Indoorkarten: uitkomst voor de massa

Lekker scheuren is niet meer genoeg: de indoor kartingbanen moeten hun publiek steeds meer kunnen bieden. Spectaculaire circuits op opvallende locaties, horeca en arrangementen erbij. `Indoor en outdoor verhouden zich als een eend tot een Ferrari.'

Psychologisch is het een meesterzet, de voorbereiding op het karten in Raceplanet Delft. In de ijskoude hal krijgt iedereen eerst een identiek oranje-zwart jack en een groene helm. Op slag veranderen de zes mannen en de ene vrouw van brave burgers in een gemotoriseerde meute. Terwijl de rijders van de vorige heat nog jankend hun rondjes draaien, geeft de wedstrijdleider ons per microfoon een korte, nauwelijks verstaanbare, instructie over de betekenis van de vlaggen. Je hijst je in het lage skeltertje dat je vanaf de tribune nog afdeed als een veredelde botsauto, maar nu je merkt dat je kuiten op de stuurstang rusten en dat slechts vijf centimeter lucht je scheiden van het kale beton van de baan, ziet het er ineens een stuk vervaarlijker uit. En dan, terwijl de motor van je kart al nerveus toeren maakt, komt de wedstrijdleider de verklaring ophalen waarmee je Raceplanet vrijwaart van elke schade voor / tijdens / na de wedstrijd. Hij is onverbiddelijk: zonder handtekening geen wedstrijd.

Ik vertrek als eerste, simpelweg omdat ik vooraan sta in de startrij, maar al snel stuift de eerste tegenstander me voorbij. Ik trap het gaspedaal nog dieper in, laat de remmen voor wat ze zijn, en daar komt nummer twee voorbijzetten. Op het moment dat de derde me van achteren aantikt moet ik me bedwingen om hem niet tegen de vangrail te drukken. Karten maakt meer in je los dan je lief is. Ineens zie ik een mannetje langs de baan driftig zwaaien met een blauwe vlag: shit, wat betekende dat ook al weer? Nummer vier is al voorbij als ik bedenk dat je de achteropkomende wagen aan de binnenzijde moet laten passeren.

Een tijdlang rijd ik helemaal alleen. Ik trek de kart door haarspeldbochten, scheur over flyovers en hoor mezelf gillen van de stoot adrenaline die je krijgt als de baan van de eerste verdieping naar de begane grond duikt. En de kick is compleet als ik iemand inhaal. Door de uniforme kleren kan ik niet zien wie het is, maar het is vast de enige vrouw in het gezelschap. Later blijkt dat het de vriend was met wie ik hierheen ben gekomen. ,,Ik had een rot-kart'', zegt hij na afloop, ,,dat ding trok voor geen meter.''

Mannen zijn simpele wezens: ze houden van autorijden en ze houden van competitie. Voeg aan deze combinatie een computeruitdraai toe en het spektakel is compleet. Ik blijk op de vijfde plaats geëindigd, met een snelste ronde van 33,74 seconden, ruim vier seconden langzamer dan winnaar Ed Scheffer. Maar hij doet het dan ook vaker: het oliebedrijf waarvoor hij werkt, sponsort een kartploeg en in ruil zijn alle medewerkers eenmaal per jaar een dag welkom. ,,Na een uur scheuren kun je me helemaal wegdragen'', zegt de tanige Scheffer. Zelf ben ik na één heat – twaalf minuten – al gebroken: karten is hard werken.

Deze avond rijdt Scheffer met zijn maten van schietvereniging COM uit Zoetermeer. ,,COM staat voor Contact Oud Mariniers. Donderdag is onze clubavond, dan gaan we wat gezelligs doen, dat kan ook paintballen zijn, of survivallen.'' En de dame in hun gezelschap, Sylvia Haket? ,,O, dat is onze mascotte, ze is getrouwd met een ex-marinier.'' Verder wordt het kartcentrum vanavond bevolkt door een vrijgezellenavond – de bruidegom in spe is te herkennen aan een winterpeen om zijn nek –, de stamgasten van Proeflokaal De Kurk en kleine groepjes jongeren. De doorlopende video met slippartijen en ongelukken bij auto-, motor- en truckraces zorgt voor grote hilariteit.

Indoor Karting is een jong fenomeen. Al vanaf de jaren zestig wordt gescheurd op buitenbanen, maar pas in 1993 opende Formule-1-coureur Michael Bleekemolen de eerste overdekte baan van Nederland. ,,In Engeland begonnen ze in de jaren tachtig te karten in verlaten fabriekshallen'', zegt zoon Sebastiaan (24), algemeen bedrijfsleider en zelf ook coureur, ,,maar dat was heel armoedig: een paar banden als vangrail en een stopwatch. Wij hebben het concept neergezet met horeca en arrangementen.''

