Gulpen - Vaals

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in het Gulp- en het Geuldal.

Het was weer tijd voor wat regen, na die aanhoudend schijnende zon. Ik heb mijn lentes graag mild, maar nat hoort er ook bij. In het zuidoosten van Limburg krijg ik mijn zin. De hele dag, van Gulpen tot Epen, regent het. Niet in buien, er is geen sprake van geplens. Onophoudelijk gedrup tikt gestaag op mouwen en hoed, spattert op het groen in de bermen en aan de bomen, puttert op de glibberige zand- en grindpaden. Het elegante gemiezer kleurt de stammen van de beuken op het zwarte af donker en hun kleine blad onwezenlijk lichtgevend groen. En alles, weiden, paden, zevenblad en dovenetel, is beplakt met natte rose bloesemblaadjes, het lijkt wel een poësie-album. Dikke slakken met en zonder huis kruipen het gras in. Of eruit, dat weet je niet, dus niet proberen te helpen.

De landweggetjes zijn hol uitgesleten, zodat soms de hoeven van een koe op ooghoogte wandelen, terwijl de wortels van een wilg op schouderhoogte steun zoeken. In het heuvelende landschap ontrollen zich de geploegde akkers en de opbollende weiden in schuinse vakken tegen de hellingen. Breed gespreide uitzichten breken door achter de bomen. Ze laten grijs licht los op de glooiende velden en op de kruinen van loof- en naaldbomen. Hun ruimte maakt duizelig, maar denk vooral niet dat eenzaamheid hier de regel is. Steeds zijn er stoere vierkante hoeves in beeld. Steeds komen er dorpen in zicht, waar jongetjes met kletsnatte, kortgeknipte koppen geheimen bewaren. `Jonge + vette konijnen' worden er te koop aangeboden en in een door cavia's bewaakte voortuin wordt geworven voor een versnapering uit een minstens dertig jaar oude frisdrank-automaat met originele rietjes-houder. Alleen is hij stuk: `bellen voor een blikje'.

Een dag later, op de route tussen Epen en Vaals, maakt de regen plaats voor wind en een waterzon. Gewaai vervangt het natte getik en de vogels houden zich stiller. Er moet flink worden geklommen en gedaald. We wandelen vandaag net als gisteren met Avé-Michel, die er een eer in stelt iedereen uitvoerig te begroeten, ook kleine kinderen, norse mountainbikers en de vele Christusbeelden, omhangen met de verleppende bloemenkransen van Pasen. Avé-Michel heeft het druk, deze hoek van Limburg zit vol wandelaars. Zijn Henriëtte is een toegewijd tuinier, en ik gun haar een extra tuin, eentje speciaal voor onkruid, want wat kan ze daarvan genieten: ,,Kijk! Springbalsemien! Daar! Dovenetel!'' Ze ziet afhangende groenbezweemde witte kelkjes, en belt subiet haar moeder op, want ze weet even niet hoe die heten. ,,O ja, Salomonszegel! Wat vond je van Strange Interlude? Goed stuk hè? Ik zie bosviooltjes, ik ga weer verder.''

Dit stuk van de route voert door bossen en bosranden, zacht en open en luchtig, met een duister sparrenbos als uitzondering. Sommige golvende vergezichten zijn bedorven door een stramme rij Vaalser flats. We passeren het Drielandenpunt. Wat een sof. Die kermis gaan we vergeten zo snel we kunnen. De paden worden nog smaller en de eikentwijgen aaien langs mijn oren. Dat maakt veel goed.

30 km. Kaarten 19, 18 plus 5 t/m 9 uit: G. Bakker/H. Verhoef: Krijtlandpad. Uitg. Wandelplatform-LAW, Amersfoort.

Inl. openb. vervoer tel. 0900 9292 of www.9292ov.nl