Theologen, doe gewoon

`Wetenschap, kunst en religie zijn alledrie bezig met het raadsel van het menselijk bestaan, de omringende wereld en de relatie tussen die twee. De wetenschap neemt daarin, in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, geen bijzondere plaats in, in die zin dat zij `objectief' zou zijn en de andere twee `subjectief'. Dat schreef de Delftse hoogleraar natuurkunde Arie van den Beukel in 1990 in De dingen hebben hun geheim, gedachten over natuurkunde, mens en God. Onlangs verscheen de achttiende druk, wat in deze categorie ten minste 25.000 exemplaren betekent.

Centraal element in dat boek is de relativering van natuurwetenschappelijke kennis. Die kennis is veel minder absoluut dan door velen wordt aangenomen. Natuurwetenschappers en anderen die het door hen gecreëerde wereldbeeld als ultieme werkelijkheid zien, maken zich op zijn minst schuldig aan zelfoverschatting, zeg maar gewoon: arrogantie. Wetenschap heeft dan geen dienende functie meer, maar is tot afgod geworden, aldus Van den Beukel.

Een uitgever zou een dief van zijn eigen portemonnee zijn als hij zo'n succesvol auteur niet stimuleert tot nieuwe publicaties. Voor de talrijke fans van Van den Beukel is nu een nieuw boek verschenen: Waarom ik blijf. Daarin borduurt hij niet alleen voort op plaats en betekenis van natuurwetenschappelijke kennis, maar stelt hij ook allerlei andere onderwerpen aan de orde. Het boek is een verzameling van ten dele eerder verschenen columns, lezingen en kritieken, die Van den Beukel in de loop der jaren voor uiteenlopende gelegenheden en verschillende bladen heeft geschreven.

Hoofdbestanddeel is een kritische evaluatie van het werk van de gereformeerde theologen Kuitert en Den Heyer. Hij concludeert dat beiden in hun boeken wetenschap en persoonlijke opvattingen dooreen mengen, waarbij ze gebruik maken van het overigens niet hardgemaakte gezag van de wetenschap om hun persoonlijke opvattingen kracht bij te zetten. Bovendien vindt hij dat ze zichzelf nogal eens tegenspreken. Waarom volgen theologen niet de gewoonte van de natuurwetenschappers en leggen zij hun wetenschappelijke producten niet ter beoordeling voor aan ter zake kundige collega's? Dat zou de kwaliteit ten goede komen.

Zijn kritiek op de kerk geldt overigens niet alleen moderne theologen, maar evenzeer de kerkvorsten die ruziënd over straat rolden na de trouwdienst van prins Maurits en Marilène. In het verlengde daarvan vraagt hij zich af waarom hij lid van de kerk is gebleven. Ook de christelijke fundamentalisten krijgen een veeg uit de pan. Het stoort hem dat deze mensen zichzelf bijbelgetrouw noemen, alsof andere christenen dat niet zijn. Hij maakt ook duidelijk weinig op te hebben met het creationisme, dat ondanks alles wat er bekend is over het ontstaan van de aarde blijft vasthouden aan een schepping van zes dagen. Maar ook meer triviale kwesties als `de economie van de bladblazer' en de millenniumwisseling komen aan de orde.

Van den Beukel schrijft onderhoudend, zijn stukken zijn op een prettige manier eigenzinnig, maar het waarom van dit allegaartje wordt niet echt duidelijk. Misschien heeft hij ook alleen maar zijn bureau willen opruimen.

A. van den Beukel: Waarom ik blijf. Gedachten over geloof, theologie en wetenschap. Ten Have, 176 blz. €14,90