Het exces trekt me

Oek de Jongs roman `Hokwerda's kind' is een zintuiglijke roman vol veelbetekenende details. Seks speelt er een enorme rol in, en geweld ook. ,,Dat verbaast me niets'', zegt de schrijver.

Oek de Jong. Ooit de schrijver van Opwaaiende zomerjurken (1979), de veelgelezen, veelgeprezen roman waarin het hypersensitieve jongetje Edo Mesch zich in drie episodes ontwikkelt tot een jongeman die niet makkelijk kan leven. Veel beschouwingen houden schrijver en personage over het leven, veel lezen ze, veel denken ze na. Het resultaat is een nipte overwinning: Edo Mesch verdrinkt zichzelf net niet.

Daarna werd De Jong de schrijver van alweer een roman waar iedereen het over had: Cirkel in het gras (1985). Waarop sommige critici zelfs twéé keer reageerden en waarin de Italiaanse Rode brigades Aldo Moro opnieuw ontvoerden en vermoordden, waarin de hypersensitieve Italiaan Andrea Simonetti een moeizame liefdesrelatie aanging met de Nederlandse journaliste Hanna Piccard. Een roman waarin veel werd nagedacht en waarin, alweer, leven de hoofdpersoon niet makkelijk afging.

Toen bleef het langer dan voorheen stil. En in 1993 kwam er weer wat. Geen roman, maar twee novellen: De inktvis. Verhalen waarin moeizaam levende hoofdpersonen weinig spraken en zochten naar verlossing. Die ze vonden in christelijke symboliek, in de natuur, door het contact met een dier, door een eenvoudige handeling. De verhalen werden niet goed begrepen en ook niet erg goed ontvangen. In de essaybundel Een man die in de toekomst springt (1997) liet de auteur veel zien van zijn zoektocht die via de religie naar de mystiek ging en waarbij verschillende kunstwerken en kunstenaars met religieus/mystieke inslag de revue passeerden.

Dus het leek logisch dat de nieuwe roman op een of andere manier die weg zou vervolgen. Dat het religieuze en mystieke op een nieuwe manier verwerkt zouden zijn, zoiets.

Niets daarvan.

Hokwerda's kind (2002), genomineerd voor de Librisprijs, is een zeer zintuiglijke roman met een vrouwelijke hoofdpersoon die haar geliefden seksueel tot het uiterste geniet, een roman vol smaken, geuren, voorwerpen, kleuren, stadsgezichten, landelijkheid – een bijna geschilderde roman kortom. Geen kruimeltje religie of mystiek te bekennen. Lezen of filosoferen doen de personages ook al nauwelijks. In plaats daarvan leven ze volop, en dat leven, deze roman, staat onder een enorme, bijna noodlottige spanning. De spanning van de hoofdpersoon. Die, daar is weer iets bekends, nauwelijks kan leven. `Misschien wil ik niet leven, dacht ze.'

Aards

,,Ik ben zelf helemaal niet verbaasd dat het zo'n soort boek is geworden'', zegt Oek de Jong (1952). ,,Dat aardse dat in dit boek zit, zat ook al in de verhalen uit De inktvis. Een soort animale vitaliteit. Ook daar is het seksuele bevrijdend. Die zintuiglijke stijl hanteer ik al vanaf mijn eerste boek, dus ik kijk niet op van wat er hier in Hokwerda's kind zichtbaar wordt.''

De Jong praat makkelijk over zijn technische ontwikkeling als romanschrijver, over hoe hij in Opwaaiende zomerjurken nog experimenteerde met onaangekondigde perspectiefwisselingen – de hoofdpersoon is in snelle afwisseling een ik en een hij: `Een ogenblik aarzelt hij, dan rent hij naar haar toe. Ik ga niet meer weg. Ik moet een nieuwe moeder. Het moet. Op zijn wenk buigt ze zich voorover en hij drukt zijn mond tegen haar warme oor om het te zeggen.'

