Varkens met vleugels

In plaats van een dier te schilderen of tentoon te stellen, kun je ook zelf een nieuw, levend dier maken. Zo maakt Koen Vanmechelen `kunstzinnige kippen'.

De kans is groot dat de belangrijkste kunstwerken van Koen Vanmechelen volgende week niet op de Kunstrai te zien zullen zijn. Misschien bestaan ze dan zelfs niet meer. In opdracht van de Belgische overheid kunnen ze elk moment vernietigd worden. Vanmechelen (Sint-Truiden, 1965) maakt kippen. Sinds 1998 kruist hij nationale kippenrassen met elkaar. Hij begon met de Mechelse koekoek en de poulet de Bresse. Na België en Frankrijk volgden de redcap (Engeland), de Jersey giant (Amerika) en het Dresdner Huhn (Duitsland). In Amsterdam zou het resultaat van de paring van de hieruit voortgekomen kip met de Nederlandse uilebaard getoond moeten worden. De kuikens, vast niet meer `zilverzwartgeloverd' of `gezoomd blauw' zoals het de zuivere kippen van dit Oudhollandse ras betaamt, hadden in het paviljoen van het Gem, het museum voor actuele kunst Den Haag, rond moeten scharrelen. Nu is hun kooi leeg. Ook kunstzinnige kippen mogen niet vervoerd worden.

Misschien zijn de Mechelse uilebaardjes al dood. De vogelpest is aangetroffen op een bedrijf in Vanmechelens woonplaats Meeuwen-Gruitrode, waar hij inmiddels vijf generaties kippen heeft lopen. Misschien zullen ook al deze dieren geruimd worden. ,,Als we de dieren thuis moeten afmaken, zal de Mechelse redcap niet meer bestaan'', zegt Vanmechelen. Hij vindt dat erg, maar niet heel erg. ,,Het hoort erbij. Het is de taak van de kunst om de wereld transparanter te maken. Ik ben geen activist, ik ageer niet tegen de bio-industrie. Ook de vogelpest vindt een plaats in dit project, zegt iets over de manier waarop wij leven.'' De kunstenaar zal nu op de Kunstrai naast een lege kooi foto's en video's van zijn bastaarden en opgezette dieren laten zien. Vanmechelen heeft uit voorzorg een aantal kippen op boerderijen elders in België en Frankrijk ondergebracht, zodat zijn Cosmopolitan Chicken Project niet in gevaar komt. Hij is van plan door te gaan met kippen uit vele landen te kruisen, zodat uiteindelijk een universele bastaard zal ontstaan, een kosmopolitische kip. Wie weet hoeveel deze kip zal lijken op de moeder van alle kippen, het oerhoen gallus gallus gallus, dat meer dan 7.000 jaar geleden in Zuidoost-Azië voor het eerst gedomesticeerd werd.

Kamhoen

Vanmechelen gaat eens in de twee jaar op bedevaart naar dit rode kamhoen, waarvan alle huidige kippen afstammen. Dit dier scharrelt in het wild onder meer nog rond in Nepal, aan de voet van de Himalaya. ,,Zoiets moois als het oerhoen kunnen wij niet maken'', zegt Vanmechelen, die ook van deze vogel exemplaren houdt in Meeuwen-Gruitrode. De bedevaart naar het oerhoen in zijn natuurlijke omgeving lijkt een oefening in nederigheid. De natuur is de leermeester der kunsten. Letterlijk. De bedevaart doet ook denken aan de eerste regels van een gedicht van Hans Faverey:

De mooiste vogel, die door ijsvogels

kan worden gemaakt, is zelf

een ijsvogel.

Mensen hebben van het rode kamhoen Engelse krieltjes gemaakt en reuzen uit Jersey, kraaikoppen en roodkoppen en Hamburgers. De eier- en vleesproductie loopt nog steeds op.

Levende dieren zijn al vaker in de kunst gebruikt. Kurt Schwitters liet in de jaren twintig van de vorige eeuw marmotjes door zijn Merzbau in Hannover lopen. Dalí liet in 1938 op de surrealisme-tentoonstelling in Parijs 200 wijngaardslakken door een auto kruipen. Kounellis stelde in 1969 paarden tentoon in een Romeinse galerie; Beuys leefde in 1974 samen met een coyote in een galerie in New York. De voorbeelden worden naarmate we dichter bij nu komen steeds talrijker. Levende varkens, vinken, vliegen, muggen, mieren, ze zijn de afgelopen jaren allemaal de kunst binnengehaald.

