De overmoed van de radicale neo's

Het transatlantisch bondgenootschap ligt, zeker na de oorlog tegen Irak, in duigen. Dat is de schuld van de neoconservatieven die de politiek van de president verzinnen, wordt gezegd. Er is sprake van een reeks inschattingsfouten in Europa zélf, meent H.J.A. Hofland.

De eerste fase van de oorlog in Irak is besloten met de nederlaag van Europa, niet een tussentijdse waarop een hergroepering volgt, maar een verpletterende nederlaag, die het continent in een klassieke wanorde en wrok heeft gestort.

Zeker een jaar voor het zover was, stond vast dat deze oorlog niet te voorkomen was. Ieder argument, ieder voorwendsel, ieder bewijs, half bewijs of schijnbewijs zou het bewind van president Bush kunnen dienen om de aanval te beginnen. Maar Europa bleef zich tot het laatst gedragen alsof de vrede te redden zou zijn. De Europese politiek was gebaseerd op een waandenkbeeld, ten slotte uitsluitend in stand gehouden door de machteloze Veiligheidsraad. En het ergste: Europa had geen keus. Het moest zich vastklampen aan de illusie, wetend dat die met de eerste ontploffing in Bagdad zou verpulveren. Er was geen exit strategy, geen nooduitgang. De aftocht was onvermijdelijk. Met onverholen leedvermaak hebben Bush en de zijnen tot de openbare vernedering bijgedragen.

Deze nederlaag overkomt Europa terwijl het zich in de volgende fase van eenwording bevindt. De oorlog heeft de vroegere Atlantische bondgenoten tot tegenstanders gemaakt, en daarbij ook nog Europa zelf gespleten in pro- en anti-Amerikaanse lidstaten. De Amerikanen zullen er gebruik van maken. Frankrijk, aanvoerder van de unwilling, moet door het stof. De willing zullen worden beloond. Dit alles nauwelijks anderhalf jaar na de aanval op het Pentagon en de Tweelingtorens, die Le Monde inspireerde tot het hoofdartikel Nous sommes tous des Américains.

Het is de schuld van de neoconservatieven, die de politiek van de president verzinnen, zegt men. Zo noemen zich sinds een jaar of dertig de Amerikaanse intellectuelen die, vaak na een radicaal links begin als trotskist of communist, of gewoon liberal, tot een behoudend universalistisch denken zijn bekeerd. Dat is niet nieuw en niet typisch Amerikaans. In Europa had en heb je ze ook. De oorsprong van het neoconservatisme ligt in het eerste decennium na de Tweede Wereldoorlog, de periode van de ideologische verwarring, de jaren waarin de krachtmeting tussen het sovjetimperium en het democratische Westen begon.

Ieder neoconservatisme is een verweer naar twee kanten: de buitenlandse vijand en zijn handlangers binnen de grenzen. Het begon in 1948 met de communistische staatsgreep in Praag. In 1949 liet de Sovjet-Unie zijn eerste kernbom ontploffen en werd het vasteland van China communistisch. Het jaar daarop brak de Koreaanse oorlog uit. Senator Joseph McCarthy ontdekte dat de vijand zich ook binnen de grenzen schuilhield. Radicale zuiveringen volgden. Het McCarthyisme is de reactie op een nationale crisis, een excessief binnenlands verweer tegen de aantasting van het Amerikaanse zelfvertrouwen, geloof in eigen onaantastbaarheid. Het begrip neoconservatief bestond nog niet, maar in het denken van de Senator zitten kiemen van wat anderen later tot de neoconservatieve filosofie zullen uitbouwen al ontkennen ze dat zelf heftig.

