'Alleen in de tandheelkunde wordt vooruitgang geboekt'

Fameus is zijn serie Bored Couples, portretten van wanhopig kijkende echtparen aan tafel in een restaurant. Helemaal uitgepraat.

Verveling is een onderwerp waar fotograaf Martin Parr geen genoeg van kan krijgen. En kitsch, massaconsumptie, goedkope vakantieparken. Maar cynisch is hij niet.

Bas Heijne lunchte met de laconieke Engelsman in een buitenwijk van Bristol. 'Ik vind Las Vegas een buitengewoon boeiende stad, maar je moet zorgen dat je op tijd weg bent.'

'Eigenlijk hadden we naar de McDonald's moeten gaan. Dat is het beste decor voor een gesprek met mij'. Martin Parr lacht hard. De hellende straatjes van het Engelse Clifton, het welvarende deel van de oost-Engelse havenstad Bristol, blakeren zelfvoldaan in het zonlicht. Het is een van die schaarse plekken in het stedelijke Engeland die zich voegt naar de menselijke maat. De wereld van de fotograaf Parr is elders: de felgekleurde wereld van de hedendaagse massacultuur, een wereld van kitsch en kunstmatigheid, waarin mensen verloren en verveeld ronddolen, op zoek naar verlossing in eindeloze consumptie. 'Ik fotografeer wat niemand anders wil fotograferen', zegt Parr, terwijl we plaatsnemen op het plastic tuinmeubilair voor een klein eetcafé met gezond voedsel. Hij is lijzig en laconiek. Zijn gezicht is uitgestreken, een natuurlijke afweer tegen al te persoonlijke benaderingen. Parr fotografeert het Engeland van de goedkope vakantieparken en de volkse badplaatsen, het massatoerisme, de geprefabriceerde ervaringen van het moderne leven. Zijn eigenzinnige projecten wisselt hij af met opdrachten, waaronder tegenwoordig ook modefotografie; de verhouding is vijftig-vijftig zegt hij.

Tijdens zijn reizen in opdracht fotografeert hij zijn particuliere obsessies. In Autoportrait verzamelde hij de portretten die hij over de hele wereld van zichzelf liet maken in goedkope portretstudio's, vaak in de meest prullige decors; alleen zijn eigen illusieloze gezicht blijft onveranderd, onaangeraakt door het bordkarton van zijn omgeving. Voor The Phonebook fotografeerde hij overal ter wereld mensen die mobiel bellen; een indrukwekkende diversiteit van mensen, die allemaal hetzelfde anders doen. Het project dat hij nu in zijn achterhoofd heeft, vertelt hij, heet The Last Parking Space. Overal waar hij komt, is hij gespitst op die ene open plek tussen de rijen geparkeerde auto's. Voor veel mensen is dat een soort heilige graal geworden, zegt hij. Hij heeft al in twintig landen foto's genomen. 'Uiteindelijk wordt dat een boek. Ik weet nog niet of het een kunstboek wordt, of een mainstream boek. Misschien ziet het er zo saai uit dat niemand het wil hebben.'

Zwaarmoedig

Zijn vroege werk uit de jaren zestig en zeventig, zoals zijn foto's van een verlaten religieuze gemeenschap in het noorden van Engeland, was vooral zwart-wit en zwaarmoedig. 'In het begin was ik niet zo eigenzinnig. Ik fotografeerde de onderwerpen die anderen ook deden, en op dezelfde manier. Als je in de jaren zeventig een serieuze fotograaf wilde zijn, dan werkte je in zwart-wit. Pas gaandeweg kreeg ik oog voor de dingen waar de meeste fotografen geen belangstelling voor hadden, onderwerpen als toerisme en de consumptiemaatschappij. Die werden ten onrechte genegeerd, vond ik. Ze speelden een wezenlijke rol in de levens van mensen als ikzelf, iemand uit de middenklasse, dus moesten ze vastgelegd worden. De fotografie wordt teveel bepaald door tradities en conventies. Waarom fotografeert men wel altijd tijdens huwelijken en nooit tijdens begrafenissen?'

