Labour lijdt nederlaag in lokale verkiezingen

De Labourpartij van de Britse premier Blair heeft gisteren substantiële verliezen geleden bij verkiezingen voor gemeenteraden in een deel van het land en voor het Schotse parlement. Labour blijft in Schotland echter de grootste partij en kan daar vermoedelijk verder regeren met de Liberal Democrats.

De Conservatieve Partij presteerde met een winst van 540 zetels in Engelse en Schotse gemeenteraden gunstiger dan verwacht. In totaal werd dit jaar gestreden om 10.000 zetels, vooral in landelijke districten en een paar grote steden. Londen en andere delen van het land stemden vorig jaar. Partijleider Iain Duncan Smith hoopt dat het resultaat een strijd om het leiderschap kan afwenden. Die dreigt nadat een lid van zijn schaduwkabinet, Crispin Blunt, hem gisteren ,,ongeloofwaardig'' noemde en aftrad. De winst voor de Tories is nog te klein om van een politieke doorbraak te kunnen spreken.

Labour verloor 700 zetels en de controle over enkele grote gemeentes, waaronder Birmingham. Partijfunctionarissen zeiden dat veel moslims uit boosheid over Blairs steun aan de oorlog in Irak niet op Labour hadden gestemd. De partij raakte ook de meerderheid kwijt in Coventry, voor het eerst in 25 jaar, en in Bristol, Chesterfield en Brighton. De Liberal Democrats wonnen zo'n 150 zetels. Een BBC-projectie geeft de Tories landelijk 35 procent van de stemmen, tegen 30 procent voor zowel Labour als de LibDems. Voor de LibDems, de grootste anti-oorlogsstem, is dat een groot succes.

De extreemrechtse British National Party (BNP) won vijf extra zetels in de raad van Burnley in de Midlands, waar ze er al drie had. De partij won elders nog drie raadszetels. Partijleider Nick Griffin werd echter niet gekozen in Oldham, twee jaar geleden het toneel van rassenrellen.

De uitslag betekent dat Blair geen krediet krijgt voor het snelle einde aan de controversiële oorlog in Irak. Veel Labourstemmers beleven weg en drukten de verwacht lage opkomst verder. In Schotland kwam 48 procent stemmen, in Wales 38 procent en in Engeland niet meer dan één op de drie kiesgerechtigden.

In Wales haalde Labour wel meer dan de helft van de zetels in de assemblee. De nationalistische partij in Wales, Plaid Cymru, deed het slecht. Dat gold ook voor de Scottish National Party (SNP), die haar hoop zag vervliegen Labour af te houden van een overwinning in het Schotse parlement. Labour verloor zeker tien (van de 129) zetels, maar blijft met 51 de grootste en kan de coalitie van premier Jack McConnel met de LibDems voortzetten.

Grote winst ging naar de Scottisch Socialist Party van Tommy Sheridan, die zijn machtsbasis in Glasgow heeft. Zijn partij won mogelijk acht zetels. Ook de Groenen wonnen met zes zetels zoals verwacht substantieel, evenals enkele onafhankelijke kandidaten. De Tories, sinds de jaren tachtig nauwelijks een factor van betekenis in Schotland, maakten het begin van een comeback door enkele districten te veroveren op de SNP en door winst van Edinburgh Pentlands, een sleutelpost.