De emir van Kollum en 't Rokende Turf

De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst weet het zeker: jonge moslims worden in Nederland gerekruteerd voor de jihad. Vooral de Eindhovense moskee Al-Fourqaan zou een broeinest zijn van ronselpraktijken. Maar wat zijn de feiten? `Lieve papa, lieve mama, bid voor mij.'

Een glimp van de binnenkant van de hel, zo heeft de imam zijn lezing genoemd. Het gaat over het lot dat de ongelovige wacht op de dag des oordeels. ,,Het lichaam van de ongelovigen zal splijten', zegt hij. ,,Bittere kruiden moet hij eten, rottend vlees. Over hete stenen moet hij lopen.'

Want het is heet in de hel — zeker 70 tot 73 keer zo heet als het vuur dat we kennen van het gasfornuis. ,,Lasteraars', gaat de voorganger verder, ,,moeten hun eigen vlees eten. Bronzen nagels zullen over hun gezichten krabben.' En: ,,Zij zullen met kokende ijzeren banden om hun enkels moeten lopen, terwijl anderen de vreugde van het paradijs genieten.'

De koranleraar heet Mohammed Cheppih, de beoogde Nederlandse leider van de Arabisch-Europese Liga. De plaats: de Al-Fourqaan-moskee in Eindhoven. De dag: 22 februari van dit jaar.

Het is een bijzondere dag. Van heinde en verre zijn ze gekomen, uit Groningen en Amsterdam, Brussel en Duisburg. Honderden moslims bezoeken het bakstenen gebedshuis in de Otterstraat voor het jaarlijkse congres dat de Saoedische zendingsorganisatie Al-Waqf al-Islami (letterlijk: de islamitische stichting) daar heeft georganiseerd.

De vrouwen in de moskee – die gescheiden zitten van de mannen en de lezing via een beeldscherm volgen – zijn jong, begin twintig. Ze spreken goed Nederlands, sommigen met Brabants accent. En ze dragen allemaal hoofddoekjes, zwart of gekleurd.

,,Zien we eruit als zielige, onderdrukte vrouwtjes omdat we een hoofddoek dragen?', vraagt Farah.

Ze heeft gekozen voor de zware weg, zegt ze. Op straat draagt ze een sluier, uit vrije wil. Waarom? ,,Ik wil leven als een goede moslim.'

Rachida, een vriendin, valt haar bij. Anderhalf jaar geleden kwam ze via haar broer in contact met de moskee. Ze had al langer het gevoel ,,dat er meer moest zijn'. Haar ouders zeggen steeds ,,dat ze niet zo streng moet doen'. Ze vinden het maar niets dat hun dochter de Al-Fourqaan-moskee bezoekt. Met haar vader heeft ze regelmatig woorden, omdat ze zelfs thuis haar hoofddoek draagt. ,,Met mijn ouders', zegt Rachida, ,,kan ik helemaal niet over de islam praten. Zij lazen de koran nauwelijks. Ze doen hun uiterste best zich in Nederland aan te passen. Maar ik wil weten wat er in staat, wat de islam is.' De jonge moslima's in de Al-Fourqaan hebben er genoeg van dat ze zich sinds 11 september 2001 steeds moeten verdedigen voor hun geloof. ,,Wij doen niet aan politiek', zegt Farah. De daders van de aanslagen op het World Trade Center en het Pentagon waren criminelen, geen moslims, verzekert ze. Van de islam mag je niet slaan, niet liegen. ,,Echte moslims zijn vredelievend.'

Later begint Farah opnieuw een geprek en vraagt: ,,Heeft u na al die lezingen hier nu de indruk dat de islam oproept tot geweld?'

Wat gebeurt er in deze moskee in Eindhoven? Gaat het hier om een religieuze bijeenkomst, van moslims die misschien wat zwaar op de hand zijn? Of is dit het begin van rekrutering voor de jihad en worden Nederlandse jongeren geworven voor de gewapende strijd? De Al-Fourqaan was ook de moskee van Ahmed El-Bakiouli en Khalid El-Hassnaou. Deze twee Eindhovense jongens, van Marokkaanse komaf, kochten in januari 2002 een vliegticket met bestemming New Delhi. Drie dagen later lagen ze levenloos op straat in Kashmir, doodgeschoten door Indiase militairen. De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) verklaarde dat deze twee Eindhovenaren een missie hadden: ze waren op gewapende strijd, op jihad, de heilige oorlog voor de islam.

De stichting Al-Waqf heeft zijn belangrijkste vestiging in de Al-Fourqaan-moskee in Eindhoven, maar haar bestuurders komen uit Saoedi-Arabië. Uit een Arabische prospectus uit 1997 blijkt dat de zendingsorganisatie de islam probeert te verspreiden door de bouw van moskeeën, het opleiden van zendelingen en door het organiseren van islamitisch onderwijs. Al-Waqf is vooral actief in Oost-Europa: in Rusland, Kirgizië, Bosnië, Bulgarije en Albanië. Ook Nederland is een belangrijk land voor Al-Waqf, waar de stichting vier islamitische basisscholen steunt: de Al-Farouq (Amsterdam) de Oqba bin Naafi (Breda), de Taareq bin Ziyaad (Eindhoven) en de Salaah ad-Dien (Helmond).

