De angst om ridder te voet te worden

Cor Boonstra is gisteren vrijgesproken van handel in aandelen met voorkennis. De ex-president-directeur van Philips was er gisteren niet verbaasd over. Wel had hij vanaf het begin het gevoel `dat Boonstra moest hangen'. 'Ik wil geen medelijden.Ik wil recht.'

Het eerste gesprek met Cor Boonstra (65) is op dinsdag 29 april, een paar dagen voor de uitspraak van de Amsterdamse rechtbank over zijn vermeende handel in aandelen met voorkennis. Hij zit aan de mahoniehouten tafel in de werkkamer van zijn Belgische huis. Voor hem liggen, op nette stapels, de papieren over zijn rechtszaak. Cor Boonstra begint zijn verhaal met de dag waarop hij in Amerika werd gebeld door zijn secretaresse, maart 2001. Er was, zei ze, een brief gekomen van de STE. Boonstra werd uitgenodigd om te komen praten over zijn transacties in aandelen Endemol van een jaar eerder. De STE – Stichting Toezicht Effectenverkeer, sinds een jaar Autoriteit Financiële Markten – vroeg hem of hij dat kon komen uitleggen. Cor Boonstra: ,,Ik dacht: dat moet een misverstand zijn.'' Het was een maand voordat hij afscheid nam als president-directeur van Philips.

Een paar weken na de brief zat Cor Boonstra op het kantoor van de STE in Amsterdam – hij met zijn advocaat aan de ene kant van een grote tafel, voorzitter Arthur Docters van Leeuwen met een van zijn directeuren en een notulist aan de andere kant. ,,Ik dacht dat de zaak zo opgelost zou zijn'', zegt Boonstra. ,,Maar in dat gesprek werd me duidelijk dat het voor hen doorgestoken kaart was. Ze dachten: hij heeft een relatie met mevrouw Tóth, dus heeft hij van háár gehoord dat Endemol zou worden overgenomen door Telefónica.'' Cor Boonstra had de aandelen Endemol begin maart 2000 gekocht, Sylvia Tóth was commissaris bij het bedrijf. Op vrijdag 17 maart werd de overname door het Spaanse telefoonbedrijf Telefónica bekendgemaakt. Op maandag 20 maart verkocht Boonstra de aandelen en maakte een winst van, zegt hij, 100.000 euro. Boonstra: ,,Ik begrijp dat Docters van Leeuwen wilde weten hoe dat zat. Sociaal stelde hij zich ook keurig op. Laat ik het zo formuleren: bij het afscheid heeft hij me een hand gegeven. Maar hij luisterde niet naar mij. Ik dacht: mijn god, hoe overtuig ik hem ervan dat het onzin is.''

De advocaat van Boonstra stuurde de STE een bij de notaris opgetekende verklaring van Sylvia Tóth waarin ze zei dat ze nooit met Cor Boonstra sprak over onderhandelingen van bedrijven waarvan zij commissaris was. Boonstra zei zelf dat hij de aandelen gekocht had, omdat een overname door een ander bedrijf op dat moment door alle beurshandelaars en bankiers voorspeld werd. ,,Ik was toch weer zo optimistisch dat ik dacht dat de zaak daarmee was afgedaan'', zegt Boonstra. ,,Maar een paar weken later sta ik in São Paolo te praten voor een zaal met vijfhonderd mensen, krijg ik een briefje onder mijn neus dat de STE aangifte heeft gedaan bij het openbaar ministerie.''

Alsof de grond onder hem werd weggetrokken – zo beschrijft hij het gevoel dat hij kreeg. Weer in Nederland merkte hij dat allerlei mensen er al van wisten. ,,De voorzitter van de raad van commissarissen van ABN Amro, waar ik commissaris zou worden, was gebeld door De Nederlandsche Bank. Het college van procureurs-generaal was op de hoogte gebracht, de minister van Justitie, de minister van Financiën en, nam ik aan, ook de ministerraad. Ik dacht: dit is niet meer te stoppen.''