Het neoconservatisme verschijnt voor het eerst onder deze naam begin jaren zeventig, opnieuw als reactie, maar nu tegen `verwording' van politiek, cultuur en maatschappij in en door de `jaren zestig'. Irving Kristol, een van de aartsvaders, noemt vijf oorzaken. De technologie die de mens van zijn wezen vervreemdt. De verwachting dat de staat altijd op ons zal passen en al onze wensen zal vervullen. De opvatting dat het jong zijn een bijzondere verdienste heeft, waardoor de jeugd de legitimiteit en het moreel gezag van de volwassenen in twijfel kan trekken. Het overnemen van de populaire cultuur door de antiburgerlijke avant-garde, met haar ridiculisering van traditionele burgerlijke waarden en verheerlijking van drugs, promiscuïteit, homoseksualiteit en terrorisme. Ten slotte: de onmacht van welke godsdienst dan ook, om antwoord te geven of de vraag die geen samenleving bij het stellen van gedragsregels kan ontlopen: het Waarom niet? De gevestigde orde voelde zich uitgehold.

Dit neoconservatisme heeft dus zijn oorsprong in nationale, binnenlandse toestanden. Dat is niet typisch Amerikaans. Overal in de westerse cultuur, ook in de Sovjet-Unie en de Oostbloklanden, hebben de jaren zestig hun sporen getrokken, en overal is daarop een reactie van de zich bedreigd voelende `gevestigde orde' gekomen. De Amerikaanse neoconservatieven, kritische elite in opkomst, konden de buitenlandse politiek niet negeren: het permanent bedreigde bestaan van Israël, de onbetrouwbare Europeanen die niet voldoende tot hun eigen veiligheid bijdroegen en toen actueel, de olieboycot.

De definitieve ommekeer kwam op 4 november 1979, toen in Teheran de Amerikaanse ambassade werd bezet door fundamentalisten die daarna het personeel 144 dagen in gijzeling hielden (met de hartverscheurende poging tot bevrijding, mislukt doordat de helikopters met special forces tegen elkaar vlogen vóór ze hun doel bereikten). En op 25 december de invasie van de Sovjet-Unie in Afghanistan een niet te tolereren inbreuk op de status quo tussen de supermachten. Bij de nederlaag in Teheran en de inbreuk op de détente is de opmars van de neoconservatieven begonnen. Norman Podhoretz, een andere aartsvader van de beweging, publiceerde een essay, The Present Danger, waarin hij uitlegt waarom de binnenlandse revolutie noodzakelijk is.

Amerika, in de nadagen van president Carter, was een gedemoraliseerde natie. Het wachten was op de verlosser. Die verscheen in de persoon van Ronald Reagan, de ongecompliceerde patriot met als boodschap It's morning again in America. Zijn politieke filosofie en de hoofdlijnen van zijn binnen- en buitenlandse politiek droegen de neoconservatieve signatuur. Graag zou ik erover twisten aan wie het einde van de Koude Oorlog te danken is. In plaats daarvan stel ik vast dat voor de miljoenen Reagan-gelovigen dit niemand anders is dan deze president.

Op de zege in de Koude Oorlog is een kort debat gevolgd over de manier waarop het `vredesdividend' zou moeten worden besteed. Het was nog niet afgelopen toen Saddam Hussein probeerde Koeweit te annexeren. Bush sr., erfgenaam van de Amerikaanse internationalistische traditie, met zijn academische opleiding aan Harvard, leerling van minister Henry Stimson, was van mening dat deze inbreuk op de soevereiniteit niet kon worden toegestaan. Hij riep zijn nieuwe wereldorde uit, smeedde in een half jaar zijn grote coalitie, en verdreef Saddam. Dit alles in overeenstemming met de besluiten van de Verenigde Naties, en zonder golven van anti-Amerikanisme in de internationale gemeenschap. Bush sr., na de zege bevangen door een overmaat aan zelfvertrouwen, had niet op de economie gelet. Hij noemde zijn tegenstander een bozo (kwiebus). Clinton schold niet terug, en won.