Het staat voor justitie in Duitsland vast dat leden van de Hamburgse terreurgroep van Mohammed Atta, het vermoedelijke brein achter de aanslagen van 11 september, de Al-Fourqaan-moskee bezochten voor lezingen, georganiseerd door de stichting Al-Waqf. Mounir el Motassadeq, een vriend van Atta die onlangs in Hamburg werd veroordeeld tot 15 jaar cel wegens zijn aandeel in de organisatie van `911', bezocht de Al-Fourqaan meerdere keren – in 1999, 2000 en 2001. Ook Mohammed Hassaan el-Ragi, verdacht van betrokkenheid bij de cel van Atta, beschikte in zijn huis in Hamburg over een A4-map met aanmeldformuleren voor een congres ter gelegenheid van het 10-jarige jubileum van Al-Waqf. Idem de Duitse Libanees Ibrahim Diab bij wie de Pakistaanse politie een getuigschrift in zijn bagage vond voor een cursus `Islamitisch recht' – bij `Stichting Al-Waqf al-Islami, Eindhoven'.

Broeinest

,,Het is zeer wel mogelijk', schreef minister Remkes van Binnenlandse Zaken twee weken geleden aan de Tweede Kamer, dat aan de bijeenkomsten van Al-Waqf ,,personen hebben deelgenomen, van wie later werd vastgesteld dat zij betrokken zijn bij islamistisch-terroristische netwerken.' Maar dat wil volgens de bewindsman nog niet zeggen dat Al-Waqf terroristen kweekt. Remkes: ,,Een dergelijke vergaande conclusie en het daarmee impliciet gelegde causale verband acht ik voorshands niet gerechtvaardigd.'

De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst gaat verder dan de minister. Nog geen twee jaar geleden omschreef de dienst in het rapport De democratische rechtsorde en islamitsch onderwijs (2001) Al-Waqf als ,,een door Saoedi-Arabië gefinancierde stichting' die tot doel heeft ,,de zuivere leer' van de islam te verkondigen die oproept tot ,,intolerantie tegen liberale moslims, joden en christenen'. Afgelopen december constateerde de veiligheidsdienst in de nota Rekrutering in Nederland voor de jihad, van incident naar trend dat islamitische bijeenkomsten zoals georganiseerd door Al-Waqf de eerste fase zijn van een rekruteringsproces dat kan uitmonden in zelfverkozen martelaarschap. Dat rekruteerwerk neemt toe, constateert de dienst in algemene bewoordingen, en het steekt steeds professioneler in elkaar. Het zou wel eens zo kunnen zijn dat in Nederland tientallen jonge moslims geestelijk zijn voorbereid op het martelaarschap. Het zou gaan om jongeren die op zoek zijn naar hun identiteit en zodoende gevoelig zijn voor de indoctrinatie door ronselaars. Vaak zijn dat oud-strijders uit brandhaarden als Afghanistan, Tsjetsjenië of Libanon die onder Nederlandse moslimjongeren veel gezag genieten.

Dé vraag is: wordt er in Nederland geronseld voor de jihad?

Feiten over jihadrekrutering in Nederland ontbreken tot nu toe. Er was de kwestie Kashmir. Er was het verhaal van twee Amsterdamse jongens die naar Tsjetsjenië zouden zijn gegaan om daar te vechten, maar die voortijdig door de politie bij de Oekraïens-Russische grens op de trein werden gezet naar Nederland. En na tips van de AIVD heeft de politie op verschillende plaatsen in Nederland sinds 11 september 2001 verdachten aangehouden in verband met moslimextremisme – tientallen in totaal.

Dertien verdachten staan op 12 mei voor de rechter in Rotterdam op verdenking van rekrutering voor de gewelddadige jihad. De verdachten zijn opgepakt in april en augustus vorig jaar en de onderzoeken zijn begin dit jaar samengevoegd tot één zaak. Sommige verdachten zouden moslimstrijders hebben uitgezonden naar brandhaarden, onder anderen de twee jongens uit Eindhoven. Anderen zouden zelf rekruut zijn geweest. Een arrestant zou kennis hebben van de zelfmoordaanslag in september 2001 op generaal Massoud van de Noordelijke Alliantie die in Afghanistan vocht tegen de Talibaan.

Het strafdossier zoals dat tot gisteren was samengesteld en waarin deze krant inzage heeft gehad, laat zien welk beeld justitie heeft van de jihad in Nederland. En het bevat tal van details — afkomstig van video-opnamen, telefoontaps en verslagen van verhoren — die dat beeld inkleuren. Die details zijn nieuw. Maar zo stellig over de rekrutering als de AIVD is justitie niet. ,,Er staat veel in', zegt een justitiële bron over het strafdossier tegen de dertien verdachten: ,,Maar het is voor velerlei uitleg vatbaar. Is een bijeenkomst met een imam een voorportaal voor rekrutering, of is het gewoon een religieuze bijeenkomst?'

