Gemengde gevoelens over de onderduik

Moana Hifman was vier jaar toen zij door de familie Vos als onderduikster in huis werd opgenomen. ,,Je gaat een paar dagen uit logeren'', had haar moeder vooraf tegen haar gezegd. Maar de dagen werden maanden en de maanden werden jaren. Pas later begreep zij dat haar ouders in een concentratiekamp om het leven waren gebracht.

Hifman is een van de tien onderduikkinderen (onder wie Ed van Thijn) die – al dan niet in het bijzijn van hun surrogaatouders, broers of zussen – aan het woord komen in de documentaire Onderduik-kinderen van de Amerikaanse filmmaakster Aviva Slesin. En net als veel van haar lotgenoten bewaart zij niet alleen goede herinneringen aan de onderduik. ,,Ik kan niet zeggen dat ik in die tijd gelukkig was'', vertelt Hifman. ,,Ik begreep niet waarom mijn ouders me niet kwamen ophalen. Zag het als een straf.''

Wat Onderduik-kinderen onderscheidt van andere documentaires over hetzelfde onderwerp is dat de minder rooskleurige kant van het onderduikbestaan niet wordt weggemoffeld: de alledaagse irritaties tussen onderduikers en hun nieuwe broers en zussen, de woede en het onbegrip over ouders die hun kind na de oorlog niet – of juist wél – kwamen ophalen. Zo vertelt Moana's onderduikzus Hetty dat zij nog altijd niet kan leven met het idee dat haar ouders háár leven riskeerden voor dat van een vreemd kind. ,,We moesten thuis alles delen, leefden voortdurend in angst'', zegt zij verbitterd. ,,De joodse kinderen gingen altijd voor.''

Schrijnend is het verhaal van de Poolse Alice Sondike, die tijdens de oorlog bij een traditioneel christelijk gezin werd ondergebracht en als enige samen met haar ouders wordt geïnterviewd. ,,Toen ik Alice na de oorlog kwam ophalen, herkende zij me niet omdat ik in het kamp zo vermagerd was'', vertelt haar moeder. ,,Ze weigerde te geloven dat ík haar moeder was en riep stampvoetend: raak me niet aan met je joodse handen.'' Alice: ,,Ik papegaaide alleen maar na wat anderen mij geleerd hadden.''

Ook de naoorlogse periode komt in de documentaire uitgebreid aan bod. Zo blijken veel van de weldoeners teleurgesteld over het feit dat `hun' kinderen na de oorlog door joodse overlevenden werden opgeëist. ,,Hardvochtig en beledigend'' noemt een onderduikzus het feit dat haar voormalige speelkameraad pas na 45 jaar van zich liet horen. Een ander merkt op dat zijn zusje nooit een woord had gewijd aan de joodse tante die haar na de oorlog kwam afhalen. Gemengde gevoelens – het was een toepasselijke titel geweest voor deze intrigerende documentaire die, door een overdaad aan personen en verhaallijnen, meer vragen oproept dan beantwoordt.

Onderduik-kinderen: Verborgen levens in de Tweede Wereldoorlog, zondag, Humanistische Omroep, Ned.1, 22.55-0.13u.