De neerslag van een landschap

Het Algemeen Rijksarchief greep in 2002 zijn tweehonderdjarig bestaan aan om een tijdperk af te sluiten en een nieuwe era te openen. Deze aloude instelling werd omgedoopt in het Nationaal Archief en directeur Maarten van Boven kondigde aan dat men zich de komende jaren wil gaan presenteren als een Fundgrube voor de identiteit van Nederland in de 21ste eeuw. De wens zich te gaan profileren als een actieve nationale erfgoedinstelling ging vergezeld van een open uitnodiging aan verschillende doelgroepen voor wie het Nationaal Archief van betekenis zou kunnen zijn, om zich met een gezamenlijke productie aan het grote publiek te presenteren. De redactie van het Historisch-Geografisch Tijdschrift nam deze handschoen op en vroeg een keur aan beoefenaars van deze `in het veld' springlevende, maar aan de universiteiten steeds meer gemarginaliseerde discipline om een voorbeeld uit te werken. Meer dan dertig auteurs hebben in een meestal korte bijdrage het onmisbare belang van archiefbronnen voor onze kennis van de huidige cultuurlandschappen overtuigend aangetoond. Veelal hebben de auteurs één krent uit reeds afgesloten of nog lopend onderzoek verder uitgewerkt.

Dit leverde vele goed leesbare stukjes op. Zo ging Petra van Dam in op de commerciële konijnenteelt in de Hollandse duinen. In hun blijkbaar niet te verzadigen zucht naar geld gingen de graven van Holland al in de veertiende eeuw over tot de verpachting van de duinvelden aan belangstellenden die daar konijnenburchten mochten aanleggen. Niet elk duin was even geschikt: hoe meer gras- en korenvelden de konijnen tot hun beschikking hadden, hoe beter het hun ging. Ook de ligging ten opzichte van de zee was, zo schrijft Van Dam, van invloed. Hoe verder van zee, hoe warmer en hoe eerder het voortplantingsseizoen begon. Dat kon, zo was al in de zeventiende eeuw bekend, per seizoen een hele worp van vier tot zes jongen per vrouwtje schelen. Door inventief gebruik te maken van verschillende soorten archiefbescheiden maakt Petra van Dam het aannemelijk dat onze verre voorouders al tijdig in de gaten hadden dat overexploitatie van een kwetsbaar landschap tot een ware ecologische ramp kon leiden en dat soms tot rigoureuze maatregelen besloten moest worden, waarbij `het grote geld' in het verleden niet automatisch de winnaar was.

Dankzij dit soort bijdragen is Landschap in archieven een afwisselende, verrassende en dankzij de talrijke illustraties prettig ogende bundel geworden. Een artikel over de eendenkooien in het Gelderse riviergebied wordt afgewisseld met een reconstructie van de route die de Deens slachtossen naar de Hollandse weiden aflegden, met een uitweiding over oude metingen van de stroomsnelheid in de Rijntakken of met een zoektocht naar de verdwenen nederzetting Marum. Hoewel er van een oververtegenwoordiging van het platteland sprake is, is er in enkele bijdragen ook aandacht voor het stedelijke (sociale) landschap. Zoals het historisch-geografen betaamt, hebben ze niet alleen oog voor schriftelijke archiefstukken, maar wordt het belang van kaartmateriaal en ander beeldmateriaal, onder andere ansichtkaarten, breed voor het voetlicht gebracht.

De uitgave van dit driedubbeldikke nummer van het Historisch-Geografisch Tijdschrift was mogelijk dankzij financiële steun van het Nationaal Archief. Overigens wordt deze archiefinstelling ook bekritiseerd in het tijdschrift. In zowel de redactionele inleiding als in twee bijdragen halen historisch-geografen fors uit naar de nieuwe selectiemethoden van de archiefdienst, waarbij bewaard moet worden wat een `reconstructie van het beleid' mogelijk moet maken.

Simon van den Bergh, die een onderzoek uitvoert naar de ruilverkavelingen in Nederland, merkte nog net op tijd dat alle stukken die hij voor zijn promotieonderzoek nodig heeft, reeds op weg waren naar de papierversnipperaar. Deze bescheiden hadden namelijk betrekking op de uitvoering van het beleid en zouden om die reden vernietigd moeten worden. Als Van den Bergh en zijn promotor Vervloet deze archiefbescheiden `niet voor de poorten van de verbrandingsovens hadden weggesleept' en als de gemeentearchivaris uit Ede (die nog wat ruimte in het depot had) zich niet garant had gesteld voor tijdelijke opslag, dan zou het nu en in de toekomst onmogelijk zijn geweest om het proces van de ruilverkavelingen te reconstrueren. Bij de ruilverkavelingswerken hebben we het niet over een verwaarloosbaar detail: de ruimtelijke impact en de financiële consequenties van deze ingreep zijn slechts met die van de Deltawerken te vergelijken.

Ook de Nieuwe Rotterdamsche Courant krijgt in deze bundel een vermakelijke sneer mee. In zijn bijdrage `Lobbyen voor drooglegging' gaat Ben de Pater in op de handel en wandel van de Zuiderzeevereniging. De NRC was in 1895 een tegenstander van een grootschalige inpoldering en droeg deze mening onomwonden uit. Een lid van de Zuiderzeevereniging schreef een lange en geharnaste ingezonden brief, maar die werd niet geplaatst. In het archief van deze belangenvereniging komt de motivering van de afwijzing voor: ``Van iemand, die gastvrijheid komt vragen, mag men althans eischen, dat hij niet onwellevend en onhebbelijk zij. Dien eisch mag ook de redactie van een dagblad stellen aan hem, die daarin opneming verzoekt van een ingezonden stuk. Daar uw stuk aan dien eisch niet voldoet, kan ik de plaatsing ervan niet in overweging nemen.'' Was getekend: de hoofdredacteur.

Landschap in archieven. Themanummer van het Historisch-Geografisch Tijdschrift, 20e jaargang (2002) nummer 3. Jaarabonnement €16,50. Uitgave van Stichting Matrijs te Utrecht (tel. 030-2343148). Deze uitgave is ook als boektitel verkrijgbaar onder ISBN 90 5345 217 6. Omvang 160 blz., prijs: €14,95.