Eindelijk in de hoofdrol

Zou het afgesproken werk zijn? René Appel en Tomas Ross, allebei prominente Nederlandse thrillerschrijvers, leverden allebei een detectiveroman af, van dezelfde omvang, over de moord op Pim Fortuyn, vlak voor de eerste herdenking ervan, op 6 mei 2003. Twee boeken, Doorgeschoten en De zesde mei, over een kwestie die nog vers in het geheugen ligt, met een algemeen bekend slachtoffer en een algemeen bekende dader. Het moet wel ongeveer de ultieme uitdaging zijn voor Appel en Ross om over zo'n veelbesproken politieke moordzaak een ook werkelijk spánnende roman te schrijven. In beide gevallen is dat wonderlijk goed gelukt. Behalve met een in beide gevallen verrassende en net niet al te gewaagde plot, zal dat ook te maken hebben met het complexe gedachtengoed van Pim dat hier royaal aan bod komt, net als de respons erop, van radicaal-links tot extreem-rechts. Dat geheel is niet alleen interessant, maar vaak ook nogal vermakelijk.

Professor Pim wordt ons in volle glorie getoond: als een machtshongerige charlatan, maar ook als een bijna ontwapenend jongetje, als een eenzame dwarsligger, maar ook als een aalgladde volksmenner, als een slimme discussiegenoot, maar ook als een kortetermijndenker die zich graag uitdrukte in simpele statements die veel mensen aanspraken: `vol is vol' of `ik zeg wat ik denk en ik doe wat ik zeg' of, in simpel Engels: `A man has got to do what a man has got to do'. Ross en Appel maken allebei duidelijk dat hij heftige tegenstand opriep, maar zich ook in een snel groeiende populariteit mocht verheugen en dat daardoor `de mensen in het land' weer betrokken raakten bij de politiek. Of, zoals René Appel een van zijn links georiënteerde romanfiguren meesmuilend laat overpeinzen: `Heel even liet ze de gedachte toe dat zijzelf met het Politiek Actie Front nu al jaren bezig waren, dat ze mensen probeerden te mobiliseren, acties organiseerden, en dat die verdomde Hordijk [= Fortuyn, JL] zomaar in een vloek en een zucht de politieke verhoudingen op zijn kop had gezet.'

Extra moorden

Uiteraard zijn er de nodige overeenkomsten tussen de twee thrillers. Ross en Appel laten allebei de hoofdrollen vervullen door een man en een vrouw die zijdelings met de moord te maken hebben. Allebei voegen ze een paar moorden toe voor wat extra spanning en allebei ontvouwen ze bij stukjes en beetjes een complottheorie-met-infiltrant. Maar de verschillen tussen de twee boeken zijn veel groter en het lijkt zelfs wel of de heren de koppen bij elkaar gestoken hebben om te voorkomen dat de mensen die alles willen lezen over Fortuyn met één van de twee boeken zouden kunnen volstaan.

Ross werkt in De zesde mei gestaag toe naar de fatale schietpartij en laat daar bloedstollende episodes aan voorafgaan. In Doorgeschoten wordt de moord al halverwege gepleegd en zit het zwaartepunt vooral in de nawerking ervan, met alle heftige publieke emoties vandien. Ross lijkt te hebben gekozen voor de meest directe aanpak en hij houdt zich aan de chronologie van de gebeurtenissen van vorig jaar: de opkomst van Pim Fortuyn via Leefbaar Nederland, LPF en raadsverkiezingen. Het andere spoor dat hij volgt, is dat van de VMO, de Vereniging Milieu Offensief, waar Volkert van der G. lid en oprichter van was. Ook de onopgeloste moord op een milieu-ambtenaar, in 1996, en de mogelijke bemoeienis van de VMO daarmee, komen regelmatig ter sprake. Volkert zelf mag, pikant genoeg, ook een bescheiden partijtje meeblazen in de roman, samen met vriendin Petra en dochtertje Sabine.