Veel vragen blijven onbeantwoord. Is er een rekruteringsorganisatie? Wie zijn de rekruten, wie zijn actief aan het rekruteren? Welke rol spelen de geestelijk leiders in de Al-Fourqaan-moskee in Eindhoven? En wat is de rol van Saoedische welzijnsorganisaties als Al-Waqf?

Op hoofdlijnen klinkt het verhaal van justitie bekend — voor wie vertrouwd is met buitenlandse onderzoeken naar moslimsterrorisme. Het gaat over `cellen', die in hoge mate zelfstandig opereren. `Faciliterende cellen' voor het vervalsen van paspoorten of voor het handelen in drugs (om aan geld te komen). En `Rekruteringscellen' voor het ronselen van jonge moslims.

De Eindhovense moskee Al-Fourqaan is volgens justitie een broeinest. Uit het laatste proces-verbaal van 4 april dit jaar: ,,De imams van de Moskee Al Fourqaan, zowel de in Nederland wonende als de uit Saoedi-Arabië afkomstige imams, banen de weg voor rekrutering voor de jihad.'

Uit het verhoor van Taher B., een verdachte van Algerijnse komaf: ,,De imams brengen het kwaad in je hoofd (...) De imams in de moskee kunnen dingen zeggen waar je van in de war raakt, het lijkt de waarheid. Je wordt geïndoctrineerd.' Volgens Taher krijgen de gelovigen in de moskee te horen dat ze niet in de Nederlandse samenleving mogen integreren. De imams preken veel over de jihad. Ook de jongens die in Kashmir omkwamen zouden, zegt Taher, in de Al-Fourqaan-moskee door de `directeur' zijn benaderd. Maar wie die directeur is blijft onduidelijk.

Eric Satie

Justitie meent te beschikken over veel circumstantial evidence dat er geworven wordt voor de gewelddadige strijd. Zoals cassettebandjes waarop `testamenten' zijn ingesproken — vermoedelijk door jihadstrijders in spe. De politie vond dergelijke opnamen bij huiszoekingen op verschillende plaatsen in het land. `Pianoworks Eric Satie', staat er op een bandje dat de politie op 30 augustus vorig jaar aantrof in een woning in de Rotterdamse Vijverhofstraat. Wie het afspeelt, hoort iemand in het Arabisch zeggen: ,,Lieve papa, lieve mama, bid voor mij. Bid allen voor mij dat God mijn martelaarschap aanvaardt.' En dan geëmotioneerd: ,,Lieve papa en mama. Ik zeg dit allemaal, opdat jullie overtuigd raken dat ik naar het paradijs ga en dat mijn daad geenszins ketterij is (...) De jihad is een zeer nauwe plicht.'

De stem op het bandje is afkomstig van een 18-jarige Egyptenaar, Rida A. Toen de politie de Rotterdamse woning binnenviel, was Rida daar aanwezig. Hij werd aangehouden. Op het moment van zijn arrestatie stond hij, volgens justitie, op het punt te vertrekken naar een `onbekende bestemming' om deel te nemen aan de jihad.

In het Rotterdamse woonhuis trof de politie ook de Mauretanische asielzoeker Yahja El M. aan, de vermeende leider van een `rekruteringscel'. Yahja werd al een tijdje in de gaten gehouden door de AIVD. Gesprekken van hem werden afgeluisterd. Daarin had Yahja het over zijn plaats in ,,het elftal dat de wereldbeker wint'. De AIVD schreef in een ambtsbericht aan het openbaar ministerie – gedateerd 27 augustus 2002 – dat de groep rond de Mauretaniër deel uitmaakte van het Al-Qaeda-netwerk van Osama bin Laden. Een maand eerder stond volgens de veiligheidsdienst een door Yahja verzamelde groep ,,jihadisten' klaar voor vertrek naar ,,de boerderij', dat justitie uitlegt als een codewoord voor `jihad'. Yahja zou actief zijn in Rotterdam en Den Haag, nadat hij eerder in Eindhoven had geopereerd.

De politie vond meer cassettes op hetzelfde adres in Rotterdam. Op een daarvan is een Turkse Nederlander te horen, die kort daarop ook werd aangehouden. Deze Murat Ö. verklaart op de bandopname: ,,Ik beloof Abu Hamza, met de koran in mijn rechterhad, dat ik hem niet zal verraden.'

Abu Hamza? Doelt hij op Abu Hamza Al Masri, de eenogige radicale imam uit de inmiddels gesloten Finsbury Park-moskee in Londen? Nee, justitie legt zijn uitspraak uit als een gelofte van trouw aan Abu Hamza Hassan Hattab, de leider van de Groupe Salafiste pour la Prédication et le Combat (GSPC). Deze terroristische moslimorganisatie is van oorsprong Algerijns, maar al jaren ook in Europa actief. De `salafisten' zijn fundamentalistische moslims die streven naar het vestigen van een `wereldkalifaat'. Sommigen willen dat doen door middel van gewapende jihad. Uit onderzoek in andere Europese landen is gebleken dat de GSPC nauwe banden onderhoudt met Al-Qaeda.

