tentstokken na. Zelfs lichtschakelaars zijn van de muur gerukt. De directeur is een sterke persoonlijkheid, maar hij voorziet een moeilijke tijd. Er zijn een hoop clans in het zuiden en allemaal proberen ze hun machtspositie te veroveren, wat in de nabije toekomst nog wel eens uit de hand kan lopen. We zien het al een beetje fout gaan in Basra. Er zijn vele organisaties die hulp willen bieden via de Rode Halve Maan en dat trekt verkeerde individuen aan die geld en goederen ruiken. De directeur wil zich niet laten ontmoedigen door plunderingen. Samen met zijn vrijwilligers en met steun van het Internationale Rode Kruis zal hij er weer bovenop komen, zegt hij. Op de weg terug zien we dat de meeste winkels nog gesloten zijn, een teken dat de sfeer nog gespannen is. Voor de bank die we passeren staat een rij met mensen en Britse militairen bij de ingang. De salarissen worden weer uitbetaald.

Koninginnedag

Morgen vertrekken we naar Bagdad, dus de laatste dag in Basra. We maken een eerste evaluatie. Vooral de Basra-afdeling geeft reden tot enige bezorgdheid. Een van de fundamentele principes van het Rode Kruis is onafhankelijkheid. Het zijn moeilijke tijden en veel hulp komt het land binnen en dat trekt verkeerde personen aan en dat brengt de onafhankelijkheid en neutraliteit in gevaar. We namen een moeilijke beslissing door de directe financiële ondersteuning aan de plaatselijke afdeling uit te stellen, totdat er meer bestuurlijke eenduidigheid is.

Vandaag ook nog even contact met het thuisfront in Hoogvliet. De vraag luidt of we wat merken van de groeiende spanning in Irak en Bagdad, omdat er gedreigd is met aanslagen op Amerikanen. Of de mensen een andere houding aannemen tegenover de buitenlanders. Persoonlijk ervaar ik nog geen toenemende spanning. Voor het tweede achtereenvolgende jaar liggen we ook in de clinch met de huurderscoöperatie in Hoogvliet. Opnieuw zijn het thuisfront en ik het niet eens met de huurverhoging van ons huis. Ook het schoonmaken van de portieken kan de coöperatie niet onder controle krijgen ondanks vele beloften en vooral prijsverhogingen. Dat zijn de zaken in Nederland. Van een andere orde.

Tegen het schemeren wandel ik voor de laatste keer naar mijn tijdelijke verblijfplaats. Na de vraag van deze ochtend kijk ik nu met andere ogen naar de mensen. Hier en daar zit een groepje oudere mannen. ,,Salam Alaikum'', groet ik ze. Vriendelijk groeten ze terug: ,,Alaikum Salam.'' Op andere plaatsen weer groepjes van middelbare leeftijd. Zij kijken me achterdochtig aan, wat mij opzadelt met een onaangenaam gevoel. Kinderen vragen om je naam. De mensen in de auto's die passeren moeten allemaal hun nek omdraaien om naar mij te kijken. ,,Kijk, daar gaat een buitenlander'', zie je ze denken. Die nacht is er het vuren van automatische wapens te horen.