Hij stuurde zelf een persbericht rond waarin hij zei waarvan hij verdacht werd. Op de avond van zijn afscheid, in Amsterdam, moest hij zich langs tientallen journalisten en cameramensen wringen om bij de ingang van het Concertgebouw te komen. ,,Het vonnis was toen al geveld'', zegt hij. ,,Ik was een graaier.'' Hij wordt nog boos als hij terugdenkt aan de ,,vunzigheden'' die over hem en zijn vriendin werden geschreven. Maar hij begrijpt wel, zegt hij, waardoor dat kwam. ,,Mevrouw Tóth was well to do en well known. En ik had altijd alle geluk van de wereld gehad. Al heel jong had ik directiefuncties, altijd bij grote en later ook internationale bedrijven. Na mijn afscheid van Sara Lee werd ik bij Philips binnengehaald voor een klus van 31 maanden. Ik bleef zeven jaar. En wat ik daar als president gedaan heb is, om het voorzichtig uit te drukken, niet onopgemerkt gebleven.''

Boonstra wordt onderbroken door de telefoon. De man die hem belt praat zo hard dat hij gemakkelijk te herkennen is als Cor van Zadelhoff, makelaar in onroerend goed. Hij is in Zuid-Frankrijk, aan de kust, en hij wil weten waar Boonstra's huis daar is. Dan kan hij even gaan kijken. Boonstra legt het hem uit en gaat dan verder over zijn carrière. Hij zegt: ,,Niemand mag claimen dat hij het altijd goed gedaan heeft.'' Daarna: ,,,In 1964 kwam ik bij de SRV, ik eindigde er als directeur. Van 1974 tot 1983 leidde ik Intradal. Dat heb ik tot een internationale organisatie mogen uitbouwen, waarna het naar Douwe Egberts ging, en daarna kwam Douwe Egberts door mij ook in een groeifase terecht. Toen heb ik me nog zes jaar in de directie van Sara Lee te pletter gewerkt. Al die jaren heb ik me voortdurend toegelegd op het aanscherpen van de normen van het zakendoen. Het zakenleven kent allerlei grappen om omzet en winst te vergroten. Ik ben er altijd alert op geweest dat het onder mijn verantwoordelijkheid niet gebeurde.'' Hij zwijgt even en zegt dan: ,,En dan word ik nu beschuldigd van onethisch gedrag.'' En: ,,Een langjarige carrière wordt zo aan de laars gelapt.''

Het kwam, zegt hij, de STE goed uit dat uitgerekend de president-directeur van Philips kon worden verdacht van handel in voorkennis. ,,De STE wil bepaalde normen voor de handel in aandelen doorgevoerd krijgen.'' Hij wil niet zeggen dat hij daarvoor gebruikt is. Maar iemand moet wel heel naïef zijn, zegt hij, om dat niet te dénken. Daarna praat hij verder over het afscheid in het Concertgebouw, waarvoor 350 mensen waren uitgenodigd, er was een ,,prachtige tafelschikking''.

Omdat hij het gesprek van de dag was, besloot hij om de avond ervoor ,,naar buiten te gaan'' in het televisieprogramma van Barend & Van Dorp. Hij zegt dat zijn advocaat dat bij de officier van justitie gemeld had. De officier van justitie had al eerder tegen zijn advocaat gezegd dat hij pas aan het eind van de week, na Boonstra's afscheid, zou besluiten of hij tot vervolging zou overgaan. Maar twee uur vóór het afscheid werd bekendgemaakt dat het openbaar ministerie een onderzoek begon. Boonstra: ,,Het was onmenselijk, om niet te zeggen onmagistratelijk. Het werd een verschrikkelijke avond. Je zag iedereen alleen maar denken: hoe schuldig is-ie?'' Voor het eerst in het gesprek is hij geëmotioneerd. ,,Bij het openbaar ministerie zeiden ze dat ze wel moesten, na Barend & Van Dorp. We moesten wel. Uitermate kwalijk. Ze deden het omdat mijn verhaal te duidelijk was geweest.''

U zou die avond bevorderd zijn tot commandeur in de Orde van Oranje Nassau.

,,Ik wist dat niet. Ik las in de krant dat het niet doorging.''

U vond het een grote eer toen u bij Sara Lee werd benoemd tot ridder in de Orde van Oranje Nassau.

,,Natuurlijk. Ik ben voor een maatschappij waarin zaken goed geregeld zijn en voor het koninklijk huis. Als Hare Majesteit haar handtekening zet onder een waardering voor een individu, dan is er voor dat individu alle reden om blij te zijn. Dus ik vond het niet prettig dat het niet doorging. Maar ik wil er verder niet zielig over doen.'' Opnieuw geëmotioneerd: ,,Ik verdóm het om zielig gevonden te worden.'' Weer rustig: ,,Mijn vader zei altijd: Cor, jongen, hou er rekening mee, wat wordt bijgeschreven, wordt ooit een keer afgerekend.''