Appel pakt het wat losser aan in zijn sleutelroman Doorgeschoten. Zijn twee hoofdpersonen zijn Selma, een politiek bewuste crècheleidster, lid van het Politiek Actie Front en Stefan, de chauffeur van de leider van wat hier de ENP wordt genoemd: de Echte Nederlandse Partij. Pim Fortuyn, met blonde krullenbol en niet langer homo maar bi, is omgedoopt tot Tom Hordijk en Volkert van der Graaf tot Ronald Arends: een eenzelvige bijstandstrekker die zich, naarmate de ENP gunstiger in de peilingen komt te staan, steeds meer in de persoon van Hordijk vastbijt en nauwelijks meer oog heeft voor Selma, zijn vriendin. Hij neemt, in zijn eentje, zo lijkt het, en zonder overleg met de partijgenoten van het PAF, het besluit dat er een eind moet komen aan de zegetocht van Hordijk, die hij een gevaar acht voor de mensheid. Later, als hij al achter de tralies zit, komt Selma erachter dat hij wel degelijk hulp kreeg bij zijn moordaanslag, uit onverwachte hoek. Zij is dan haar leven ook niet meer zeker, omdat zij te veel weet. Ook de chauffeur van de vermoorde Hordijk, die zelf nergens lid van is, raakt steeds meer verwikkeld in een web van duistere intriges.

Appel scheert in Doorgeschoten zo'n beetje over de werkelijkheid heen: hij verandert namen, plaatsen en de feiten zelf, al blijft alles royaal herkenbaar. Ross noemt man en paard en wijkt het minst van de werkelijkheid af, al verzon hij er wel een paar verhaalfiguren bij: Jim, een knorrige persfotograaf, die door zijn opdrachtgever op Fortuyn is gezet en op zijn motor van hot naar haar scheurt om diens politieke opgang vast te leggen. En Anke, een voormalig lid van VMO, die ooit deelnam aan een actie om apen te bevrijden uit een laboratorium in Rijswijk. Zij werd als enige opgepakt en veroordeeld voor medeplichtigheid aan moord op een bewaker, al stond ze zelf alleen maar op wacht. Na ruim drie jaar cel, waarin ze niets hoorde van haar vriend en mede-VMO-lid Peter, besluit ze een nieuw leven te beginnen, in een nieuwe stad en met nieuwe bezigheden. Maar al gauw merkt ze dat zij in de gaten gehouden wordt. Reclassering en BVD werken eendrachtig samen en zetten haar onder druk: als ze van haar strafblad af wil, moet ze weer contact zoeken met haar makkers van vroeger, maar dan als infiltrant. En zo ziet ze haar ex Peter terug, die nog altijd een grotere dieren- dan een mensenvriend blijkt te zijn, net als zijn maat Volkert, een zwijgzame milieubeschermer, die er alles aan doet om de ammoniakuitstoot van veebedrijven te beperken. Maar vanuit zijn woonplaats Harderwijk, zo merkt Anke, beraamt hij ook heel andere plannen.

Complot van rechts

Volkert van der G. zag Pim Fortuyn als een gevaar voor de zwakken in de samenleving en meende daar paal en perk aan te moeten stellen. Dat deed hij, naar eigen zeggen, in zijn eentje en de officier van justitie heeft blijkbaar geen harde gegevens kunnen vinden die wijzen op het tegendeel. René Appel en Tomas Ross zijn duidelijk een andere mening toegedaan. Als we hen mogen geloven had Volkert niet alleen handlangers, maar maakte hij, zonder dat te weten, ook deel uit van een complot van rechts dat hem als zetstuk gebruikte. In het ene boek is het de partij zelf die de dood van zijn leider decreteert, om zelf de macht over te kunnen nemen. In het andere wordt de BVD gezien als kwade genius achter de moordaanslag, met geen andere bedoeling, zo lijkt het, dan de oproerkraaier voorgoed tot zwijgen te brengen. Appel en Ross proberen, ieder op hun manier, duidelijk te maken dat we ons, een jaar na de moord, niet opgelucht hoeven te voelen. De moordenaar van Pim Fortuyn zit dan weliswaar voor nog minstens twaalf jaar achter slot en grendel, zoals het er nu naar uitziet, maar wie zegt dat hij de enige schuldige was? Wie weet hoeveel schurken er nog ongestraft rondlopen? Wij zijn door gevaarlijke gekken omringd: het is een akelige gedachte voor de mensen in het land, maar een ideale toestand voor de thrillerliefhebber.

René Appel: Doorgeschoten. Bert Bakker. 298 blz. €16,95

Tomas Ross: De zesde mei. De Bezige Bij. 296 blz. €18,90