Twee halve eeuwen

Wim Kok, arbeiderszoon te Bergambacht, was twaalf toen de destijds 28-jarige Wim van Est uit Sint Willebrord zichzelf en de Ronde van Frankrijk in Nederland beroemd maakte door zich als eerste landgenoot in de gele trui te rijden en een dag later een val van zeventig meter op de hellingen van de Col d'Aubisque te overleven. Ze zullen daar bij Kok thuis destijds niet opgewonden van zijn geraakt, want vader Kok had andere dingen aan zijn hoofd dan de heldendaden van beroepswielrenners in vreemde landen. Bovendien was er nog geen televisie en bood de radio nog niet meer dan als live gepresenteerde maar feitelijk ingeblikte Tour-verslagen van Jan Cottaar, ooit een van de goden van mijn jeugd, later mijn eerste baas bij deze krant.

Wie destijds wat van de Tour wilde zien, met een vanzelfsprekende vertraging van een dag of wat, moest het hebben van de door Philip Bloemendaals prachtige stem begeleide beelden van het Polygoon-bioscoopjournaal. Dat zal een kind uit Bergambacht in die dagen zelden hebben gezien. Zomer 1951, zelf een Haags jochie van bijna elf was ik zó ernstig in de greep van de Tour-bacil dat ik mijn even eerder hertrouwde moeder, die op huwelijksreis in Oostenrijk was, dagelijks op de hoogte meende te moeten houden in pertinente brieven waarvoor Jan Cottaars ,,finishreportages'' de bron waren en die ze natuurlijk pas dagen later kreeg. Met veel Van Est, Wout Wagtmans en Jan Nolten, en andere renners van bezuiden de Moerdijk, voor een randstedeling toen nog tamelijk exotische helden. Al was er indertijd ook een Amsterdammer die meedeed, maar dat was dan ook een soort exoot met de naam `Tarzan' van Breenen. De wereld, een wereld van krakende radio's zonder Jeugdjournaal, leek toen veel groter en toch overzichtelijker. Wanneer Jacques Heetmann uit ,,Mestreech'' de zuidelijke voetbaluitslagen in AVRO's zondagse sportrubriek zangerig voordroeg (Kimbria-Bleijerheide 0-0, Chevremont-Limburgia 1-1) waande je je haast even met het buitenland verbonden, al wist je beter. Nostalgics, ik vraag vergiffenis.

Met de dood van de 80 jaar geworden Van Est, een krachtmens met bijnamen als `de Locomotief' en `de man uit het Heike', kwamen de herinneringen die het NOS-Journaal, Nova en Barend & Van Dorp gisteren uitzonden op dezelfde avond als de al langer geprogrammeerde actuele Zembla-documentaire over Kok: Wim is nog niet weg. Toeval, zeker, maar wat kon opvallen is hoe in beide gevallen de beelden en verhalen een halve eeuw tussen vroeger en nu overbrugden. Kok, qua grondvorm naar eigen zeggen een kind van de oorlogsjaren en de eerste jaren daarna, na acht jaar premierschap naar eigen inzicht door de tijd ingehaald. Van Est, wegens een smokkelaffaire in de jaren veertig tot zes maanden cel veroordeeld, een halve eeuw later vooral daarom te licht bevonden voor een koninklijke onderscheiding. Die mededeling deed Rini Wagtmans, oud-renner en buurjongen van Van Est, met wie Barend & Van Dorp een snelle en goede greep hadden gedaan. Het beleefde oudeherencompliment dat Wagtmans in datzelfde programma maakte aan de stralende zwemster en wereldkampioene Inge de Bruijn overspande trouwens ook zoiets als een generatiekloof. Zij gaf hem een knipoog waarmee Simon Carmiggelt of Godfried Bomans ooit een eind hadden kunnen komen.

Die Kok-documentaire, gisteren op deze pagina al besproken door Joop Meijnen, had best wat langer mogen zijn. Mooi waren de beelden van een bezoek dat Kok als oud-premier en parttimer voor de Europese Commissie maakte aan Tsjechië. De beelden van die gerespecteerde held geworden antiheld uit Bergambacht hadden wat van onze eigen Schweyk in Praag. Met een zelfuitgesproken voorkeur voor Kafka en diens verbazing en angst over ,,het labyrint van de ambtelijke bureaucratie''. Je zou uit zijn mond ook wel wat meer hebben willen horen over, zeg, Den Uyl. Of over zijn afkeer van militair geweld of zijn angst voor ,,massahysterie'', die hem als vakbondsbestuurder bij acties geregeld beving. Of over het feit dat hij de personele samenstelling van zijn tweede paarse kabinet achteraf graag ,,wat spannender'' had gezien. We wachten dus, met Joop Meijnen, op een vervolg.