Calvinistisch.

,,Hij was doopsgezind. Bang voor succes, altijd voorzichtig. Ik heb dat zelf ook. Ik ben altijd heel voorzichtig geweest.''

U? Voorzichtig?

,,Niet in mijn doen en laten. Maar wel in het beheer van mijn vermogen. Daarin ben ik altijd voorzichtig, zelfs conservatief geweest, 95 procent van mijn vermogen zit in obligaties en gekende fondsen.''

Dat is niet de voorzichtigheid die uw vader bedoelde.

,,Dat is waar. Zijn voorzichtigheid kwam voort uit het feit dat hij in de jaren '30 dat wat hij bezat was kwijtgeraakt. Daarna heeft hij zijn zaak weer opgebouwd.'' Zijn vader was melkboer in Friesland. ,,Hij hield er het gevoel dat eens alles wordt vereffend aan over.''

Is het geen bijgeloof, dat succes moet worden afgestraft?

,,Jawel. Maar het gebeurt wel vaak. Voor veel mensen is het onverdraaglijk om iemand te zien die én succes heeft én macht en zich niet verschuilt. Ik heb nooit geschroomd om voor mijn mening uit te komen. Mijn vader had dat nog sterker. Hij heeft gelukkig niet meegemaakt wat mij overkomen is. Maar als hij het wel had meegemaakt, dan was hij er heel vechtlustig van geworden.''

Net als u.

,,Zeker. Rug recht houden en je tijd afwachten.'' Alsof hij tegen zichzelf praat: ,,Je kunt wel boos of kwaad of geëmotioneerd zijn, maar wees het éven. Blijf dat niet te lang. Daarna moet je denken: wat ga ik van mijn leven maken? Ga maar naar de zee, ga naar de golven kijken. Bedenk dat die nog veel gevaarlijker kunnen zijn.'' Weer gewoon: ,,Ik heb de afgelopen twee jaar veel gevaren, veel naar muziek geluisterd, veel gelezen.''

Wat leest u graag?

,,Je kunt beter vragen: wat niet? Ik lees over de Tweede Wereldoorlog, over de nasleep ervan. En biografieën, alle biografieën. Ik heb net de biografie van Simenon gelezen. Ik lees graag biografieën van mensen die een bewonderenswaardige prestatie hebben geleverd.''

Geeft het ook troost?

,,Troost? Nee, geen troost. Ik heb geen troost nodig.''

Helpt het dan uw eigen tegenslag te relativeren?

,,Ik las een boek over de laatste zes presidenten van Amerika: Nixon, Reagan, de Bushes, Carter, Clinton. Over hoe ze allemaal door de maatschappij geattaqueerd zijn, alle zes, terecht of onterecht. Dat was heel leerzaam. Het plaatst mijn affaire in een miserabel klein hoekje. Ik ben vorig jaar naar Zuid-Amerika gevaren en weer terug, drie maanden op zee. Dat geeft hetzelfde effect. In die onvoorstelbaar imponerende natuur denk je: het is allemaal niet zo verschrikkelijk belangrijk.''

Maar u had zich het leven na Philips wel anders voorgesteld.

,,Mijn leven is totaal veranderd, en dat is een bijverschijnsel waar ik dankbaar voor ben. Voor de affaire had ik mijn commitment gegeven aan ABN Amro, Heineken – de holding en de NV – aan Numico en Singapore Airlines. En ik had al vier commissariaten en een aantal maatschappelijke functies.'' Hij bedoelt de stichtingen Nationaal Fonds Kunstbezit, Bevordering Geneeskundige Oncologie, en Maatschappij en Onderneming. Verder was hij voor de rechtszaak al commissaris bij Amstelland, Sara Lee, Atos Origin en Hunter Douglas. Boonstra: ,,De nieuwe commissariaten zijn niet doorgegaan, van de andere vier bedrijven heeft één het laten afweten.'' Hij noemt de naam niet, maar het was Sara Lee. ,,Nu heb ik dus maar drie commissariaten, en die hou ik aan uit loyaliteit en interesse, en omdat iedereen er kwaad van zal denken als ik het niet doe. Dan denkt iedereen: weggaan is weg moeten. Dat is een reden om te blijven zitten. Maar ik vind het een geluk dat ik al die andere commissariaten niet hoef te doen. Dan had ik me weer te pletter gewerkt.''