Die conventies van de fotografie zijn natuurlijk ook maatschappelijke conventies. Massatoerisme en massaconsumptie zijn onderwerpen die zich slecht verhouden met de westerse idealen van individualisme en zelfontplooiing. 'Naarmate het proces van globalisatie vordert, heeft men er ook meer oog voor gekregen. Toen ik met fotograferen begon, bestond dat woord niet eens. Je kunt mijn vroege werk zien als een hulde aan het bestaan, en mijn latere als een kritiek op de wereld zoals hij is. Die verandering heeft zich langzaam voltrokken. Als je er getuige van bent hoe de wereld steeds meer fucked-up raakt, en ziet hoe de Amerikaanse cultuur steeds dominanter wordt, kun je niet rustig doorgaan met de mooie dingen vast te leggen. Niet dat mijn werk alleen maar negatief is. Zeker niet.'

Nee, maar vanaf het begin hebben de mensen die Parr vastlegde ook iets hopeloos, of ze zich nu in een bouwvallige kerk in een verlaten landschap bevinden of temidden van de extatische kitsch van Las Vegas. 'Er zijn mensen die mijn foto's voyeuristisch en cynisch vinden.'

Dat bedoel ik niet. Ondanks zijn afstandelijke, ironische blik zijn Parrs foto's niet liefdeloos. Alleen maakt de wereld waarin zijn mensen zich bevinden vaak een uitzichtloze indruk. 'Maar ik beschouw dat als een eerlijke voorstelling van hoe de wereld zich aan mij voordoet.'

Beschouwt hij zichzelf als een pessimist? 'Niet als je van dag tot dag leeft. Maar als je het geheel in ogenschouw neemt, kun je toch moeilijk zoiets als vooruitgang bespeuren. Het enige gebied waarin vooruitgang wordt geboekt, lijkt het, is de tandheelkunde. Je kunt je nu laten behandelen zonder pijn te voelen. Al het andere lijkt bergafwaarts te gaan.'

Toch zien veel van de mensen die hij portretteerde er niet diep ongelukkig uit. Hoogstens wezenloos. 'In het begin van mijn carrière heb ik een tijd gewerkt als fotograaf bij Butlin's, de goedkope vakantiekampen voor de modale Engelse burger die in de jaren vijftig en

zestig populair waren. Ik maakte portretfoto's van de vakantiegangers om in mijn onderhoud te voorzien en tegelijk werkte ik aan mijn eigen project over deze vorm van toerisme. Ik denk dat ik me toen bewust werd van mijn haat-liefde verhouding met Engeland, en de rest van de wereld. Mijn houding is van nature ambivalent. Dat zie je, denk ik, in mijn foto's terug. Behalve die somberheid zie je ook affectie en respect. Veel mensen willen er of het een of het ander in zien, maar daar kan ik niets aan doen.'

Raakt hem de kritiek van mensen die hem een cynische voyeur noemen? 'Op een gegeven moment kom je erachter dat het je geen kwaad doet wanneer je een beetje controversieel bent. En zulke kritiek komt altijd van Engelsen.' Hoe zou dat komen? 'Men voelt zich er ongemakkelijk bij. Het komt te dichtbij, denk ik.'

Wezenloze omgevingen

Parr verblijft een groot deel van zijn tijd in wezenloze omgevingen. Zelf verkeerde ik eens na twee weken Las Vegas op het randje van de zelfmoord. Iemand zoals hij, die kunstmatigheid en geestdodendheid als zijn voornaamste onderwerpen heeft, moet zich af en toe toch wel bedrukt voelen.

Parr, onverwacht monter: 'Je moet ook niet twee weken in Las Vegas blijven. Een week is meer dan genoeg. Ik vind het een geweldig boeiende stad, maar je moet zorgen dat je op tijd weg bent.'