Na de Zomerjurken begon hij aan een experimentele roman, eentje waarin de lezer op elke bladzijde zou moeten kunnen beginnen. Maar daar stopte hij na een maand al mee. ,,Omdat het me niet meer interesseerde.'' Hij keerde terug naar de `klassieke' of `realistische roman'. ,,Ik kan daar alles in kwijt. De vernieuwing in de roman gaat vanzelf, daar hoef je je helemaal niet zo nadrukkelijk op toe te leggen zoals destijds bijvoorbeeld met de `nouveau roman' gedaan is. Een roman is een caleidoscopische weergave van de eigen tijd, dat kan nu eenmaal niet anders. De tijd verandert, dus verandert ook de roman. Het vernieuwingsdogma van de avant-garde behoort tot het verleden. Door de weergave van zijn eigen tijd is elke romanschrijver per definitie geëngageerd. Dat hoef je helemaal niet van hem te eisen.''

In Cirkel in het gras, zegt hij, liet hij zien dat hij een echt grote roman met meerdere belangrijke personages aankon en hij maakte gebruik van minder gebruikelijke vertelvormen, zoals brieven, essayistische passages, dromen en lange innerlijke monologen. Nu heeft hij vooral scènes geschreven. Geen samenvattingen of overzichten, alleen maar scènes.

,,Mijn opstelling als verteller is dat ik alles via de personages laat zien, ik stel me daar niet boven. Een heel enkele keer veroorloof ik me wel een tersluiks commentaar, in een halve zin, maar meestal zie je en weet je alleen wat de drie belangrijkste personages, Lin, Henri en Jelmer, zien of denken.''

Alles wat er gebeurt, alles wat er gedaan en gezegd wordt, elk ding dat gebruikt of gezien wordt, krijgt daardoor een enorme betekenis. Neem bijvoorbeeld de eerste keer dat Lin, ex-tafeltenniskampioene, jong en onzeker, langsgaat bij Henri, een lasser die op een booreiland werkt en die een etage in de Amsterdamse Pijp bewoont. Ze doen boodschappen. Henri koopt in, hij is degene die zal koken. Hij koopt onder meer oesters, die Lin nog nooit gegeten heeft. We zien hoe Henri de oesters openmaakt met een oestermes, we zijn erbij als Lin haar eerste oester naar binnen laat glijden en we kennen de enorme smaaksensatie die dat bij haar teweegbrengt. ,,Het zilte vocht en het weke vlees gleden naar binnen, ze beet en voor het eerst raakte haar mondholte bedwelmd door de vettige, wilde smaak van een oester. Ze verslikte zich haast, zoveel gebeurde er in haar mond.''

Oesters

De Jong: ,,Die oesters, die eten verliefden altijd, ik speel met dat cliché, dat voor Henri juist een verworvenheid is. Ik kies details en voorwerpen zorgvuldig zodat ze meer gaan betekenen dan zichzelf. Dat heeft te maken met iets dat je `stillevenkwaliteit' zou kunnen noemen. Denk aan een paardenschedel, een houten hamer, een stuk touw, een glazen waterkan – als je die bij elkaar brengt worden ze op een bepaalde manier méér. In dit geval nam ik het oestermes, dat scherpe mes waarmee je Henri ziet wrikken om bij de zachte binnenkant van de schelp te komen, dan kies ik voor een geblokte theedoek die hij om zijn linkerhand wikkelt. Als je dat beeld zou isoleren, de linkerhand met de theedoek en de oester, de rechterhand met het mes, dan heb je iets dat stillevenkwaliteit heeft. Het wordt meer dan zichzelf.''

Op dezelfde manier drukt alles wat iemand om zich heen heeft iets uit, zegt hij. Het moet ook wel daarom zijn dat huizen in de roman zo belangrijk zijn, de beide geliefden van Lin, Henri en Jelmer, hebben ieder een heel specifiek huis, met karakteristieke voorwerpen erin.

,,Ik denk dat de straling van zo'n roman als Hokwerda's kind veroorzaakt wordt door het doorleefde van de beelden van voorwerpen en details. Ik omring me in mijn eigen huis ook met dingen die iets voor me betekenen. Ik leef in een beeldenwereld, die is zo gegroeid, ik denk soms dat ik iemand anders mijn wereld zou kunnen laten zien door die dingen te fotograferen. En in mijn oeuvre zijn er ook steeds dingen die terugkomen: boten bijvoorbeeld. Ook in deze roman vinden cruciale passages plaats op schepen.''