Waarom zou u het zonder de rechtszaak dan wel gedaan hebben?

,,Als je 37 jaar lang directiefuncties hebt vervuld, raak je verblind. Je denkt dan dat het zo moet. Ik heb zeer succesvolle ondernemers volledig ontworteld zien raken, toen ze op hun 72ste met hun commissariaten moesten stoppen.''

Een deel van de reis naar Zuid-Amerika maakte u met Ton Risseeuw (oprichter en voorheen president-directeur van Getronics) en Cor van Zadelhoff. Had u iets aan hen?

,,Ja. Ton Risseeuw heeft de laatste jaren ook veel meegemaakt.'' Na Risseeuws vertrek ging het al snel niet goed meer met Getronics. ,,In onze evaluaties van topmanagers in Nederland kwamen we tot de conclusie dat we wel erg kritisch waren. Dat leidde tot de conclusie dat we beiden als manager altijd heel moeilijk zijn geweest voor anderen. Veeleisend en strevend naar perfectie.''

Maar ook...?

Hij lacht. ,,Ook heel succesvol.''

Ton Risseeuw en u zijn ook allebei in de publieke opinie hard aangepakt.

,,Zeker. Maar ik ben aangepakt om een vermeende persoonlijke fout, niet om vermeende zakelijke fouten. Mijn taak was om bedrijven goed, fair en hard te leiden. Ik heb dat met succes gedaan en dat kan niemand me meer afnemen.''

Cor van Zadelhoff is veel rijker dan u en Ton Risseeuw samen, maar over mensen zoals hij wordt niet gezegd dat ze `graaiers' zijn, omdat zijn bedrijf niet aan de beurs genoteerd is. Steekt dat?

,,Ach nee, dat kan me niks schelen. Toen ik bij Sara Lee wegging, was ik al financieel onafhankelijk. Je wordt niet gemotiveerd door geld, maar door prestaties en door het aanzien dat je daarmee kunt creëren.''

Toch doet u uw best om van uw geld meer geld te maken.

,,Dat gaat vanzelf.''

Dat gaat niet vanzelf, u handelt in aandelen.

,,Je wordt verondersteld om goed te zorgen voor dat wat je is toevertrouwd.''

Door wie?

,,Dat zijn je normen. Ik heb één keer, toen ik net getrouwd was, van mijn vader 600 gulden geleend om kolen te kopen. Kun je nagaan hoe platzak ik was. In mijn eerste baan verdiende ik 9.000 gulden per jaar. Mijn eerste stock opties kreeg ik in 1984, bij Sara Lee. We kregen daar vier keer een stock split, dus ik maakte een zeer goede rit. Gelijktijdig is het je vak om andere bedrijven te beoordelen, om ze al dan niet te acquireren. Dat leidt tot een grote interesse in de aandelenmarkt. Je wordt geacht die interesse te hebben, ook persoonlijk. Bij Sara Lee werd ik geacht zelf aandelen te bezitten in het bedrijf.''

Maar is het voor een manager verstandig om ook zelf in aandelen te handelen?

,,Ik heb dat nooit uit handen willen geven. Alsof ik het zelf niet goed genoeg zou kunnen. Het kostte me misschien twintig minuten per maand. En ik heb mijn risico's altijd goed gespreid. Wat niet wil zeggen dat ik nooit eens een dreun heb gehad.''

World Online?

Dat vindt hij een domme vraag. Geïrriteerd: ,,Ik heb nooit een cent in World Online gestoken. Ik werd gebeld door ABN Amro, of ik interesse had. Ik zei: nee, dank u.'' Fel: ,,World Online was juist de reden dat ik Endemol kocht. Een paar maanden daarvoor had America Online voor 350 miljard dollar Time Warner overgenomen, alleen maar om zich te verzekeren van content.'' In de internethype, drie jaar geleden, waren alle internet- en telefoonbedrijven op zoek naar bedrijven die iets maakten dat ze hun klanten konden aanbieden – televisieprogramma's, spelletjes of films. Zelf maakten ze niets, ze hadden alleen verbindingen en abonnees. Boonstra: ,,Endemol was succesvol en iedereen kon zien aankomen dat het zou worden overgenomen, misschien wel door World Online. Dus natuurlijk kocht ik geen World Online, maar Endemol. Daar was de koersstijging te verwachten.'' Nog een keer: ,,Dat is de enige reden dat ik die aandelen heb gekocht.''