Is fotografie ook een middel om afstand te bewaren? 'Misschien, je bent betrokken door het maken van foto's, maar je blijft ook altijd een outsider. Waar je ook bent.' Zit hem dat wel eens dwars? Afwerend: 'Niet echt nee. Toen ik dat eenmaal besefte, voelde het als een opluchting.'

Parr is gefascineerd door verveling. Hij bezit een fameuze verzameling zogenaamde boring postcards, waaruit hij al twee boeken samenstelde: verlaten snelwegen, kantoorpanden van grauw beton, parkeerplaatsen, interieurs van wegrestaurants die tot zelfmoord uitnodigen. Dat er eens, in de jaren zestig en zeventig, ansichtkaarten van gemaakt zijn, maken die foto's behalve hilarisch ook vreemd aandoenlijk. Zelf maakte Parr een serie Bored couples, waarin stelletjes zichtbaar het verlangen naar sociaal verkeer opgeven. Toen hij erachter kwam dat er in Oregon een stadje bestaat met de naam Boring, aarzelde hij geen moment. Hij fotografeerde er dagenlang. 'Het was een soort pelgrimstocht. Gelukkig was het daar net zo saai als ik gehoopt had.'

Waarom verveling? 'Het is een groeimarkt in onze samenleving. We krijgen steeds meer vrije tijd, er is steeds meer entertainment. We verwachten vierentwintig uur per dag vermaakt te worden, maar hoeveel televisiekanalen er ook zijn, hoe uitgestrekt het internet ook wordt, mensen raken onherroepelijk verveeld. Mensen weten niet meer hoe ze met elkaar moeten praten. Volgens de statistieken eet veertig procent van de Britten zijn avondeten voor de televisie.'

Waar komt die verveling vandaan? 'Uit de verwachting dat je voortdurend vermaakt zult worden.'

En waarom willen mensen eindeloos vermaakt worden? Omdat ze nergens blijvend houvast vinden, er geen dragende ideeën meer zijn om je leven vorm te geven?

Parr, beslist: 'Ik ben geen filosoof. Ook geen intellectueel. Ik heb geen antwoorden, ik onderzoek. Ik volg mijn instinct en leg vast wat volgens mij vastgelegd moet worden.'

Maar het moet meer zijn dan plichtsgevoel. Wat trekt Parr aan in een verveeld echtpaar? 'Ik zie er een soort onthulling in. Natuurlijk zijn mijn foto's ook bedenksels, mijn uiterst subjectieve kijk op de wereld. Ik zie er op foto's zelf vaak verveeld uit, terwijl ik dat helemaal niet ben. In die zin maak ik fictie.'

Kwetsbaarheid

Op de portretten die Parr van zichzelf liet maken voor het boekje

Autoportrait ziet hij er eerder wezenloos uit dan verveeld. De studio's met hun bizarre decors geven hem steeds een andere omgeving, maar hijzelf verandert niet. 'Het boek is in de eerste plaats een ode aan de portretstudio's die je overal ter wereld vindt. Ik wilde ook laten zien dat we allemaal in een droom leven, in onze eigen verzinsels.' Maar die verzinsels zijn ook flinterdun, je kijkt er zo doorheen. 'Natuurlijk, want het zijn leugens. Net zoals je foto's kunt laten maken waarop alle rimpels uit je gezicht zijn verdwenen. De werkelijkheid laat zich niet zo gemakkelijk veranderen.' Juist omdat Parr op een ironische manier de verzinsels waarmee mensen zich

omringen ontmaskert, krijgen de mannen en vrouwen op zijn foto's iets hulpeloos. Ze zien er verloren uit. 'Maar veel mensen voelen zich ook verloren.'

Tegelijkertijd behouden ze hun menselijke waardigheid. 'Zeker. Ik voel me aangetrokken tot verval, maar ook tot het instinctieve verzet ertegen. Goede komieken vinden hun humor in hun gevoel voor de menselijke kwetsbaarheid. Dat is precies waar ik ook naar zoek. Humor is ook zo'n beetje het enige waar Engelsen nog werkelijk goed in zijn. We kunnen om onszelf lachen, dat is wat ons uiteindelijk redt.'

