Doorwerken, voor de vergrijzing

De vergrijzing wordt een thema voor het nieuwe kabinet. Het Zwitserleven gevoel leeft wel, langer werken niet. Haagse Angst voor Duitse toestanden.

Het is met de vergrijzing als met het weer: iedereen klaagt erover, maar niemand doet er wat aan.

De vergrijzingskosten komen in alle soorten en maten. Hogere AOW-uitgaven, die de werkende generaties betalen. Hogere zorgkosten. President Wellink van de Nederlandsche Bank gaf enkele weken geleden al een schot voor de boeg: de zorgkosten zijn een ,,tikkende tijdbom''. Hogere uitgaven voor veiligheid. Een vergrijzende samenleving slaat gemakkelijk een conservatieve toon aan.

Pensioenen hoeven hier in tegenstelling tot de gaten bij EU-giganten als Duitsland, Frankrijk en Italië, geen probleem te zijn. Nederland heeft 424.000.000.000 euro gespaard. Geruststellend?

Met de beurskrach is de achilleshiel van het pensioensparen zichtbaar: zonder hoge aandelenrendementen vliegen de pensioenpremies omhoog, vallen barsten in de pensioenpotjes en krijgen sommige ouderen niet de welvaartsvaste uitkering waarop zij hadden gerekend.

Wie betaalt de vergrijzingskosten? De opties zijn in grote lijnen: de overheid spaart extra door een decennialang overschot op de begroting te kweken; de werknemers werken langer, om te beginnen door langer actief te zijn, vervolgens door de AOW-leeftijd te verhogen; iedereen gaat meer zelf sparen en/of meer belasting betalen, inclusief de gepensioneerden zelf.

Cijfers van de OESO, het overlegforum van de grote industrielanden, geven aan dat de effectieve leeftijd waarop Nederlandse mannen stoppen met werken 61,6 jaar is (in de periode 1993-1998). Dat is bijna zo hoog als 25 jaar geleden. De Amerikanen werken door tot hun 65-ste, de Britten tot 62, de Duitsers tot 60 en de Fransen en Italianen tot hun 59-ste.

Nederlanders staan niet te dringen om de consequenties te trekken. De werknemers zijn, gestimuleerd door de reclamecampagnes van de verzekeraars, gevallen voor het Zwitserleven-gevoel: eerder stoppen is een verworven recht en voor iedereen betaalbaar. Werkgevers kennen vergelijkbare pre-occupaties: een oudere werknemer is per definitie duurder dan een jongere. Philips wil echter wel aan de effectieve leeftijd sleutelen waarop werknemers stoppen. Maar de vakbonden en werkgevers zijn al overbelast. Zij moeten al zoveel van politiek Den Haag, zoals loonmatiging, een WAO-oplossing en een pensioenconvenant.

Politici zien in de rekenmodellen van het Centraal Planbureau de vergrijzing als een olietanker op de polderdijk afkomen. De vergrijzing raakt iedereen. Het debacle van het CDA in 1994, toen de partij de AOW wilde bevriezen en de Ouderenpartij met zeven zetels in de Kamer kwam, is nog vers.

Daar staat tegenover: wie wat wil veranderen aan het complexe en verweven bouwwerk van AOW en pensioenen, plus WAO, Vut en prepensioen, kan maar beter vroeg beginnen. In 2010 gaan de eerste na-oorlogse baby boomers met AOW.

Het vorige kabinet (CDA, VVD, LPF) wilde langer werken stimuleren door de periode waarover werknemers pensioen opbouwen te verlengen. Doorwerken. Het kabinet dat nu in de steigers staat (ex-LPF, met D66) heeft meer ambitie.

Gisteren ontstond kortstondig opwinding over de suggestie van informateur Hoekstra dat de AOW-leeftijd naar 67 verhoogd kan worden. In Duitsland, een land met nijpender vergrijzingslasten dan Nederland, lanceerde een regeringscommissie vorige week het voorstel om de pensioenen te versoberen en de pensioenleeftijd in 24 jaar naar 67 te tillen.

In Den Haag is de geest weer even in de fles. Maar voor hoelang? Tot het de Duitsers inderdaad lukt om het pensioenbeest te temmen en de loonkostengroei te temperen. Dan moet Nederland met eigen maatregelen zijn concurrentiepositie bevechten.