Biologie

Voor deze ontwikkeling is zowel de kunst als de biologie verantwoordelijk. In de vorige eeuw is het aantal middelen waarmee kunstenaars kunnen werken enorm uitgebreid. Duchamps urinoir effende de weg. De uilebaard komt al voor op zeventiende-eeuwse schilderijen, bijvoorbeeld die van Jan Steen. Nu hoeft de kip niet meer geschilderd te worden. De uilebaard is zelf kunst. De beschrijving van deze kip door kwekers wordt door dezelfde, leken bevreemdende, precisie gekenmerkt als die van kunstwerken in een veilingcatalogus. De bevedering van de uilebaard moet volgens de Hollandse standaard `weelderig en iets los zijn, de donspartij goed gevuld'; de rug `breed en enigszins afgeplat tussen de schouders'; het zadel `breed, belangrijk ontwikkeld'.

De gedachte dat een dier kunst kan zijn, heeft niet alleen Duchamp als vader. Ook Darwin is er een voorouder van. In The Origin of Species (1859) gebruikte hij de veredeling van planten en dieren door de mens ter ondersteuning van zijn theorie van natuurlijke selectie. Mensen selecteerden niet alleen op nut, maar ook op schoonheid. In The variation of animals and plants under domestication, negen jaar na The Origin uitgegeven, schrijft Darwin uitgebreid over het fokken van kippen. Een kennis liet een door hem gefokte haan opzetten `gewoon omdat hij zo mooi was'. Toch heeft deze gedachte er niet meteen toe geleid dat de kwekers van kippen, dahlia's of chihuahua's kunstenaars zijn. Dat het kweken van levende organismes kunst zou kunnen opleveren, is pas veel later in zwang gekomen. Met terugwerkende kracht zou je nu ook Darwin zelf wegens zijn uitzonderlijk schone haan een kunstenaar kunnen noemen. Maar voor er zo over gedacht kon worden, moesten er in de biologie nog meer ontdekkingen worden gedaan, zoals de erfelijkheidswetten van Mendel en de structuur van DNA. Genetische manipulatie is nu een toverwoord, ook in de kunst.

Een van de eersten die een genetisch gemanipuleerd kunstwerk maakte, is de Amerikaan Joe Davis. In 1989 liet hij in het DNA van een bacterie, E. coli, bekende bewoner van de menselijke darm, een menselijke boodschap schrijven. Deze Microvenus van synthetisch DNA is een runenteken dat symbool staat voor vrouw, vruchtbaarheid en voortplanting en voor het leven zelf. Een ander bekend genetisch gemanipuleerd kunstwerk is GPF Bunny van de Braziliaan Eduardo Kac, die in 2000 een konijn wilde exposeren dat in zijn DNA het gen van een kwal draagt, waardoor het fluorescerend groen is geworden. Het transgene konijn, Alba gedoopt, mocht door Kac echter niet uit het laboratorium worden meegenomen.

Net als tegen genetisch gemanipuleerd voedsel bestaat er veel weerstand tegen genetisch gemanipuleerde kunst. Aan de schepping moet je niet morrelen.

Een rechtvaardiging voor deze levenskunst wordt vaak gezocht in het feit dat kunstenaars nu eenmaal nieuwe technieken gebruiken en dat die technieken de kunst ten goede zullen komen. De camera, de fax, de computer, het internet, ze zijn uit de kunst niet meer weg te denken. En zonder de uitvinding van de verftube was het impressionisme niet mogelijk geweest. Wie weet wat ons nu te wachten staat? Een andere verdediging van biologische kunst is zeggen dat ze eigenlijk al bestaat. Mensen manipuleren dieren al eeuwenlang, ze hebben er nu alleen snellere manieren voor gevonden. Elke uilebaard en elk paard is eigenlijk een kunstwerk. De Amerikaanse kunstenaar George Gessert bedacht hiervoor de term `genetische volkskunst'.

Een pionier in het denken over deze nieuwe kunst was de Engelse kunsthistoricus Jack Burnham. In het boek Beyond Modern Sculpture (1968) fantaseerde hij over de beeldhouwkunst van de eenentwintigte eeuw. ,,We kunnen terugkijken op de lange traditie van figuratieve beeldhouwkunst en het korte intermezzo van het formalisme als een uitvoerige, geestelijke generale repetitie voor denkende machines. Terwijl de Cybernetische Kunst van deze generatie steeds intelligenter en ontwikkelder wordt, neemt de Griekse obsessie met `levende' beeldhouwkunst een onvoorstelbare werkelijkheid aan.'' Het verhaal van Pygmalion hoeft geen verhaal meer te blijven. De beeldhouwer heeft geen godheid meer nodig om zijn sculptuur leven in te blazen. Het onderscheid tussen natuur en cultuur vervaagt.