Justitie denkt dat de moslimterroristen in Nederland zich op dezelfde wijze hebben georganiseerd als de GSPC in Algerije. Dat wil zeggen: er zijn niet alleen cellen, die elk hun eigen taak hebben, en met elkaar in contact staan via hun leiders. Nederland zou ook geografisch zijn opgedeeld in `militaire zones' met aan het hoofd `emirs'. Aanwijzing daarvoor is een cassettebandje waarop iemand zegt: ,,Wij zijn hier met broeder Amin, emir van het gebied Kollum. Hij bevindt zich in de zesde zone...'

Vervolg op pagina 24

DE EMIR VAN KOLLEM EN 'T ROKENDE TURF

Vervolg van pagina 23

Maker van zulke bandjes was Rodoin D. uit Eindhoven, staat te lezen in het strafdossier. Volgens justitie is hij het meesterbrein achter de Nederlandse organisatie. Met de bandjes die hij verspreidt als `Omroep van het juiste Pad' zou hij de organisatie informeren en aansturen.

Rodoin D., een 26-jarige illegaal uit Algerije, kwam vaak in de Al-Fourqaan-moskee in Eindhoven. ,,Iedereen kent D. in Eindhoven', verklaarde een verdachte tijdens een politieverhoor. Hij heeft ,,hetzelfde aanzien als een imam', zei een getuige. Rodoin kent de koran uit zijn hoofd en geeft volgens justitie ,,op basis van zijn religieuze charisma leiding aan de groep'.

Voor zover bekend bestaan er tussen Rodoin D. en de Al-Fourqaan-moskee geen formele banden. Maar volgens justitie gaf hij leiding aan een aantal ondergrondse organisaties binnen die moskee. Behalve met de Omroep van het Juiste Pad wordt hij in verband gebracht met Dar Al Almane, het `Huis van Veiligheid en Stabiliteit'. Dat is een (onbekende) plek waar Rodoin en zijn medeverdachten moslimjongeren troffen. Het Huis is volgens justitie nauw gelieerd aan de Al-Fourqaan-moskee in Eindhoven. Verder zou Rodoin in Eindhoven leiding hebben gegeven aan een `rekruteringscel'.

Afghanistan

Rodoin werd sinds juni 2001 tientallen keren afgeluisterd door de AIVD. Met name de gesprekken die hij voerde met een andere in Eindhoven gearresteeerde Algerijn, Jawad, leveren voor justitie overtuigend bewijsmateriaal op. De gesprekken gaan over ,,broeders' die vertrekken naar onduidelijke bestemmingen. Ze zouden bezig kunnen zijn met het organiseren van pelgrimsreizen naar Mekka, of met het begeleiden van illegalen. Justitie zegt dat het hier gaat om het zenden van jihadstrijders naar brandhaarden.

Op 18 juni 2001 werd Rodoin gebeld door Jawad.

Jawad: ,,Ik heb vandaag met de broeder gesproken. Hij zei: binnen zes of zeven dagen kunnen de broeders zonder problemen komen. Hij zei ook: als de broeders na zeven dagen pas gaan vertrekken, moet ik hem opnieuw bellen en hij gaat kijken of het kan.'

Rodoin: ,,Nee, nee, ze gaan niet na zeven dagen.'

Jawad: ,,(...) wat de schriften [paspoorten, volgens justitie] betreft, er moet in die schriften geen Arabische naam vermeld staan.'

Tien dagen later bellen ze opnieuw. Jawad vraagt: ,,Je kent deze broeder goed?'

Rodoin: ,,Ja, ik ken hem goed.'

Jawad: ,,Is hij al getraind?'

Rodoin: ,,Hij is getraind. Hij was al eerder daar. Hij kent de broeder Kamar en hij kent de groep.'

Nog een gesprek dat de aandacht trok, werd opgenomen op 2 december 2001. De aanslag op generaal Massoud in Afghanistan komt ter sprake. Jawad vraagt Rodoin of hij zich herinnert dat hij vertelde over de man die hij in de moskee heeft ontmoet. Rodoin bevestigt dat. En Jawad zegt: ,,Hij is via onze weg vertrokken. Ik ben degene die voor hem vanaf hier contacten heeft gelegd. Toen ik kwam, vroeg ik naar hem. Hij is degene die dat van Massoud heeft gedaan. God moge zijn ziel hebben.'

Rodoin: ,,Oké, maar je moet dit niet zo zeggen [door de telefoon, vult justitie aan].'

Jawad: ,,Ze hebben hier de jongens allemaal aangehouden (of: ontdekt). Ik ben echt bang.'

Rodoin: ,,Wees niet bang.'

Jawad: ,,De baard is hier niet geliefd (...) Ik bel weer 's nachts.'