Het idee sloeg aan: niet alleen in Nederland, maar ook in Duitsland en Amerika verschenen overal indoorbanen. Onder de naam Raceplanet hebben de Bleekemolens zelf inmiddels drie filialen. De laatste aanwinst is de vestiging aan de A4 bij Delft, een glazen doos van vier verdiepingen waar je vanuit de karts op de snelweg kunt kijken. Het opvallende pand, ontworpen door het Delftse architectenbureau CPZ – kosten: veertien miljoen gulden – trok vorig jaar een recordaantal bezoekers: 325.000.

Toch lopen de bezoekersaantallen over de hele linie terug. In de kartbranche – naar schatting voor zestig procent afhankelijk van bedrijfsevenementen – doet de economische teruggang zich sterk voelen. Bovendien verwachten klanten elke keer wat nieuws. Bleekemolen: ,,De hype is er een beetje af. Voor productpresentaties gaan bedrijven niet meer zo snel meer naar een kartbaan.'' De afgelopen jaren is een aantal kartbanen over de kop gegaan – onder andere in Rotterdam, Apeldoorn en Almelo – er zijn er nu nog 42 over. Toch is Bleekemolen is vol vertrouwen over de shakeout die plaatsvindt: ,,In de jaren zeventig had je een hausse aan bowlingbanen. Daarna gingen de kleinere bedrijven over de kop, ondernemingen die bleven investeren staan er nu goed voor. Als marktleider hebben wij genoeg slagkracht.''

Investeringen zijn nodig om de banen spectaculairder te maken – de kartbaan over meerdere verdiepingen met bruggen en viaducten begint ingang te vinden – maar vooral om de veiligheid te vergroten. Karts worden voorzien van een rolbeugel en veiligheidsriemen, voor de bumpers en de baanafzettingen komen materialen met meer absorptievermogen in zwang. Ook de milieubelasting moet omlaag, al was het maar om de arbeidsomstandigheden van de medewerkers op de baan te verbeteren. En dus komen er betere afzuiginstallaties en worden de traditionele tweetaktmotoren op benzine verdrongen door viertaktmotoren op gas. Die zijn schoner, stiller en – helaas voor de snelheidsduivels – langzamer. Kartbanen worden niet alleen comfortabeler en veiliger, ook de locatie wordt representatiever. Ligt de Amsterdamse baan van Bleekemolen nog achteraf in het westelijk havengebied, de nieuwste telg staat pontificaal aan de snelweg, met als naaste buren een McDonald's, een Campanile Hotel en een tropisch tuincentrum.

`De kartsport wordt volwassen'', constateert autojournalist en voormalig kartkampioen Sandor van Es (32) tevreden, ,,al vind ik persoonlijk dat er niets gaat boven het jankende geluid van een tweetakter op een buitenbaan''. In de gids Karten maar! inventariseerde en beoordeelde hij de kartbanen van Nederland (zei kader). De ouderwetse buitenbanen blijken gemiddeld bijna anderhalf maal zo lang als indoorbanen, de gemiddelde topsnelheid ligt er met 83 kilometer per uur ruim veertig procent hoger. Van Es: ,,Indoor en outdoor verhouden zich als een eend tot een Ferrari. Maar voor de masse is indoorkarten natuurlijk een uitkomst.''

Ook Coronel, de nummer twee van de kartbranche en eveneens een bedrijf dat is opgezet door coureurs, blijft investeren in nieuwe ontwikkelingen. ,,Onze eerste baan vergde in 1995 een half miljoen gulden'', vertelt commercieel directeur Martin van Erp. ,,De tweede kostte een miljoen en de baan in Enschede die afgelopen september openging twee miljoen. Dat is exclusief horecafaciliteiten.'' Karten komt voor Coronel steeds meer op de tweede plaats te staan. Van Erp: ,,Als mannen mogen beslissen over een bedrijfsuitje dan willen ze karten, daardoor zijn wij de koning van de afdelingsfeestjes. Maar bij het jaarlijkse feest van het hele bedrijf komen ook de vrouwen mee en dan moet je vooral een partycentrum zijn. We hebben tien horecagelegenheden in huis en die krijgen dan allemaal een eigen sfeer: jazz, karaoke, après ski, salsa.'' In april begint het bedrijf met de Coronel Crazy Nights: onbeperkt drinken, eten, dansen en karten voor 55 euro. Sebastiaan Bleekemolen gelooft niet in deze aanpak: ,,Wij blijven ons concentreren op alles wat met wielen te maken heeft. Dus geen paintball, maar wel kartsimulatoren.''

Na afloop van mijn vuurdoop kruip ik in Raceplanet Delft achter zo'n simulator.Dat blijkt bijna net zo inspannend als the real thing: ik knal om de haverklap uit de baan en moet deze keer zelfs mijn vriend voor laten gaan in het puntenklassement. Maar eenmaal buiten, in mijn eigen auto, komt de bravoure weer terug. Het scheelt niet veel of ik ram een stoeprand. Wonderlijk hoe snel je went aan de directe besturing van een kart.