Een pyloon van 92 meter boven het wegdek

Architect Ben van Berkel van UN Studio liet gisteravond in Utrecht zijn Prins Clausbrug zien aan een kleine groep van liefhebbers.

Twee zomers geleden vloog aan het einde van de Churchilllaan aan de oever van het Amsterdam-Rijnkanaal een houten jeugdhonk in brand. De brand bleek aangestoken door een ,,harde kern''van Marokkaanse jongens uit de wijk. Kanaleneiland. Het welzijnswerk gaf de `harde kern' op, de politie verhardde haar beleid.

Op de plaats waar het jeugdhonk stond, doemt nu een brug op. De Prins Clausbrug. Paarsig in de ochtendmist die over het kanaal hangt. Het nog lege wegdek zakt iets weg en stijgt dan tot over de helft van de brug. Daar staat 92 meter hoog een pyloon, rechthoekig aan de onderkant, glooiend rond van boven. Tuien hangen aan weerszijden naar beneden. Het is er doodstil.

Architect van de brug Ben van Berkel van UN Studio, die in 1997 een prijsvraag won met zijn ontwerp, kwam gisteravond naar Utrecht om zijn brug aan een klein gezelschap van betrokkenen en liefhebbers te laten zien. De lucht was blauw, zo blauw als de pyloon die er soms tegen wegviel. De tuien bogen mee in de wind.

Van Berkel ontwierp in 1996 de Erasmusbrug, die het Rotterdamse centrum met de bedrijvenwijk de Kop van Zuid verbindt. De Prins Clausbrug, die 24 miljoen euro heeft gekost, noemt hij een 'stadsbrug'.

,,De stalen pyloon staat met zijn gezicht naar de stad, met zijn rug naar het nieuwe land, Leidsche Rijn. Kanaleneiland zou het centrum van Utrecht kunnen worden.'' Hij zegt het met een twinkeling in zijn ogen.

Een paar honderd meter ten zuiden van de brug ligt de Galecopperbrug die leidt naar het knooppunt Oudenrijn, waar A12 en A2 elkaar kruisen. De Prins Clausbrug komt in al zijn grandeur uit op de zanderige Bevrijdingslaan, de toegangsweg naar het bedrijventerrein in aanleg Papendorp. Links van de brug liggen volkstuinen. Over een van de banen van de tweebaansweg over de brug zal de Hogesnelheidsbus naar Leidsche Rijn rijden.

Van Berkel groeide zelf op in Kanaleneiland eind jaren zestig, begin jaren zeventig. Toen al was hij gefascineerd door de breedte van het kanaal. In de zomer speelde hij langs de oevers.

,,Ik woonde in de Marshalllaan. Daar wandelden mensen die naar de flats kwamen kijken. Kanaleneiland was een toonbeeld van oorspronkelijke ambities en eigenheid. Modernistisch en streng. Ik kreeg daar mijn eerste opleiding in de architectuur.''

De pyloon en het wegdek worden gedragen door een stalen lus, die als een knoop onder de brug staat. Dat vindt Van Berkel het mooiste van de brug. ,,Dat je ziet hoe de constructie zichzelf naar boven trekt.''

De twee weghelften van de brug worden gescheiden door een brede gleuf die licht weerkaatst op het water. De onderkant lijkt een keldergewelf, met kunstig gelegde baksteen. Dat zijn toegiften voor de fietsers die onder de brug door naar Langerak in Leidsche Rijn gaan.