Opbranden voor de show

`Gisteren was ik aan het dagdromen dat ik onthaald was door Liz Taylor in Beverly Hills', schreef Willem Ruis op zijn negentiende in zijn dagboek. `Wat ben ik anders afschuwelijk jaloers op Trea Dobbs, die nu reeds (17 jaar en naar mijn mening weinig ontwikkeld, maar in ieder geval érg handig) een Peugeot 404 heeft gekocht. Lieve hemel, ik wou dat ik vast zo ver was.' En even verderop: `Wanneer ik de meeste omroepbladen doorkijk, geloof ik dat mij een jaloers gevoel bekruipt. Het kan ook machteloosheid zijn. Maar in ieder geval ben ik niet tevreden met mijn positie, die ik heden heb.'

Hij moest en hij zou beroemd worden, en hij werd het. Met een niets en bijna niemand ontziende dadendrang groeide Willem Ruis in de jaren zeventig uit tot een showmaster, zoals de Nederlandse televisie die nooit eerder had gekend – en sindsdien ook niet meer zou krijgen. Van zijn shows maakte hij een snelkookpan, waarin alles en iedereen onder zo'n hoge druk kwam te staan, dat het leek alsof de zaak ieder moment kon exploderen. `Willem Ruis was geen man die maat kon houden', concludeert zijn biograaf Gijs Groenteman, en dat is zacht uitgedrukt. Als een wildeman joeg hij op het grootste van het grootste, en het beste van het beste. Tot hij even snel opbrandde als het tv-oeuvre dat hij schiep.

In het beeld dat Groenteman van hem oproept komt de omslag twee jaar nadat Klaas Willem Ruis – zoals hij voluit heette – aan zijn dagboek had toevertrouwd hoezeer hij hunkerde naar roem. Toen, in 1964, kende iedereen hem nog als Klaas. Maar tijdens zijn militaire diensttijd, in 1966, besloot hij voortaan Willem te willen zijn. `Bij zijn naamsverandering hoorde een nieuw zelfvertrouwen dat bijna niet te schaden was', aldus de biograaf. `Klaas was gevoelig geweest, bij tijd en wijle kwetsbaar, meevoelend en zeer emotioneel, een dromer. Willem daarentegen schermde deze kanten zorgvuldig van de buitenwereld af; hij werd een bluffer.'

En sindsdien ging het snel, al was het Ruis nog lang niet snel genoeg. Als hofmeester bij de KLM maakte hij op reis inventieve radioreportages, waarvoor hij al gauw emplooi vond bij de VARA. Toen zijn KLM-contract drie jaar later afliep, kon hij dan ook meteen bij de radio terecht. Weliswaar als freelancer, maar in de praktijk fulltime. In de zomer van 1971 was hij de getalenteerde, meelevende reporter, die het dagelijkse radiocontact onderhield toen de VARA achtereenvolgens Godfried Bomans en Jan Wolkers een week op Rottumerplaat liet doorbrengen. Ook viel hij op door de losse, kwajongensachtige manier waarop hij het sportprogramma Langs de lijn presenteerde.

Maar voor Ruis was dat allemaal nog veel te weinig. Eerst wist hij zich door zijn vasthoudende charme naar binnen te praten bij het productieteam van Mies Bouwman, via haar kwam hij in contact met Aad van den Heuvel die hem filmpjes liet maken voor de avondvullende J.C.J. van Speyk Show, en in 1976 meldde KRO's amusementsproducer Jos van der Valk zich. Of hij er iets voor voelde een kleine zomerquiz te presenteren. En toen speelde Willem Ruis hoog spel. Hier diende zich dus zijn intens gewenste doorbraak als tv-presentator aan. Zo'n zomerquizje was hem echter veel te min. Hij antwoordde, dat hij graag op het verzoek inging – op voorwaarde dat het een grote show in het hoogseizoen zou worden, onder de titel De Willem Ruis Show.