Zo zijn de jaren negentig aangebroken, het decennium van de grote depolitisering, het primaat van de economie, de zich mondialiserende vrije markt, de Nieuwe Economie die altijd zou doorgroeien, het einde van de geschiedenis, het begin van de rijkdom, de beleving, de fun, voor het hele Westen, en ook de rest van de planeet als die het goede voorbeeld volgde. Van de neo's hoorde je in die tijd buiten de Verenigde Staten niet veel. Ze streden hun binnenlandse strijd tegen een president die in hun kringen werd gehaat. Zie bijvoorbeeld The New York Post, het ochtendblad dat op zijn opiniepagina's het neoconservatieve denken het zuiverst uitdraagt. De krant wordt uitgegeven door NewsCorp, het concern van Rupert Murdoch dat ook eigenaar is van het televisienetwerk Fox en het huisorgaan van de neoconservatieven, The Washington Weekly.

In de Roaring Nineties heeft Europa zich voor de neo's (en niet alleen voor hen) definitief gediskwalificeerd door toe te laten dat op zijn grondgebied acht jaar een burgeroorlog woedde die aan zeker 200.000 mensen het leven heeft gekost en de grootste verwoestingen heeft aangericht. Acht jaar hebben de Europeanen zich bepaald tot vruchteloze onderhandelingen met ongure dictators, terwijl regeringen, parlementen, commentators en publieke opinie zich rechtvaardigden met praatjes over het bewandelen van vreedzame wegen en landsbelangen die ingrijpen niet rechtvaardigden. Tenslotte is het aan Amerikanen, Madeleine Albright en Richard Holbrooke, en Amerikaanse bommenwerpers te danken dat Miloševic achter de tralies zit. Joegoslavië is voor de neo's één grote en definitieve Europese zelfontmaskering. Het verbazingwekkendst vinden ze dat Europa dit zelf niet heeft ingezien.

Nadat George Bush de verkiezingen had gewonnen, liet hij weten dat Saddam Hussein voor hem het hoogst op de wereldlijst van te verwijderen personen stond. Ook toen al, in februari 2001, na een fiks Amerikaans-Brits bombardement op Bagdad, had Europa kunnen vermoeden dat regime change in Irak een onderdeel, zoniet de opening zou kunnen zijn van de uitvoering van een grand design zoals dit door de neoconservatieve elite was ontworpen. Want wat we ook van de neo's kunnen zeggen, in ieder geval niet dat ze hun plannen geheim houden. Stap voor stap werd de agenda nader gepreciseerd: met de Nuclear Posture Review, de doctrine van de preventieve aanval en het begin van de zenuwenoorlog tegen Saddam. Dat het in Washington ernst was met het nieuwe unilateralisme bleek onder meer uit het opzeggen van het Kyoto-verdrag en het niet erkennen van het Internationaal Strafhof.

Misschien zou alles zich meer langs de lijnen der geleidelijkheid hebben ontwikkeld, als de Twin Towers er nog hadden gestaan. De aanval hoort tot de historische reeks die begint met de staatsgreep in Praag, de blokkade van Berlijn en de Koreaanse oorlog, zich voortzet met de gijzeling in Teheran en dan via de val van de Berlijnse Muur lijkt te eindigen in de onafgekondigde vrede na de Koude Oorlog. Het was een schijnvrede. Amerika heeft zich laten verrassen, het volk is in de ziel geraakt. Voor de neoconservatieven is de aanval de definitieve bevestiging van hun absolute gelijk. En dus: geen geduld meer met bondgenoten of zogenaamde vrienden die met hun bemoeizucht de afrekening met het terrorisme alleen zouden vertragen. De snelle afloop van de oorlog in Afghanistan, zonder inmenging, bewees voor de neo's dat ze unilateraal op de goede weg waren. De uitvoering van het grand design kon worden voortgezet.

Dat betekende om te beginnen regime change in Irak, om met een democratisch hervormd Irak als basis de reorganisatie van het hele Midden- Oosten aan te pakken. Daarbij gaan de neo's uit van twee beginselen. Het eerste is dat de onmiddellijke demonstratie van verpletterende macht alle regimes in de regio binnen afzienbare tijd op betere gedachten zal brengen. En het tweede, dat die gedachten zullen uitgaan naar de vestiging van een systeem dat veel op de westerse democratie lijkt.