Een heel cruciale en verschrikkelijke scène speelt zich af op een schip dat in het Amsterdamse havengebied ligt. Henri neemt er Lin mee naartoe. Hij moet een karwei in het ruim opknappen. Hij laat haar achter in een kajuit met een Senegalees. Ze wordt verkracht. En ze vraagt zich af of, nee na enige tijd wéét ze dat hij wist wat er zou gebeuren. Het is een verschrikkelijke scène, van vernedering, van het diepste verraad.

,,Die gebeurtenis op dat schip was de gruwelijkste om te schrijven. Ik schrok er voor terug, maar ik wist ook dat het moest gebeuren. In Humo schreef Arnon Grunberg dat ik sterk beïnvloed moet zijn geweest door de film Breaking the waves, waarin ook een man op een booreiland werkt die zijn vrouw min of meer dwingt tot seks met anderen, en die vrouw wordt ook verkracht op een schip – maar die film heb ik niet gezien. Het gaat denk ik om een oppervlakkige gelijkenis in een paar details. Ik wist dat ik door deze scène te schrijven diep door zou dringen in de verhouding tussen Lin en Henri, twee mensen die elkaar hevig raken.

,,Op meer plaatsen in het boek heb ik gebruikgemaakt van grensoverschrijdingen, in de proloog al zie je hoe Lins vader, Hokwerda, met zijn kleine dochtertje net te ver gaat, hij gooit haar steeds weer over een rietkraag heen in het water, tot ze bijna verdrinkt. En er is de nacht dat Henri Lin, die zwanger is en bang, alleen laat op een woonboot op de plassen. Dat gaat te ver, het geweld dat daarop volgt ook.''

Het is bijna angstaanjagend om te zien hoe een vrouw zo sterk gebonden is aan mannen die niet goed voor haar zijn. Soms is het ook onbegrijpelijk.

,,Als je het leest kun je denken: doe dat nu niet. Maar in het leven gebeurt het wel, je bent steeds in de greep van allerlei irrationele drijfveren. Steeds als ik daarbij in de buurt kwam dacht ik: nu zit ik goed. Het zuigende van de roman ontstaat doordat je iets aanboort wat er is, maar verscholen. De lezer wordt misschien wel het hevigst aangetrokken door wat hij het heftigst in zichzelf ontkent.''

Dat is wellicht ook de reden dat hij geen intellectuele personages heeft gekozen deze keer, in tegenstelling tot de hoofdpersonen uit zijn eerdere romans.

,,Dat heeft zich al aangekondigd in De inktvis, daar ben ik gestopt met intellectuele personages. Ik word in het dagelijks leven het meest aangetrokken door mensen met een grote sensibiliteit. Ook het exces dat daar bij hoort, trekt me aan. In zulk soort mensen valt veel te verkennen, die begrijp je niet zomaar. Lin is geen intellectueel type, maar ze is wel een gevoelige vrouw, Henri en Jelmer zijn ook sensibele types. Dat is voldoende. Je personage hoeft geen Nietzsche te lezen, dat is alleen maar ballast.

,,Vroeger zat het zo voor mij niet in elkaar. Als je jong bent, ben je bezig de wereld te vatten met je intellect. Iedereen van een jaar of 23 raad ik aan om de Tractatus van Wittgenstein te lezen. Je hebt er niets aan voor je leven, maar het is toch belangrijk om te doen. Al was het alleen maar om te zien hoe weinig zo'n briljante denkoperatie voor ons leven betekent. Wittgenstein concludeerde dat ook zelf.''

Vaarwel intellectuele theorieën, en alle ruimte aan de beelden en de betekenisvolle details. Dat die werken, op een overweldigende manier soms, dat laat deze roman maar al te goed zien. De Jong vertelt hoe hij bij voorleesavonden heeft gemerkt dat een detail als de enorme hoeveelheden wc-papier die Lin altijd tussen haar dijen propt, bij heel veel lezers blijft hangen. Het is iets dat hij zelf uit de werkelijkheid van ooit heeft gelicht, omdat hij het opwindend vond, nu merkt hij dat het ook voor anderen een veelzeggend detail is. Veelzeggend. Maar wát zeggen zulke beelden? Wat is een beeld en waarom werkt het?

