Je boeken of je leven

Op 21 maart 1621 wist Hugo de Groot in een boekenkist uit Slot Loevestein te ontsnappen. Niet de grote geleerde was op dit idee gekomen. Hij had het te danken aan zijn vrouw Maria van Reichersberch en hun dienstbode Elsje van Houweningen. In de kist werd hij door beide dames de slotpoort uitgedragen, of getorst. ,,Dat is wel een heel zware kist'', zei een van de schildwachten achterdochtig. Elsje verloor haar koelbloedigheid niet. ,,Ja'', zei ze. ,,Boeken bevatten geest en leven.'' Al de volgende dag vertrok Hugo naar Parijs, waar hij door zijns gelijken met open armen werd ontvangen. Je moet er niet aan denken wat er met hem gebeurd zou zijn als een wat snuggerder uitgevallen hellebaardier de kist had laten openmaken.

Het springen der gedachten is ondoorgrondelijk. Van Elsje van Houweningen kwam ik op minister van Defensie Donald Rumsfeld. In deze krant van 30 april staat een artikel van Robert Darnton, hoogleraar Europese geschiedenis aan de Princeton University in Washington. Het gaat over de plundering van musea en bibliotheken in Bagdad. Een ramp, schrijft Darnton. Een belangrijke beschaving heeft een deel van haar geheugen verloren. Dat is de strekking van zijn betoog. ,,Enkele verdwenen schatten waren zevenduizend jaar oud. Die illustreerden de vroegste en misschien wel de grootste prestatie in de geschiedenis van de mensheid: de uitvinding van het schrift, die zo'n vijfduizend jaar geleden ergens tussen de Eufraat en de Tigris is gedaan. (...) De Mongoolse invasie heeft Irak minder schade toegebracht dan de Amerikaanse in 2003.''

Aan het slot citeert Darnton minister Rumsfeld. ,,Ook dit land is wel eens eerder geplunderd. En in allerlei landen van de wereld zijn rellen geweest bij voetbalwedstrijden'', aldus de bewindsman op een persconferentie. Het is niet de persconferentie geweest die ik heb gezien. Daar werd hem ook het een en ander over de plunderingen gevraagd. ,,Ja'', zei hij. ,,Ik heb ook allerlei types met vazen zien wegrennen. Maar zoveel vazen kan Irak nooit gehad hebben. Dus dat zijn telkens dezelfde lui met dezelfde vazen in de herhaling geweest.''

Denk niet dat ik nu de heer Rumsfeld als een cultuurbarbaar aan de kaak wil stellen. Een minister van Defensie moet zo vlug mogelijk de oorlog winnen. Dat heeft hij gedaan. Waar gehakt wordt, vallen spaanders. Waardeloze spaanders, eeuwenoude spaanders, van vóór Christus – dat is zolang de strijd duurt zijn zorg niet. Dat zien we bij de inventarisatie, nadat de oorlog is afgelopen. En dan komen we aan die vragen waarop geen zinnig antwoord te geven valt. Is een oude vaas, een onvervangbaar boek een mensenleven waard? Je ziet de rechter voor je: in de ene hand de vaas, in de andere het dodelijk wapen, gericht op? Ja, op wie? Een stokoud vadertje, zijn kleindochter van vier? Gooi die vaas kapot! Nu! denk je. Maar zo overzichtelijk werkt de oorlog niet.

Er bestaan nauwkeurig-vlijmscherpe filmjournaals van de boekverbranding door de nazi's. Beelden die me in het geheugen gegrift staan. Jongens van de Hitlerjugend, de glans van opperste opwinding in hun ogen, eigenlijk meer van krankzinnigheid. De vlammen laaiden op. Een heidens schouwspel. Daar gaat Freud het vuur in! En Roth, en Rathenau. Waren we blind? Stond het toen al niet met reusachtige letters op de muur geschreven dat dit op een catastrofale manier mis zou lopen? Jawel, maar ingrijpen zou mensenlevens kosten en onvervangbare kunstschatten. Voor je het weet ben je beland bij het meest misbruikte van alle historische begrippen: München. Minister Rumsfeld is de enige uit deze Amerikaanse regering die Saddam Hussein persoonlijk heeft gekend, uit de tijd dat hij oorlog voerde tegen Iran, dat toen Amerika's vijand was, zodat Irak dus Amerikaanse wapens kreeg. En je kunt van Saddam zeggen wat je wilt, maar hij hield zijn oude boeken en vazen goed in orde.

Zo zijn we weer in de uitzichtloze casuïstiek van de oorlog verdwaald, niet alleen van deze, maar van iedere oorlog. De UNESCO heeft een lijst van wereldmonumenten. Ook het oude centrum van Amsterdam staat erop (wat je niet zou zeggen als je het op de vroege ochtend na Koninginnedag had gezien). Dreigt de oorlog, dan worden al die wereldberoemde kwetsbaarheden met zandzakken ingepakt en Van Gogh gaat naar de bomvrije, brandvrije kelders. En de mensen dan? Daar gaat de UNESCO niet over, daarvoor moet je bij de ministers van Defensie, de generaals en het Rode Kruis zijn.

Ik ben gesteld op mijn boeken. Ik bekijk de ruggen op de planken. Mooi, en het geheel is mijn verleden, geschiedenis, dus ook m'n leven. Zou ik, als de nood aan de man kwam, mijn leven geven voor mijn boeken? Althans het in de waagschaal stellen om die planken te verdedigen? Of denken aan W.L. Brugsma, die zei: ,,Dan zijn boeken per slot van rekening niet meer dan een zeer dik soort behang.'' Je weet het pas als je wordt gedwongen tot de proef op de som.