Natuurlijk speelt daarbij de olie een rol, hoewel de neo's dat ontkennen. Uiteindelijk dient de reconstructie van de regio een geopolitiek doel: de hervorming van de oliestaten tot bevriende en onder Amerikaanse bescherming staande min-of-meer-democratiën. Het denken volgens dergelijke grote lijnen van eigenbelang is iedere wereldmacht eigen. Anders is het geen wereldmacht.

De vroegere bondgenoten van Amerika hebben tientallen redenen om zich te verzetten. Ten eerste betekent een geslaagde uitvoering van het grand design een drastische beperking van de invloedsfeer van Rusland en Frankrijk en minder voor de Britten omdat die, hopen ze, zich bijtijds in het gevolg van de neo's hebben gevoegd. Ten tweede zijn er de culturele verschillen tussen het Amerika van Bush (en niet het `andere Amerika', dat van Clintons Democraten dat wordt in ieder geval gedacht) en het `oude Europa'. De verwevenheid van deze regering met corporate America, de grote concerns, de manipulatie van de media, de rol van het kapitaal in de verkiezingscampagnes, de manier waarop Bush de verkiezingen heeft gewonnen, de rechtspleging met de geestdrift voor de doodstraf, het fundamentalistische beleid van minister van Justitie Ashcroft, de twee miljoen mensen in de gevangenis, het vrije vuurwapenbezit, het terzijde schuiven van internationaal recht en instituten, de rol van God in het denken van de president die aan een theocratie doet herinneren. Stuk voor stuk feiten die weerzin in het oude Europa wekken. Het geopolitieke conflict gecombineerd met de culturele verschillen maakt de kloof bijna onoverbrugbaar.

De ideologische verschillen tussen het radicale denken van de neo's en de Europese gereserveerdheid, de nuancering, de gewoonte om `de zaak van twee kanten te bekijken' voltooit de wederzijdse onverstaanbaarheid. Het `goedpraten', het `begrip' voor mensen als Jasser Arafat, terroristen in het algemeen als half gelegitimeerde opstandelingen, staat voor de neo's gelijk met het meeloperschap in de Koude Oorlog.

Toen was er maar één vijand: het communisme. En zo is het nu ook met het terrorisme. Het moet weg. Onvoorwaardelijke overgave of verplettering. Niet weer een soort coëxistentie. Als het `oude Europa' dat wel denkt, dan vergist het zich. En dat is dan het gevolg van zijn verachtelijk gebrek aan wil, zijn innerlijke zwakte, zijn fysieke en mentale ouderdom. Dit is de kern van het tractaat van de neoconservatief Robert Kagan dat nu furore maakt, Of Paradise and Power.

Dit samengaan van hypermacht en overtuiging van eigen gelijk maakt dat het Amerika van George Bush ieder compromis afwijst. En zoals de afgelopen maanden is gebleken: de neo's kunnen het zich veroorloven. Tegenstand heeft geen effect gehad. Het buiten gevecht gestelde Europa wacht machteloos op het vervolg. Ieder volgend succes, zeggen wij, maakte de neo's van Bush overmoediger. Tenslotte zal blijken dat de wereld niet bereid is, zich dit grand design erin te laten rammen. Zelfs in Irak moet het moeilijkste nog komen. Dat kan zijn. De waarheid is intussen dat het vernederde `oude Europa' in stilte gelooft dat het baat zal hebben bij de mislukkingen van Amerika, eens beschermer en beste vriend. Dat is tragisch voor Europa, en voor de neo's: hun laatste zorg.

H.J.A. Hofland is columnist van NRC Handelsblad.

Gerectificeerd

Lijfblad

In het artikel De overmoed van de radicale neo's (3 mei, pagina 7) is sprake van de Washington Weekly, lijfblad van de neoconservatieven en eigendom van Rupert Murdochs NewsCorp. Bedoeld is het tijdschrijft Weekly Standard.