Totaal zat van het zappen

`Un flop total', noemde mijn Parijse boekhandelaar het stripalbum dat Frédéric Beigbeder vorig najaar maakte samen met Philippe Bertrand. Er werd in die winkel welgeteld één exemplaar van verkocht en de rest is retour uitgever gegaan. In de andere boekhandels is het Beigbeders stripdebuut, Rester normal, al niet veel beter vergaan. Blijkbaar was de lezer niet gecharmeerd van deze flauwe satire over het leven der multimiljonairs.

Dat zal even slikken zijn geweest voor de literaire yup Beigbeder, die tot op dat moment alles wat hij aanraakte in goud zag veranderen. Eerst toen hij nog bij een beroemd reclamebureau werkte en zoveel geld verdiende dat zelfs hij het niet allemaal alleen kon opsnuiven, en daarna toen hij in zijn bestseller 99F diezelfde reclamewereld genadeloos afkraakte.

Sindsdien heeft Beigbeder het als copywriter goed verbruid en kreeg hij zijn ontslag aangezegd. Maar in literaire kringen is hij intussen het gouden jongetje geworden – met een eigen column in het roddelblad Voici, een eigen televisieprogramma op Canal+, en de vierde plaats op het lijstje veelbelovende jonge schrijvers dat Le Figaro onlangs publiceerde na een enquête onder literaire critici. Bovendien heeft uitgeverij Flammarion de 35-jarige schrijver nu binnengehaald als nieuwe literair directeur. Er wordt gefluisterd dat die benoeming vooral te maken heeft met Beigbeders vriendschap met Michel Houellebecq. Flammarion zou op die manier trachten hun topauteur – alle uitgevers maken hem het hof – nog even voor zich te behouden.

Geen wonder dat Beigbeder aan schrijven niet meer toekomt. Sinds 99F (€6.99 in de Nederlandse vertaling) drie jaar geleden verscheen, is er geen nieuw werk meer van hem geweest. Vandaar dat De Geus nu een van Beigbeders eerdere boeken vertaalde: Liefde duurt drie jaar, uit 1997. De titel beslaat precies de inhoud van het boek, waarin de verteller, een dubbelganger van Beigbeder zelf, vertelt over zijn huwelijk dat drie jaar duurde, en de buitenechtelijke relatie die hij had met de beeldschone Alice.

Het boek eindigt op het moment dat hij en Alice drie jaar bij elkaar zijn, en het blijft dus een onbeantwoorde vraag of het hem dit keer wel zal lukken langer bij een vrouw te blijven. Daarvoor moeten hij en Alice (van wie we weinig meer te horen krijgen dan dat ze twee ranke benen heeft en `een sensueel, van pronte vruchten (eveneens twee) voorzien bovenlichaam') de magische grens oversteken waar de verliefdheid overgaat in kameraadschap. Tot op dat moment heeft de verteller dit halsstarrig geweigerd en zich verzet tegen `het echtelijke totalitarisme'. Zijn devies is: `Als je vrouw op weg is om een vriendin te worden, is het tijd om een vriendin te vragen je vrouw te worden.'

In het laatste hoofdstuk zegt de verteller dat hij een liefdesroman had willen schrijven in heel simpele zinnen: `het moeilijkste, kortom, wat er is'. Die liefdesroman is inderdaad niet gelukt, maar dat ligt niet aan het gebrek aan simpele zinnen in Beigbeders roman. Zijn opleiding als copywriter heeft hem genoeg gevoel voor de slogan opgeleverd, en zijn roman wemelt van de kreten als `Het leven is een sit-com', of `De mooiste feesten zijn de feesten die we binnen in ons zelf vieren'. Als hij ze echt belangrijk vindt, schrijft hij ze met hoofdletters: `ELKE MAN DIE NA ZIJN 30STE NOG IN LEVEN IS, IS EEN LUL'.

In 99F leven we nog vóór het grote demasqué van de reclamewereld: Beigbeders alter ego werkt nog bij een reclamebureau en verdient geld als water. Zijn liefdesperikelen spelen zich af tegen een decor van flashy appartementen, chique clubs en beroemde restaurants. Toch maakt dat zijn roman er niet interessanter op. De oppervlakkigheid en leegte van het Parijse jetset-wereldje heeft Beigbeder later in zijn reclameroman scherper en geestiger op de hak genomen. Bovendien is het niet het wereldje of de consumptiemaatschappij hier het onderwerp, maar de aan een moderne variant van spleen lijdende verteller zelf. Hier spreekt een man die lijdt aan ongenoegen, en die er niet uitkomt of zijn problemen nu te wijten zijn aan de zapcultuur, aan zijn eigen karakter, of aan de liefde die nu eenmaal nooit goed kan aflopen. Hij is een gespleten ziel: enerzijds een unieke en creatieve geest, een lijdende, romantische held die neerkijkt op de al te gewone mensen om hem heen, anderzijds is hij de grootste nul van allemaal. `Ik baal ervan om mij te zijn', verzucht hij uiteindelijk. En dat kan de lezer alleen maar beamen: wat een straf om een personage van Beigbeder te zijn.

Frédéric Beigbeder: Liefde duurt drie jaar. Vertaald uit het Frans door Marianne Kaas. De Geus, 157 blz. €16,90

Frédéric Beigbeder et Philippe Bertrand: Rester normal. Editions Dargaud, 48 blz. €12,60