Na een weekend bedenktijd ging Van der Valk op alle eisen in. A star was born. Willem Ruis verscheen in zijn eerste uitzending alsof hij dit werk al jaren deed, aldus zijn biograaf. `Presentatoren van televiziequizzen in Nederland waren tot op dat moment nogal grijs geweest, een beetje stoffig, erg áárdig. Willem was jong, knap, sexy, wild en snel. Televisie was zijn medium.' In tegenstelling tot zijn voorgangers wenste hij niet gebonden te zijn aan de vooraf afgesproken loopjes en camerastandpunten – van het ene kruisje op de studiovloer naar het andere. Hij vond zijn kracht in de spontane ingevingen, en ging ervan uit dat de camera's hem maar moesten volgen, in plaats van andersom. Prompt noemde de tv-recensent van het Algemeen Dagblad hem `een natuurtalent'.

In totaal heeft Ruis' duizelingwekkende tv-carrière tien jaar geduurd, inclusief een veelbesproken transfer naar de VARA (voor drie ton per jaar). De show ging hem boven alles, ten koste van zijn huwelijk en zijn gezondheid. In de laatste jaren snoof hij cocaïne. Het moet een rusteloos bestaan zijn geweest, dat door Gijs Groenteman in een sobere, feitelijke stijl wordt beschreven. Afgezien van enkele stilistische onhandigheden (zoals een `hij' die in één zin voortdurend van identiteit verandert) en een paar verkeerd gespelde namen, is De Willem Ruis Show een strak geschreven verhaal dat een onontkoombaar beeld oproept van een monomane aandachttrekker die op de toppen van zijn kunnen leefde. Typerend is een passage over een vakantie, waarin een collega hem leerde catamaran-zeilen. Halsoverkop stapte Ruis aan boord: `Hij zeilde met ware doodsverachting.' Dat gold vast en zeker ook voor de manier waarop hij zijn shows maakte.

Kritiekloos is Groenteman niet. Integendeel. Tegenover het air van de alleskunner dat de showman zo graag opbouwde, stelt de biograaf de nuchtere waarheid: Ruis danste belabberd, beschikte over weinig acteertalent en stelde als zanger evenmin veel voor. Als hij een duetje met een beroemde gast wilde playbacken, moest zijn zang in de geluidsstudio zo ongeveer woord voor woord worden gemonteerd. Hij wist best dat het publiek helemaal niet zo gediend was van zijn zang en dans, zei hij eens in de show van Sonja Barend, maar hij moest nu eenmaal zo nodig veelzijdig zijn. `En ik denk dat de mensen het misschien later gaan waarderen', voegde hij er hoopvol aan toe. Maar dat is niet gebeurd – en ook Groenteman kan het niet beter maken dan het was.

Het boek is eveneens kritisch over het kokette sentiment van de meeste `droomnummers' waarmee Ruis zichzelf en de show, middenin alle drukte, af en toe stopzette. Die nummers dienden om te vertederen, en om hem in zang en dans te laten uitbarsten, maar allengs werden ze steeds somberder en grimmiger. Groenteman onthult dat Ruis in zijn laatste seizoen zelfs een begrafenisscène wilde maken, als reactie op de bezuinigingen die de VARA zijn show oplegde. Daarin zou hij zelf het dodelijke slachtoffer zijn. Dat was een van de zeer weinige keren, dat zijn omgeving hem kon overhalen iets niet te doen.

Ook van de spelletjes in zijn laatste shows wist Willem Ruis nog een daverende heksenketel te maken, al viel wel op dat zijn blik veel berekenender was geworden dan in het begin. Vanuit zijn ooghoeken stond hij zichtbaar in de gaten te houden of zijn effectbejag het gewenste resultaat bereikte. Dat roept, hoe dan ook, de vraag op wat er was gebeurd als Ruis niet op 41-jarige leeftijd was getroffen door een fatale hartaanval. Groenteman waagt zich niet aan zulke speculaties. Maar te vrezen valt dat de showmaster steeds meer een karikatuur van zichzelf zou zijn geworden. Als het bezuinigende Hilversum hem niet allang had veroordeeld tot Lingo, Get the picture, Tien voor taal of de Postcodeloterij.

Gijs Groenteman: De Willem Ruis Show. Biografie. Nijgh & Van Ditmar. 256 blz. €18,50