Rodoin is ook degene die de `jihadreis' zou hebben georganiseerd die justitie heeft gereconstrueerd. Het gaat om de tocht die de 21-jarige Dadi M., een Nederlander van Algerijnse origine, eind 2001 naar Iran maakte. De politie vindt bij Rodoin een brief van Dadi. Dadi schrijft: ,,Ik heb besloten mijn plicht, de jihad, te gaan uitvoeren zodat ik de liefde en tevredenheid van God zal genieten, en mijn weerloze broeders in het islamitische Afghanistan te helpen. (...) Hopelijk zal God mij sparen in het hiernamaals en zal hij mij in de hemel ontvangen.'

Dadi vertrekt naar Iran, verblijft onder meer in Teheran, maar hij keert binnen een maand terug naar Nederland. Naar eigen zeggen was hij op bedevaart en wilde hij doorreizen naar Mekka. Geldgebrek zou dat hebben verhinderd. Maar justitie denkt dat zijn strijdplannen niet uitvoerbaar waren.

Aan Jawad meldt Rodoin op 29 november 2001 telefonisch dat ,,onze vriend' is vertrokken. ,,Hij was heel blij. Hij kon gisteren niet slapen van blijheid. (...) Hij heeft me gisteren een brief geschreven en hij heeft alles geregeld.' Mede-verdachte Taher B. zegt in een verklaring: ,,M. praat veel over El Jihad en wil graag vechten voor de El Jihad. Hij heeft me dat zelf verteld. (...) Alle bezoekers van de moskee (...) (Al-Fourqaan, red.) zijn bereid te vechten voor de islam.'

Maar de reis van Dadi mislukt, constateert justitie. Uit de telefoongesprekken tussen Jawad en Rodoin kan worden afgeleid dat Jawad Dadi achterna zou reizen. Justitie vermoedt dat hij hem wilde helpen Afghanistan binnen te komen en vermoedt dat de arrestatie van Jawad dat heeft verhinderd en dat Dadi daardoor onverrichter zake terugkeert.

Een andere verdachte is Khaled M. uit Eindhoven. Justitie noemt hem de ,,partij-ideoloog' van de organisatie. Khaled is een Noord-Afrikaanse asielzoeker. Hij was volgens justitie bibliothecaris in de Al-Fourqaan-moskee en voorzitter van de `commissie jeugdzaken'. Justitie denkt dat hij als docent betrokken was bij de werving van jongeren voor de jihad, onder wie de twee Marokkanen uit Eindhoven die in Kashmir werden doodgeschoten. Zelf noemt hij zich een geleerde die zo nu en dan jonge moslims uit de koran voorzong.

In de woning van Khaled vond de politie een pasfoto van Khalid El Hassnaoui, een van de in Kashmir omgekomen Eindhovenaren, en een namenlijstje van een `klasje' voor koranlessen op zaterdag. Daarop staan de namen van Hassnaoui en zijn broer Mohammed. Op het namenlijstje zetten de aanwezigen hun handtekening. In geval van verzuim moeten ze een boete betalen. Het klasje zou een jaar of vier geleden enkele zaterdagen bijeen zijn geweest voor koranles.

De politie vond nog iets in de woning van Khaled: een videocassette. Daarop is een amateuristisch filmverslag te zien van `de derde driedaagse Nederlands islamitische bijeenkomst', een jongerenkamp voor moslimjongeren op kampeerboerderij 't Rokende Turf aan de Reeuwijkse Plassen. De bijeenkomst werd gehouden in juni 2001. Titel: `De moslim in het Westen.' Een jonge deelnemer spreekt Khaled aan als imam. Een imam, zegt justitie, met ,,gerichte vormingsactiviteiten waarbij de jihad expliciet centraal staat'. Dat is op de beelden niet te zien, het zou moeten blijken uit de dialogen. Maar hoe serieus zijn die? Zo zegt een Marokkaanse jongen in een auto, op weg naar een kanotochtje op de plassen, bij wijze van grap: ,,We betreden hier het kamp Auschwitz, zodat deze fundamentalisten getraind worden tot het worden van commando's. Wij zijn zelfmoordcommando's.'

Volgens justitie zijn dergelijke kampen een ,,voorportaal tot het feitelijke rekruteren'. Onder de aanwezigen in het jongerenkamp meent justitie Ahmed El Bakiouli te herkennen, de andere in Kashmir doodgeschoten jongen. Maar de videoband is te slecht van kwaliteit om dat met zekerheid te zeggen.

Duikschool

Zo zijn er meer zwakke, `geconstrueerde' plekken in het dossier. Zoals het verhaal over de zones en de emirs (Zou er echt een emir van Kollum zijn?) En het verhaal over de Irakees Kasim Al A. Onder zijn leiding zouden ,,jihaddisten' zijn ,,opgeleid tot duiker om ergens in de wereld te kunnen worden ingezet voor het uitvoeren van terroristische activiteiten'. Op naam van Kasim zijn getuigschriften gevonden van een duikschool in Eindhoven, waar een Arabische instructeur zo'n 150 mannen, hoofdzakelijk van Arabische komaf, heeft opgeleid. Justitie is nog op zoek naar de instructeur en de andere duikers. Maar bronnen binnen het opsporingsapparaat geven toe dat van hen nog geen spoor is gevonden. Ook voor concrete plannen voor aanslagen heeft justitie geen enkele aanwijzing.

