Gorbatsjov is nu groen

Michail Gorbatsjov is als boer begonnen. Hij werd geboren in de regio Stavropol, tegen de Noord-Kaukasus aan. Net als alle boerenzonen van zijn generatie heeft hij aan den lijve ondervonden wat honger was. De gedwongen collectivisatie van de landbouw, de deportatie van koelakken, zogenaamde rijke boeren, leidde in de jaren dertig van de vorige eeuw tot enorme hongersnood. In zijn boekje Mijn manifest voor de aarde voert hij zijn afkomst aan als drijfveer voor zijn werk bij het Internationale Groene Kruis waarvan hij sinds tien jaar voorzitter is.

De hongersnood schokte destijds zijn geloof in het communisme niet, en dat is niet zo verwonderlijk, want net als zijn landgenoten had hij geen vergelijkingsmateriaal. Van boer werd Gorbatsjov apparatsjik, van kolchozvoorzitter werd hij partijvoorzitter, eerst lokaal, daarna nationaal. Toch is zijn eerste twijfel daar gezaaid, in het rampzalig verbureaucratiseerde landbouwsysteem, dat hij, samen met andere dissidente kolchozvoorzitters, vruchteloos probeerde vlot te trekken. Zijn jaren van strijd tegen de landbouwmachinerie zijn het interessantste deel van zijn memoires.

Gorbatsjov is niet de enige staatsman die na zijn politieke loopbaan geen afscheid kan nemen van het internationale circuit. Hij heeft zijn heil gezocht in het milieu, een onderwerp dat na menige mislukte wereldtop niet meer erg in de belangstelling staat. Behalve zijn boerenafkomst heeft misschien ook een van zijn minder heroïsche wapenfeiten hierbij een rol gespeeld: de kernramp in Tsjernobyl in 1986. Hij was goed een jaar partijleider, de buitenwereld keek met hoop en nieuwsgierigheid naar zijn onconventionele stijl van leiderschap, totdat kernreactor nr. 4 in het Oekraïense Tsjernobyl ontplofte en alle oude sovjet-reflexen nog bleken te werken.

Eerst werd de ramp gebagatelliseerd. Er werd geen informatie verstrekt, noch aan het buitenland, noch aan de eigen bevolking. De kinderen van Kiev werden vrolijk de straat op gestuurd voor de feestelijke 1-mei-parade, terwijl de radioactieve straling al tot in Noorwegen te meten was. Pas toen de omvang van de ramp duidelijk werd, werd de hulp van het buitenland ingeroepen. Het was een totaal onverantwoordelijke beslissing van de partijtop en van Gorbatsjov in eigen persoon. Hierover lezen wij in zijn Manifest voor de aarde geen woord. Vergelijk dat met het mea culpa van Andrej Sacharov, die in zijn latere leven met afgrijzen afstand nam van zijn rol in de ontwikkeling van de waterstofbom.

Het manifest van Gorbatsjov is een onschuldig boekwerkje, dat vol staat met algemeenheden over de zware verantwoordelijkheid van de domme mensheid voor schoon water, schone lucht en duurzame energie. Met elke zin kun je hartelijk instemmen. Je kunt volhouden dat dit een verademing is: in het zwaar vervuilde Rusland is nauwelijks enige belangstelling voor milieukwesties en Gorbatsjov heeft ongetwijfeld op alle fronten gelijk. Sommige van zijn voorstellen doen je glimlachen: zoals zijn voorstel om bij de VN een soort `raad van oudsten van onze global village' in te stellen, bestaande uit `beroemde onderzoekers en persoonlijkheden uit het culturele leven, Nobelprijswinnaars en hoge vertegenwoordigers van de diverse geloofsovertuigingen maar ook voormalige staatslieden'. Gorbatsjov wil, zo lijkt het, van deze loya jirga wel voorzitter worden.

Michael Gorbatsjov: Mijn manifest voor de aarde. Byblos, 170 blz. €16,90