Schok

Het interessantste van de nieuwe biologische kunst is dat ze niets hoeft na te bootsen. Kunstenaars hebben zich in de vorige eeuw in groten getale afgekeerd van de mimesis, van de illusie die de westerse kunst eeuwenlang in haar greep heeft gehouden. Even bood het gewoon tentoonstellen van de werkelijkheid in plaats van haar af te beelden, een oplossing. Maar een paard kun je maar één keer als kunstwerk exposeren, daarna is het gewoon weer een paard, genetische volkskunst of niet. De schok van het nieuwe ebt snel weg. Tentoongestelde kippen roepen nog slechts een glimlach op. De biologische kunst kan uit deze impasse een uitweg bieden. In plaats van een paard te schilderen of tentoon te stellen, kun je aan het paard zelf gaan knutselen. Nog mooier zou het zijn om zelf een heel nieuw dier te maken. Voor mensen die zich soms in de werkelijkheid vervelen, is dat een opluchtend perspectief. Niet alles hoeft zo te blijven als het is. ,,De natuur heeft haar beste tijd gehad'', schreef J.-K. Huysmans in Tegen de keer (1884). ,,Door de weerzinwekkende uniformiteit van het landschap heeft de aandachtige, verfijnde waarnemer er voorgoed genoeg van gekregen; (...) wat een eentonig warenhuis van weilanden en bomen, wat zijn bergen en zeeën toch banaal ingedeeld.''

Het grootste probleem van de nieuwe levenskunst is dat de fantasie zo ver voorloopt op de werkelijkheid. Zelfs de als transgene kunst gepresenteerde werken zijn een stuk minder reëel dan hun makers doen vermoeden. Het konijn van Kac wordt bijvoorbeeld altijd afgebeeld alsof het helemaal groen is. Op de beroemdste foto van Alba ligt het dier in de armen van de wetenschapper verrukkelijk groen te wezen. In werkelijkheid is het alleen de huid van het dier die groen oplicht, niet de vacht, en dat doet die bovendien alleen onder bepaald blauw licht. Het zal nog wel even duren voor er 's nachts lichtgevende konijntjes over de akkers huppelen. Daar komt nog bij dat Alba niet door en zelfs niet speciaal voor Kac is gemaakt. In het Franse laboratorium waarvan hij hulp vroeg, maakten ze wel meer fluorescerende konijnen, die allemaal voor wetenschappelijk onderzoek werden gebruikt. Ook muizen met het kwalleneiwit GFP zijn in het laboratorium niets bijzonders. Alba is dus een readymade.

Ook bij andere biologische kunstwerken kun je je afvragen of ze wel echt zo tot stand gekomen zijn als wordt beweerd. Groeit uit de cactus van Laura Cinti echt mensenhaar of is deze sculptuur nep? Hoe Davis zijn runenteken nu precies in het DNA van een bacterie onderbracht, blijft ook na lezing van talloze artikelen vaag. Is het wel echt gebeurd?

Hoe moeilijk het voor leken is uit te maken wat wel of niet kan in de biologie, mag blijken uit het verhaal over de afdeling Genetisch Ontwerpen aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. Deze nieuwe afdeling zou in september 2003 van start gaan. Een aantal studenten draaide vorig jaar al proef en werkte onder meer aan guppen die tweehonderd jaar oud worden en duiven die rozerode poep produceren. Kunstenaar en docent Taco Stolk, `hoofd genetisch ontwerpen', werd toen de opleiding na het rondsturen van een persbericht in het nieuws kwam, meteen een proces aangedaan door de Vereniging Dierproefvrij. Ook meldden zich twintig studenten voor de opleiding aan en zelfs een aantal leraren. Nog steeds gelooft niet iedereen dat de opleiding genetisch ontwerpen virtueel is. Stolk wil de afdeling geen practical joke noemen. Misschien bestaat er over een paar decennia wel echt zo'n opleiding. ,,Twintig jaar geleden waren mensen bang voor kunstmatige intelligentie, die ons zou overvleugelen. Nu is men bang voor genetisch gemanipuleerde monsters van Frankenstein. Het gaat in de genetica ook om grote onderwerpen. Maar de technologie zelf is objectief. Je kunt hem goed en slecht gebruiken. Je moet het ook de kans geven zich in een goede richting te ontwikkelen. Daar kan zo'n opleiding een rol in spelen.''

Sommige projecten wekken de hoop dat ze geen sciencefiction hoeven te blijven, zoals de eeuwigdurende gup van Simone Noot, die in de niet-virtuele studiegids schrijft: ,,Van toen ik nog klein was herinnerde ik me het hartverscheurende verdriet van mijn zusje als er weer eens een huisdier was doodgegaan. Daardoor kwam ik op het idee om een dier te maken dat enorm oud wordt – een huisdier dat zijn baasje overleeft.'' Volgens Noot is zo'n langlevend huisdier ook een interessant sociaal gegeven. En inderdaad, het heeft wel iets om te bedenken dat je vis je overgrootvader nog heeft gekend.