En Parr zelf? Van jongs af aan is hij een verwoed verzamelaar; als jongen verzamelde hij munten en stenen, tegenwoordig verzamelt hij vooral foto's. Bij hem thuis bevindt zich een reusachtige verzameling fotoboeken, waaronder veel werk van Nederlandse fotografen. Hoe manisch zijn verzamelwoede is, blijkt uit het feit dat hij een fotoboek van Ed van der Elsken in vijf verschillende edities bezit. Hij werkt, zegt hij, aan een geschiedenis van het fotoboek. Hoe moet ik me dat voorstellen? 'Er is zoveel, niemand weet hoeveel, en het is eigenlijk nooit in kaart gebracht. In Rusland en Japan heb ik wonderlijke fotoboeken gevonden waarvan niemand het bestaan vermoedt. Natuurlijk wordt het een uiterst subjectieve geschiedenis, mijn geschiedenis.'

Maar de bedoeling is dat hij ter illustratie fotoboeken gaat fotograferen, zodat je foto's van Parr van de foto's van andere fotografen krijgt? Een soort zelfportret dus ook? 'Zeker. Alleen zal ik niets van mijn eigen werk opnemen. Ik heb veel belangstelling voor het werk van andere fotografen, voor de fotografie als zodanig. Als kunstvorm is de fotografie in Engeland heel lang niet serieus genomen. Maar mij fascineert vooral de manier waarop de fotografie is doorgedrongen in onze samenleving. In een winkel zie ik wel eens hoe mensen hun portemonnee tevoorschijn halen en dan zie ik hoe ze daarin fotootjes van hun dierbaren bewaren. Voor hen is er geen enkele foto zo belangrijk als deze. Dat ontroert me. Ik denk erover om een project te doen over de foto's die mensen in hun portemonnees hebben.'

De alomvattende liefde van Parr voor de fotografie doet me denken aan de befaamde uitspraak van de dichter Mallarmé, die zei dat alles op de wereld bestaat om uiteindelijk in een boek terecht te komen. Bij Parr is het de wereld die erom vraagt gefotografeerd te worden. 'Zoals je hebt kunnen zien heb ik thuis bijna geen ruimte meer. Vroeger verzamelde ik echte voorwerpen, nu foto's. Van mensen en voorwerpen, maar ook van ideeën. Dat neemt in ieder geval minder ruimte in beslag.'

Voelt hij zich wel eens bedrukt door zijn eigen verzamelwoede? Zijn huis puilt uit, zijn verzameling zal nooit compleet zijn. 'Helemaal niet. Het is een missie. Een voordeel van het gearriveerd zijn is dat je geld genoeg hebt om de foto's en boeken te kopen die je zoekt en ook dat je serieus wordt genomen wanneer je met een nieuw project komt aanzetten.' Maar is het ook een middel om de verveling buiten de deur te houden, de leegte waarin zoveel van zijn geportretteerde mannen en vrouwen ronddobberen? 'Als ik me verveel ga ik op het internet bij Ebay zoeken naar iets dat ik nog niet heb.'

Heeft dat niets beklemmends voor hem? Zelf heb ik thuis duizenden cd's waarvan ik weet dat ik de meeste nooit zal beluisteren. Soms verlang ik naar een witgeschilderde kamer met helemaal niets erin. Parr: 'Daarom vraag je mij of ik me af en toe niet bedrukt voel door mijn verzameling? Je hebt natuurlijk gelijk.' En om van dat gevoel af te komen gaat hij met nog meer energie door met verzamelen? 'Natuurlijk.'

Van 31 mei t/m 31 augustus is in de Kunsthal de tentoonstelling

[streamers]

'Op een gegeven moment kom je er achter dat het je geen kwaad doet wanneer je een beetje controversieel bent.'

'Ik ben geen filosoof. Ook geen intellectueel. Ik heb geen antwoorden, ik onderzoek.'

'Humor is ook zo'n beetje het enige waar Engelsen nog werkelijk goed in zijn.'