Laat de kiezer stemmen op een thema

De thematische stem kan een positief-inhoudelijk alternatief vormen voor de ideologische stem van weleer, meent Evert Jan Ouweneel.

Districtsvertegenwoordiging zal volgens D66-senator Jan Terlouw `de politiek dichter bij de mensen' brengen en voorkomen `dat achter de brede rug van de lijsttrekker een hele trits onbekende kandidaten de Kamer inkomt' (NRC Handelsblad, 30 april). Eén probleem (misschien wel hét probleem) in het huidige kiessysteem wordt met deze wijziging echter niet opgelost: het feit dat de gemiddelde burger vandaag niet meer genoeg heeft aan één stem.

Deze tijd wordt gekenmerkt door politiek syncretisme. Partijen willen weliswaar hun visie als eenheid aan de kiezer presenteren, maar in feite vormen alle politieke programma's één grote `polimarkt' waarvan iedereen neemt wat van zijn gading is. Kiezers kunnen op het ene punt meer met GroenLinks instemmen, op een ander punt meer met de SP, en op nog een ander punt meer met de VVD. Het is allemaal mogelijk, daar bij velen de drang is verdwenen om uit principe en over de hele linie groen, blauw, paars of rood te zijn. De `polishopper' heeft zijn intrede gedaan en Pim Fortuyn is het prototype van dit hedendaagse verschijnsel geworden.

Maar als onze individuele visie werkelijk nog zo weinig aansluit bij de visie van één partij, hoe zullen wij dan naar tevredenheid onze stem uitbrengen op één partij? We zijn dan met die ene stem een anachronisme geworden, ,,nog slechts de komediant van een wereldorde, waarvan de echte helden gestorven zijn'', zoals Marx zou zeggen.

Toch moet ons oordeel nog altijd uitmonden in één stem. En dus bewandelen wij allerlei wegen om toch maar genoeg te hebben aan die ene stem. In plaats van vóór, stemmen wij tegen een partij, en in plaats van partijen op hun inhoud te beoordelen, laten wij ons leiden door het charisma van de lijsttrekker. Een positief-inhoudelijke uitspraak van de kiezer over toekomstig kabinetsbeleid blijft zodoende achterwege.

Er wordt echter ook een derde weg bewandeld: die van de thematische prioriteit. Omdat niet alle standpunten van kiezers vertegenwoordigd worden door één partij, moeten zij voor zich zelf besluiten welk standpunt zij zó belangrijk vinden dat zij zich daardoor in het stemhokje laten leiden. Het kan dan gebeuren dat burgers eerst vooral veel aandacht hadden voor het milieu (zodat zij op GroenLinks stemden), toen voor werkgelegenheid (VVD), toen voor de sociale voorzieningen (SP), en toen voor veiligheid en integratie (LPF). Het lijkt alsof deze mensen ineens verlinksen of verrechtsen. Maar zoals zij stemden, zo dachten zij al veel langer. Wat veranderde was hun prioriteitenlijstje.

Het groot nadeel van dit stemgedrag is niet alleen dat media en charisma in sterke mate het prioriteitenlijstje bepalen (en daarmee de verkiezingsuitslag), maar ook dat partijen slechts op enkele thema's worden beoordeeld en met enkele aansprekende programmapunten groot kunnen worden, terwijl zij misschien zeer matige, mogelijk zelfs ondoordachte, ideeën verkondigen op andere gebieden.

Desondanks lijkt de thematische stem een postief-inhoudelijk alternatief te vormen voor de ideologische stem van weleer. Daartoe moet het nadeel dat nu aan de thematische stem kleeft worden weggenomen. Beperkt tot de Tweede Kamer worden in zo'n nieuwe situatie Kamerzetels opgedeeld in themagebieden. Kamerleden vertegenwoordigen niet alleen meer een partij, ook een thema, dat steeds hun eerste aandachtsveld is. De thema's vallen samen met die van de ministeries of met een cluster van ministeriële thema's. De inhoud van zowel de thema's als de ministeries staat vast en kan door de Kamer alleen bij een tweederde meerderheid worden gewijzigd.

Per thema stellen partijen een kandidatenlijstlijst samen en bepaalt de kiezer welke partij en kandidaat het beste beleid voorstaat. De partij die binnen een thema de meeste stemmen behaalt, levert de minister voor het desbetreffende ministerie (of voor de ministeries die tot het cluster van thema's behoren).

De nieuwe Kamerleden zullen lijken op de huidige Tweede Kamerspecialisten. Maar vóór de verkiezingen is al duidelijk wie welk thema zal vertegenwoordigen. En daar de kiezer per thema een kandidaat verkiest, dienen álle kandidaten hun beleid met ferve te verdedigen. Het zal moeilijker zijn te profiteren van andermans charisma of van enkele populaire standpunten. Goed scoren met één punt of leider maakt partijen niet meer groot. Op alle gebieden is kwaliteit een vereiste.

Per referendum wordt de premier gekozen, daar deze boven de thema's staat. Iedere premierkandidaat schetst een totaalvisie en doet tegelijk een voorstel over het aantal Kamerzetels dat over de thema's moet worden verdeeld. Aldus bepaalt de kiezer niet alleen het beleid per thema, maar ook het toekomstperspectief en het gewicht van ieder thema in de Kamer.

Een dergelijk kiessysteem leidt tot grotere betrokkenheid en biedt ruimte voor een genuanceerder oordeel van de kiezer over partijprogramma's. De implicaties ervan, en variaties erop, zullen grondig op hun merites moeten worden beoordeeld, in vergelijking met het huidige systeem. Dit kan echter alvast worden opgemerkt: het heeft dezelfde voordelen, maar niet dezelfde nadelen als het systeem van districtsvertegenwoordiging. Het verlost de burgers namelijk wél van hun gedwongen éénstemmigheid, met alle positieve gevolgen van dien.

Drs. Evert Jan Ouweneel is filosoof. Dit artikel is een bewerking van de tekst waarmee hij onlangs een essaywedstrijd won, georganiseerd door het Forum voor Democratische Ontwikkeling (www.forumdemocratie.nl).