Voorlopig is virtuele levenskunst veruit in de meerderheid. Het Gem speelt daarop in door behalve het project van Vanmechelen op de Kunstrai ook digitaal gemanipuleerde foto's tentoon te stellen. Koen Hauser exposeert bijvoorbeeld een foto van een meisje wier gezicht sterk lijkt op dat van de kat die ze in haar armen houdt. Van Margi Geerlinks zijn er meisjes te zien op wier huid madeliefjes groeien. Was het maar zo makkelijk. Hoe moeilijk het is, blijkt uit een project van het Australische kunstenaarsduo Tissue Culture & Art. In een laboratorium van de universiteit van Perth werken zij met weefselkweek. Voor kunstwerken passen zij dezelfde techniek toe als die de beroemde muis zijn menselijk oor gaf (en die veel mensen zo aan de visioenen van Jeroen Bosch deed denken). Tissue Culture liet onder meer huidcellen van een varken groeien in de vorm van vleugels. Dit ter illustratie van de Engelse uitdrukking pigs might fly, wat zoiets als `met Sint Juttemis' betekent. De varkensvleugeltjes van Tissue Culture meten maar een paar centimeter.

Vliegen

Voorlopig zijn met ouderwets kweken indrukwekkender resultaten te boeken. De Amerikaanse kunstenares Andrea Zittel ontwierp in 1993 een broedinstallatie voor kippen. Breeding Unit for Reassigning Flight is zo in elkaar gezet dat kippen door steeds hogere poortjes moesten vliegen om eieren te leggen. De uitgekomen eieren zouden weer kippen opleveren die nog hoger moesten vliegen. Zittel wilde met dit experiment de kip, een vogel die het vliegen verleerd is, weer een belangrijke oorspronkelijke eigenschap teruggeven. Ook Koen Vanmechelen houdt zich in zijn Cosmopolitan Chicken Project niet aan de regels die van kippen kippen hebben gemaakt. Hij selecteert de kippen waarmee hij fokt zo onbewust en ondoordacht mogelijk. Soms laat hij zelfs twee `mislukkingen' met elkaar paren. Op een pluimveetentoonstelling in Frankrijk toonde Vanmechelen laatst een van zijn unieke bastaarden aan de keurmeester. ,,Hij vond het een volmaakte kip. Hij kon er niets op aanmerken. De meeste kippen moeten voldoen aan allerlei uitgebreide voorschriften en ze zijn zelden perfect. Van de een zijn de poten te blauw voor de standaard, van de ander is de snavel te kort. Voor mijn kip had de keurmeester geen enkel referentiepunt. Het was niet bekend aan welke esthetische eisen hij moest voldoen.'' Vanmechelen bekommert zich evenmin om de nuttigheid van zijn kippen, om de eier- en vleesproductie. Als biologisch kunstenaar `rotzooit hij maar wat an', om de beroemde woorden van Karel Appel over zijn schilderijen te lenen. Toch mag ook bij hem de kip niet zomaar kip zijn. Vanmechelen ziet in zijn kippen een reusachtige metaforenmachine. De kippen die Vanmechelen voor zijn project uitzoekt, zeggen volgens hem bijvoorbeeld iets over het land waar ze vandaan komen. Zo is de poulet de Bresse getooid met de kleuren van de Franse vlag en roept de Mechelse koekoek met zijn logge lichaam en zware poten figuren van de Vlaamse schilder Permeke op. De grootste kip ter wereld, de Jersey giant is, hoe kan het anders, Amerikaans en de opkomst van het Dresdner Huhn valt samen met de wederopbouw van Duitsland. Zo is er voor elke gekozen kip een verhaal te verzinnen. Samen vertellen de dieren een verhaal over globalisering, nationalisme en racisme. Zo sluipt de illusie toch weer de kunst binnen. Kippen zijn net mensen.

Het boek `Cosmopolitan Chicken Project' is verschenen bij uitg. Ludion, prijs €39,50 euro

De tentoonstelling `The Cosmopolitan Chicken – Mechelse Dresdner Desire' is t/m 22 juni te zien in Vlaams Cultureel Centrum De Brakke Grond, Nes 45, Amsterdam. Inl:. (020) 6229014 of www.brakkegrond.nl

`GEM-technologie en Fotomanipulatie' is te zien op de Kunstrai, 7 t/m 11 mei. Inl.: www.kunstrai.nl