En hoe bewijst u dat?

,,Vanaf het begin heb ik tegen de STE gezegd: het was geen voorkennis, het was kennis. Er werd in alle kranten over geschreven.''

Eigenlijk zegt u: zo werkt het marktsysteem en zo moet het ook.

,,Zeker. Ik heb daar een rotsvast vertrouwen in.''

Wat is het prettige van rijk zijn?

,,'s Morgens in deze mooie omgeving wakker worden. Rondlopen in dit heerlijke huis. Onafhankelijk zijn. Ik ben opgegroeid in een huis met één-steensmuurtjes, 's winters lag het ijs op je dekens. De angst om ridder te voet te raken zal ik altijd houden. Maar geld helpt er wel tegen. Nog denk ik wel eens: als het goed gaat, heb ik nog vijfentwintig jaar voor me. En dan denk ik: zal dat gaan, met de inflatie en mijn lifestyle? Ik kan mijn kinderen een goed leven geven, dat is ook heel bevredigend. Ik heb tot mijn vijftiende kratten en melkbussen op wagens getild. Ik ben er dankbaar voor, maar ik zou er niet naar terug willen.''

Het heeft u ver gebracht. Uw kinderen hebben nooit melkkratten hoeven sjouwen, maar...

,,Over mijn kinderen wil ik het niet hebben. Al denk ik wel dat ze een gelukkiger leven hebben dan ik. Meer gericht op hun gezin, ze hebben er veel meer tijd voor. Maar in het algemeen ben ik het ermee eens dat te grote rijkdom een type mens creëert dat minder competitief is.''

De telefoon gaat weer, deze keer loopt Boonstra naar een andere kamer. Als hij terug is, zegt hij: ,,Jij bekijkt rijkdom vanuit een microperspectief. Laten we eens uitgaan van het macroperspectief. In 1982 kocht ik voor 9 miljoen dollar een bedrijf in Spanje. In 1986 kocht ik Van Nelle voor 395 miljoen gulden, dat was toen een schokkend bedrag. Daarna kocht ik voor 1,2 miljard gulden de consumentendivisie van Akzo. En daarna verkocht ik Polygram voor 22 miljard gulden. Kun je je voorstellen dat je anders naar dat soort bedragen gaat kijken? Ik vond mezelf maar een knulletje als ik voor Philips bedrijven kocht en de voormalige eigenaars gingen weg met een miljard dollar. En als je dan ziet hoeveel waarde ik heb toegevoegd aan Douwe Egberts, aan Sara Lee, aan Philips – dat zijn onmeetbare bedragen.''

U bedoelt dat het voor u normaal en rechtvaardig is om veel te bezitten.

,,Ik ben nooit een big spender geweest. In 1990 verkocht ik mijn boot, omdat ik er geen tijd voor had. Voor mijn pensionering heb ik een nieuwe laten bouwen...''

Voor de meeste mensen bent u daarmee een big spender, hoor.

,,De meeste mensen hebben in hun leven niet gedaan wat ik heb gedaan. Als ik als president van Philips in New York een man ontmoet die vijf vliegtuigen heeft en verschrikkelijk veel geld, alleen maar omdat hij een internetbedrijf heeft, een bedrijf waaraan ik zeer twijfelde, en als ik dan door die twijfel, die volkomen terecht is gebleken, Philips heb behoed voor verkeerde avonturen, als ik ervoor heb gezorgd dat de balans van Philips gezond is gebleven – mag ik dan zelf ook enig voordeel hebben?''

Boonstra heeft genoeg van het onderwerp. Hij vindt dat er in Nederland een tendens is om ,,grote entrepreneurs'' belachelijk te maken, door steeds maar weer over hun beloningen te beginnen. Hij denkt dat het komt door de terugval in de economie, waardoor veiligheid belangrijker is geworden dan risico nemen. Door die terugval, denkt hij, zijn veel mensen boos en gefrustreerd geraakt, omdat hun aandelen minder waard zijn geworden en ze hun geld kwijt zijn. Hij zegt: ,,De onlustgevoelens en de jaloezie die dat oproept, wordt niet in goede banen geleid door competente politieke leiders. Integendeel. Die gevoelens leiden tot een overmatige aandacht voor de beloningen van topmanagers.''