Wat verder opvalt: in het metersdikke strafdossier is de Al-Fourqaan doorgaans plaats van handeling, maar blijven de bestuurders van de moskee en de achterliggende stichting Al-Waqf al-Islami bijna volledig buiten schot. Volgens bronnen binnnen justitie komt dit door een gebrek aan onderzoekscapaciteit. Het openbaar ministerie heeft zich daarom geconcentreerd op de vermeende ronselaars, zoals ze door de AIVD waren aangewezen. Bij justitie gaat men er echter van uit dat de stichting Al-Waqf in de toekomst nog wel onderwerp zal worden van strafrechtelijk onderzoek.

Zo wijst eigen onderzoek van deze krant naar ronselpraktijken opnieuw in de richting van Eindhoven en de stichting Al-Waqf. Vooral de website van de Stichting Alwaqf Moslim Jongeren Holland (SAMJH) – Al-islaam.com – springt daarbij in het oog. De SAMJH was een `jeugdgroep' die werd gesponsord door Al-Waqf-Al-Islami. Wérd, want volgens Abou Sayfoullah, de 20-jarige informaticastudent die de website beheert, bestaat de SAMJH niet meer. Hij houdt de website tegenwoordig op eigen kosten in de lucht.

Op al-islaam.com zijn beelden te zien van een islamitisch jongerenkamp in Reeuwijk in de zomer van 2001. In korte interviewtjes vertellen jonge islamitische mannen over hoe leuk ze het hebben gehad op de `derde driedaagse bijeenkomst'. Anders dan in de moskee kun je op het kamp je vragen kwijt, vertelt een 28-jarige medewerker van de belastingdienst uit Amersfoort. ,,Hier zijn mensen die de Nederlandse taal beheersen.' Een jeugdhulpverlener uit dezelfde stad denkt dat de driedaagse bijeenkomst nuttig is voor jonge moslims, ,,met name voor de broeders die bezig zijn hun identiteit te ontdekken'.

Waarschijnlijk is dit het `kamp Auschwitz' uit het strafdossier, dezelfde plek waar volgens justitie de Noord-Afrikaan Khaled M. zijn rekruten heeft gezocht. Was deze derde Nederlands islamitische bijeenkomst een voorportaal van de jihad? Sayfoullah was zelf in Reeuwijk, vertelt hij, maar de Noord-Afrikaan heeft hij daar niet gezien. En de geronselde Khalid El-Bakiouli uit Eindhoven, die in Kashmir is gedood? De informaticastudent: ,,Ik ken drie, vier Bakiouli's. Ik weet voor 85 procent zeker dat geen van hen er was.'

De jongerenafdeling van Al-Waqf is opgericht, ,,vanuit bepaalde behoeften', zo meldt de organisatie zelf op de website Maghreb.nl. Een van die behoeften is het geven van ,,juiste informatie over de islam in het Nederlands'.

De juiste informatie over de islam volgens de jongeren is uiterst behoudend, zo niet radicaal, blijkt na een blik op al-islaam.com. De `cyber-imam', die op de site vragen van jongeren beantwoordt, verplicht vrouwen een hoofddoek te dragen en lange jurken (`tot de knie is niet lang genoeg') en verbiedt parfum. Mannen mogen hun baard niet bijknippen, homoseksualiteit is een influistering van de duivel en masturbatie leidt tot slechte ogen en verweking van het ruggenmerg.

Wie klikt op `audio en video', kan niet alleen de preek van Mohammed Cheppih over de hel beluisteren, maar ook anasheed, islamitische poëzie, lezen. Het zijn mystieke liederen die een hypnotiserende werking hebben op de luisteraar. Sommige liederen verheerlijken de jihad en het martelaarschap van de mujahedeen. ,,Voor God vechten ze' zingt een stem in het Arabisch in het lied `mujahedeen': ,,ze spoeden zich naar de hemel, zonder acht te slaan op pijn.'

Maar wordt hier opgeroepen tot gewapende jihad?

Die vraag dringt zich ook op, als je de discussie volgt van `el-Khattab', een besloten mailgroep van de SAMJH. De gesprekken gaan vrijwel zonder uitzondering over de Heilige Oorlog. `Ouderen', zoals `broeder' Abdul-Jabbar, lokken discussie uit en sturen die in de gewenste richting: inzet voor de da'wah, de islamitische `zaak'.

Oelema

Het is 31 maart, de Amerikanen en Britten voeren hun preventieve oorlog in Irak als broeder Abdul-Jabbar het woord neemt: ,,Van broeder Abdul-Jabbar, aan al mijn broeders en zusters: de Palestijnse verzetsbeweging Islamitische Jihad heeft gisteren (zondag) gezegd dat ze een eerste groep van haar strijders naar Bagdad heeft gestuurd om `martelaren-operaties` (...) uit te voeren tegen de Amerikaanse en Brits kruisvaarders.'

Rachid reageert dezelfde dag: ,,Ik vroeg me af, yaa agi (o moslimbroeder, red.), hebben niet de grote alims (geleerden, red.) de zelfmoordaanslagen zoals in Palestina bestempeld als niet van de islam? Dan kan het toch nooit goed zijn?

