De Kuip

De Achterpagina bezoekt bijzondere kleedkamers. Vandaag het mooiste voetbalstadion van Nederland, De Kuip in Rotterdam, thuishaven van Feyenoord.

Knalblauwe, kunststofharde kuipstoeltjes, ook in de kleedkamer van de Rotterdamse voetbaltempel De Kuip. Deze stoeltjes verschillen in niets van die waarop de voetballiefhebbers op de tribunes de verrichtingen van `hun jongens' gadeslaan. De kleedkamer van de Feyenoord-selectie onder aanvoering van Paul Bosvelt ligt diep weggescholen in het stadion aan de Rotterdamse Olympiaweg. Aartsrivaal Ajax verklaarde eerder de kleedkamers van de Arena tot verboden terrein. Maar zo gesloten als de Amsterdammers zijn, zo gastvrij is de Rotterdamse club: ,,De kleedkamers bekijken, mijne heren? Wanneer, morgenvroeg? Dan komt u toch gewoon kijken.''

Zelfs een niet-liefhebber van voetbal proeft in de gang die naar de kleedkamers, massagekamer en de ruimtes voor trainer en arts voert, iets van de sfeer van ,,spanning, teleurstelling en emotie'' die daar hangt volgens masseur en verzorger Gerard Meijer.

Het is toeval dat we Meijer ontmoeten. Hij bezorgt deze ochtend de post, dat wil zeggen: op elke stoel van de spelers legt hij brieven neer, vaak in roze envelop gehuld, die afkomstig zijn van over de hele wereld. Fanmail. Verzoeken om een handtekening en vast nog meer. Op de plaats van de Zuid-Koreaan Chong-Gug Song staat een grote geschenkdoos.

Aanvoerder Bosvelt is de gangmaker van de ploeg. Hij verzint altijd iets. Boven een portret van trainer Guus Hiddink, ontdekker van Song, heeft hij geschreven: `Papa-Song'. Het waarschuwingsbord `Kangaroos Next 14 km' heeft Bosvelt boven de stoel van de Australiër Brett Emerton gehangen. Op de deur naar de kleedkamer plakte Bosvelt een A4-tje met daarop aanmaningen tot zuiver taalgebruik. `Voorkom flatertaal en woordovertolligheid', lees ik. Hij geeft straffe voorbeelden van pleonasme, tautologie, lelijke modernismen en andere taalkundige rariteiten.

Dit is een persoonlijke kleedkamer. De spelers hebben de wanden en lege hoekjes opgesierd met een duizelingwekkend aantal mascottes, foto's, beeldjes, bekers, shirts en andere dierbare voorwerpen. De schone shirts liggen in keurige stapeltjes, gewassen en gestreken door twee vrouwen die daar even verderop in de wasserette een weektaak aan hebben. Midden in de kleedkamer staat een flipover met boeiende tactische informatie zoals: `Bosvelt zet de muur. Acuna vrije trap. Van Hooijdonk (penalty's)'.

Gerard Meijer is befaamd om de nog altijd razendsnelle sprintjes die hij, als verzorger, trekt naar een gewonde speler. Hij traint elke dag en leeft helemaal voor de club: ,,Ik moet ervoor zorgen dat de rust behouden blijft, afremmen, kalmeren, wat er ook gebeurt. Daarom is het ook beter met zijn allen de rust van een trainingskamp op te zoeken dan boodschappen te gaan doen met de vrouw, dat geeft geen rust, hè?''

Voordat de spelers door de catacomben het veld betreden, passeren ze grote zwartwitfoto's van bijvoorbeeld de `oer-Feyenoorder Puck van Heel' of `Het duel der vedetten: Johan Cruijff contra Glenn Toddle tijdens Tottenham Hotspur-Feyenoord op 19/10/1983'. Ze lopen ook langs het imposante beeld `De voetballer' van Henk Chabot uit 1937, het jaar dat De Kuip in gebruik werd genomen.

De Kuip is niet alleen een heiligdom voor voetbalidolen. In het stadion traden ook popsterren op als David Bowie, Prince, Tina Turner, Rolling Stones en Bruce Springsteen. Meijer zegt: ,,Springsteen was een gewone jongen, hij houdt van voetbal. Geen drank, niks. Van Prince moest de kleedkamer met zwarte gordijnen behangen worden.'' Van dergelijke grillen gruwen de Rotterdamse voetballers: hun kleedkamer is de plek van hechte verbondenheid. En waarom zit de keeper altijd bij de deur? Dat weet niemand, dat is de traditie van deze kleedkamer.