,,Elk filosofisch systeem is vervangbaar door een ander, het is weerlegbaar, tegen te spreken. Een beeld kun je niet weerleggen.

Pink

,,Neem nu bijvoorbeeld dat gedicht van C.O. Jellema, `Zeegezicht'. Daarin loopt een babykrabje over een mannenhand. `Nog kleiner dan de nagel van jouw pink/ zijn grijsblauw pantsertje nog niet verhard'. Dat is oog voor het beeld, het ís iets, het heeft betekenis. Dat krabje kruipt rond in dat ineens vreemde heelal waar de bodem warm is en laat zich dan weer terugvallen tussen de spleten van basaltblokken waar hij vandaan komt. Door die babykrab wordt de dichter zich plotseling bewust van zijn eigen verlorenheid in een onkenbare wereld. Hoe weet je dat dat iets is, een beeld waar je iets mee kunt. Omdat die gebeurtenis je raakt. Omdat hij je raakt, ontstaat er zoiets als een bezielde blik. En een bezielde pen. Maar dan zit je meteen weer met het woord `bezield' dat een religieuze bijklank heeft. Misschien kun je beter zeggen: de scheppende blik.''

Jarenlang heeft De Jong zich in de beeldtaal en de terminologie van de religie verdiept. Nu houdt dat hem helemaal niet meer bezig, zegt hij.

,,Toen ik begreep hoe het in elkaar zit, en waar het om draait, hoefde ik er niet verder mee, en heb ik me op de geschiedenis van de roman gestort. Ik ben tot de conclusie gekomen dat religie, voorzover het betekenis heeft, een zeer aardse aangelegenheid is en dat ook altijd is geweest, ondanks alle metafysische constructies. Het gaat altijd om overleven, overlevingsdrang. Rituelen zijn in feite therapeutische handelingen, ze genezen of bieden even soelaas. Bepaalde elementen uit de religie zijn onvergankelijk, zoals het verlangen om in het hier en nu te zijn, het verlangen naar verlossing uit de gevangenis van het ik. Ten diepste is dat ook wat Lin drijft. Dat is het doel van haar uitputtingsslag in de liefde. Al mijn personages worden gedreven door dat verlangen naar een gewoon er zijn, verlost van gedachten, obsessies, eenzelvigheid en daarom zoeken ze uitersten.

,,Geweld kan bevrijdend zijn, seks ook. Al het erotische, het hevig zintuiglijke werkt bevrijdend. Ik houd niet zo van psychologische systemen, daar kan ik als schrijver niets mee beginnen. Als je zegt, wat sommige lezers doen, dat Lin een borderline type is, dan reduceer je een complexe gevoeligheid tot een gedragspatroon. Daar kun je misschien wel mensen mee genezen, maar voor een romanschrijver heeft het geen betekenis. Ik wil wel afdalen in de menselijke geest. En die drukt zich voor mij ook weer uit in de dingen waarmee iemand zich omringt. Zo is het ook veelzeggend dat Lin, in tegenstelling tot de twee mannen aan wie ze zich vastklampt, geen goed ingericht huis heeft, ze heeft een soort kaal niets. Ze is niet in staat zich uit te drukken in haar omgeving. Het huis van Henri met zijn hakblok en zijn bed met de koperen bollen staat ergens voor, voor zijn vermogen zichzelf te definiëren als een bepaald iemand met bepaalde spullen. Zo werken beelden.

,,Misschien is het beeld een soort stoot onder de gordel. Je kunt op het beeld alleen vanuit de onderbuik reageren. Het beeld omzeilt het intellect. Daarom maakt het veel meer indruk dan het denken.''

`Hokwerda's kind' is verschenen bij uitgeverij Augustus, prijs €24,95

De uitslag van de Libris Prijs wordt 6 mei bekendgemaakt

Boekenbijlage pag. 1: Arnold Heumakers bespreekt de Libris-nominaties