Op 8 april komt er antwoord: ,,Van Abdul-Jabbar, aan mijn broeder Rachid. Beste broeder, sorry voor mijn late reactie. Het is inderdaad zo dat enkele van onze grote `oelema' (islamitische schriftgeleerden, red.) een fatwa hebben uitgesproken, waarin ze zeggen dat ze vrezen dat `zelfmoordaanslagen` niet zijn toegestaan, of ze zeggen er geen bewijs voor te kunnen vinden. Andere `oelema's keuren het echter goed. Ik hang de mening aan dat het is toegestaan, mits er wordt voldaan aan bepaalde voorwaarden.'

Een dag eerder, 7 april, stuurt Bouchra een noodkreet rond. ,,Helemaal radeloos' wordt ze van de tv-beelden uit Irak. ,,Waarom verzamelen de moslims zich niet als één groep en gaan we niet op jihad?'

Op 12 april krijgt ze antwoord. ,,Van Abdul-Jabbar, aan mijn zuster Bouchra. Zuster, je stelt voor om met z'n allen op jihad te gaan (...) maar hoe stel je je dat voor? Met alle respect, maar bestaat er soms een uitzendbureau voor Mujahedeen (strijders van het geloof, red.)? Vacatures open voor Kashmir en Palestina? En als er al zoiets zou bestaan, denk je dan dat ik dat open en bloot zou vertellen op deze mailgroep, terwijl we weten dat de AIVD ook met ons meeleest? (...) Waar ik het over wil hebben is de onvolwassen houding die veel van onze jongeren aan de dag leggen wanneer ze over de Jihad praten; inderdaad zoals broeder Ismail al zei: alsof ze het over een wandeling in het park hebben. We zien vaak dat de mensen met de grootste mond over de Jihaad gewoon opgewonden pubers zijn die niet zo goed weten waar ze het over hebben (...) Voor deze pubers heb ik de volgende, oprechte adviezen vanuit mijn hart, en als de volgende adviezen strafbaar zijn volgens de AIVD (ronselen voor Jihaad?), dan moeten ze mij maar komen halen. Praat niet over dingen zonder kennis van zaken, en beloof geen dingen die je niet waar kunt maken (...) Ben je werkelijk van plan om te gaan ? Hou het dan voor je en roep het niet tegen iedereen om je heen. Ben je werkelijk bereid om te gaan ? Praat dan met andere mudjahedeen en luister naar hun verhalen, of kijk naar de vele videobanden over Bosnië of Tsjetsjenië. Lees zoveel mogelijk over het gebied waar je naartoe gaat, en bereid je hier voor door veel te vasten, zeer simpel te eten, ook eens buiten je donzen dekbed te slapen op de harde koude vloer, buiten te trainen in weer en wind en je boven alles geestelijk voor te bereiden door veel extra te bidden, da'wah (verspreiding van de islamitische boodschap, red.) te doen, te vasten, Qur'aan te lezen. (...) Denk daar maar eens over na... Zoals broeder Ismail al zei: vraag je eens af waarom een shahied (martelaar, red.) de hoogste beloning ontvangt die er maar bestaat. En kom daarna nog maar eens terug om over de Jihaad te kletsen.'

Wie is deze broeder Abdul-Jabbar? Het is Abdul-Jabbar van de Ven – `Jilles' van de Ven, voordat hij zich tot de islam bekeerde. Van de Ven wil tegenover deze krant geen reactie geven. In een interview met Trouw, ruim een jaar geleden, noemt hij zichzelf een `jongeren-imam'. Daarin zegt hij `trots' te zijn op het predikaat `fundamentalist' dat aan hem kleeft. Van de Ven is een van de drijvende krachten achter het blad Wij moslims, dat wordt uitgegeven door uitgeverij Momtazah in Helmond. Dat bedrijf wordt geleid door Abdellah Beckx, een andere bekeerling. Het blad kwam eerder al in opspraak, omdat het openlijk opriep tot de jihad.

Mijn hart ontploft

Grote delen van de inhoud van het blad zijn terug te vinden op islaam.com. Broeder Abdul-Jabbar is de meest aangehaalde imam op die site: in totaal twintig preken zijn in zijn geheel op al-islaam.com te lezen. Volgens webmaster Abou Sayfoullah ,,promoot' de site alle informatie over de islam die ,,betrouwbaar is'. Daaronder vallen wat hem betreft alle bijeenkomsten die Al-Waqf al-Islami organiseert. Abdul-Jabbar Van de Ven is een terugkerend spreker op die bijeenkomsten, net als Cheppih. Geen van beiden onderhoudt echter formele banden met Al-Waqf, zo benadrukt webmaster Abou Sayfoullah.

Maar worden er in Nederland moslims geronseld voor de gewapende strijd? Het beeld is incompleet, er zijn tot nu toe nog te weinig feiten. Moslims die justitie beschouwt als rekruten hebben de plaats van bestemming nooit bereikt. En van moslims die wel zouden zijn vertrokken naar een strijdtoneel, kan justitie weer niet met zekerheid vaststellen dat ze zijn geronseld voor jihad. En waar is de Nederlandse jihadstrijder die een aanslag heeft gepleegd?