En dat verklaart ook de aandacht voor u?

,,Ik word gezien als zondebok. Het zij zo. Daar ga ik niet onder gebukt. Ik ga er onder gebukt dat de STE en het openbaar ministerie mijn verklaringen niet geloofden.''

En de rechter?

(Nogmaals: dit gesprek is op 29 april, drie dagen voor het vonnis.) Boonstra: ,,Ik verwacht vrijspraak in de Endemolzaak. Als ik ook maar één uur taakstraf krijg, ga ik in hoger beroep. En wat betreft Ahold...'' Cor Boonstra moest ook terechtstaan, omdat hij in augustus 2000 obligaties en aandelen Ahold verkocht, kort voordat Ahold de kwartaalcijfers publiceerde. Hij was commissaris bij Ahold. ,,Wat Ahold betreft heeft het openbaar ministerie op één punt gelijk: ik had die transacties moeten melden. Dat heb ik niet gedaan. Daar verwacht ik een boete voor.'' Opeens weer fel: ,,Maar van zoiets is nog nooit een zaak gemaakt bij het openbaar ministerie. Ik ben de eerste en de enige. In april 1999 werd de regel ingevoerd dat commissarissen en bestuurders hun transacties moesten melden. Ik wist dat niet. Ik had dat moeten weten. De STE, nu dan de AFM, heeft een paar andere commissarissen en bestuurders van andere bedrijven die het ook niet wisten een boete opgelegd – hooguit enkele tienduizenden euro's. Maar Boonstra komt er zo niet van af. Nee, Boonstra wordt voor de rechter gesleept.'' Voor het eerst in het gesprek klinkt hij cynisch. ,,En waarom? Omdat het de AFM en het openbaar ministerie zo bijzonder goed uitkomt. Ze willen een voorbeeld stellen. De AFM schreef in zijn jaarverslag over 2001 dat die nieuwe regel nog niet overal bekend is en dat mensen persoonlijk worden gecorrigeerd door het geven van informatie, eventueel door het opleggen van een boete. Maar Boonstra moet hangen.''

Hij pakt de pleitnota van zijn advocaat en leest de passage voor waarin wordt gezegd dat het een ,,proces in tweede instantie'' betreft. Het eerste proces werd gevoerd in de kranten. Hij haalt zijn schouders op en zegt dat het recht van het individu om als onschuldig te worden beschouwd tot het tegendeel is bewezen voor hem blijkbaar niet geldt. Hij vertelt over Hanneke Groenteman en Jan Marijnissen die hem de rug toedraaiden toen hij ze tegenkwam. Hij vertelt over de vrienden die hij is kwijtgeraakt, omdat ze niet meer met hem geassocieerd wilden worden.

Cor van Zadelhoff nodigde u uit voor zijn feest in het Concertgebouw, een paar weken geleden.

,,Maar ik ben niet gegaan. Dat kon ik toch niet doen? Ik wil niet de hele avond uitleg hoeven geven. Cor, jongen, hoe gaat het met je? Ik heb godverdomme geen zin om aan iedereen te verklaren hoe het met me gaat. Ik wil die aandacht niet. Ik wil geen medelijden. Ik wil recht.''

Na het gesprek, als het notitieblok dicht is, komt hij terug op de waarschuwing van zijn vader. Hij zegt: ,,Misschien moest ik wel een klap op mijn neus krijgen. Misschien dacht ik ook wel te veel van mezelf.''

Het tweede gesprek met Cor Boonstra is op vrijdag 2 mei, 5 uur 's middags, op het kantoor van zijn advocaat. Boonstra heeft het vonnis van de rechter een paar uur eerder gehoord via RTL5. Hij was vantevoren niet zenuwachtig, zegt hij. Hij was nieuwsgierig. En toen het vonnis over de Endemolzaak er was, voelde hij geen opluchting. Hij dacht: ,,Zie je wel.''

De rechter noemde het niet melden van uw transacties in aandelen Ahold ,,zeer laakbaar''. U kreeg een extra hoge boete.

Boonstra: ,,Ik vind het een te zwart-witte beoordeling. Niet objectief.'' De rechter, vindt hij, heeft in de Ahold-zaak niet naar zij argumenten geluisterd.