Zo blijft nog onuidelijkheid bestaan over de fatale reis van de twee Eindhovenaren El Hassnaoui en El Bakiouli naar Kashmir. Waren ze onderweg naar de gewapende strijd? De AIVD en justitie zeggen dat beide jongens door de organisatie van Rodoin zijn geronseld. Maar geen van de verdachten wist waarom de jongens naar Kashmir zijn gegaan, hebben ze tegenover justitie verklaard. De afgeluisterde telefoongesprekken bevatten geen duidelijke aanknopingspunten over de reis van beide jongens. Bronnen binnen justitie geven toe dat er ,,te weinig hard materiaal' ligt om op dit punt tot bewijs te komen.

Verdacht lijkt wel een vondst in een open ruimte onder een kastje in het huis van Rodoin. Samen met het testament van Dadi werd daar een bandje aangetroffen met een opname van de rouwplechtigheid voor El Hassnaoui en El Bakiouli.

Of is dat niet meer dan ee jihadistische inkleuring van het drama achteraf?

Dat de Eindhovense jongens na hun dood in fundamentalistische moslimkringen tot martelaren voor het geloof worden beschouwd, lijkt duidelijk. Lees het gedicht `Mijn Hart Ontploft' dat op de achterkant van een kalender was geschreven in het huis van Dadi en Amar O.

,,Hun harten hebben gevochten en zij hebben de reis aanvaard naar de jihad (...) Zij hebben een les voor de jeugd achtergelaten, zij zijn leeuwen en ruiters, zij zijn de zonen van Okba en Nafir, zij zijn niet bang voor de dood in het slagveld.'

En dat zegt een Nederlandse vriend van Hassnaoui hen na op een testamentbandje, in antwoord op de vraag van Rodoin wat hij weet van de in Kashmir doodgeschoten jongens: ,,Deze twee broeders zijn nog niet eens begonnen met de strijd, en hebben nog niet de plek bereikt waar ze moesten wezen en kwamen om omwille van God. God zal hen met het hoogste paradijs belonen.'

En als er wel feiten blijken over ronselpraktijken in Nederland, is dat strafbaar volgens de letter van de wet? Ronselen als zodanig is in Nederland niet strafbaar. Het openbaar ministerie heeft voor de Rotterdamse rechtszaak tegen de dertien verdachten een verstoft wetsartikel van stal gehaald dat `hulp aan de vijand in tijden van oorlog' verbiedt. Daarmee kan ook een oorlog tegen een Nederlandse bondgenoot, zoals de Verenigde Staten, bedoeld worden.

Maar het is de vraag of die constructie slaagt. Consequentie is dat er alleen sprake kan zijn van een strafbaar feit als iemand in oorlogstijd naar Afghanistan reisde om de Talibaan te ondersteunen. Maar als het reisdoel Kashmir was, waar op het moment van afreizen geen oorlog was, zoals bij Hassnaoui en Bakiouli, lijkt justitie met lege handen te staan. Staatsrechtgeleerde De Lange beweerde tijdens de pro-formazitting tegen de dertien verdachten al dat een bredere uitleg van de wet – zoals bijvoorbeeld oorlog tegen Al-Qaeda – geen hout snijdt.

,Als Nederlandse joden naar Israël gaan om het leger daar te helpen', zegt Abou Sayfoullah, ,,dan maakt niemand daar een probleem van. Maar als jonge moslims zich verplicht voelen hun medemoslims te helpen met de inzet van hun eigen lichaam, worden ze als terroristen bestempeld.'

De jongeren van Al-Waqf zien het niet anders. De jihad is een onlosmakelijk deel van het ware geloof, zeggen ze, voor twijfel is geen ruimte. ,,Wie tegen de jihad is treedt buiten de oevers van de islam', zegt informaticastudent Abou Sayfoullah. ,,Zo iemand mag zich geen moslim noemen.' En de bekeerde Nederlander broeder Abdul-Jabbar moet vooral lachen om al de `rekruteringsverhalen'. ,,Ik ga het niet hebben over het hele ronselverhaal', schrijft hij op 12 april in de besloten mailgroep. ,,Want wat deze koeffaar (ongelovigen, red.) nog steeds niet schijnen te begrijpen is dat we het niet nodig hebben geronseld te worden. Als we het nieuws aanzetten zien we al genoeg om vrijwillig iets te gaan doen.'

Gerectificeerd

Al-Waqf

In het artikel De emir van Kollum en 't Rokende Turf (3 mei, pagina 23) staat dat de stichting Al-Waqf al-Islami de basisschool Oqba bin Naafi in Breda ondersteunt. Dit blijkt uit een prospectus van Al-Waqf zelf. De school en de stichting bestrijden dit. Volgens het schoolbestuur betrof de steun een eenmalige donatie uit 1992 voor een busje om leerlingen te vervoeren. Al-Waqf zegt ,,geen enkele' basisschool te ondersteunen.