De hamer

Van Nietzsche wordt gezegd dat hij zulke gespierde taal uitsloeg omdat hij zelf ziek was. Filosoferen met de hamer, dat is in wezen iets voor zwakkelingen. Wie sterk in zijn schoenen staat, zoekt juist het fijnzinnige debat. Hij heeft die ene, alles verpletterende klap van de hamer niet nodig.

Al een paar dagen lig ik ziek te bed. Niets bijzonders, wel uitputtend. Griep. ,,SARS'', zeg ik met mijn laatste gevoel voor humor, maar de familie die me een kopje thee brengt, gelooft er niet in. Alles klinkt ver weg en de gesproken woorden resoneren als in een zwembad. Omdat het leven doorgaat, heeft iemand een laptop op mijn schoot gelegd. Flarden mist trekken voorbij en door één oog dicht te knijpen, probeer ik de toetsen in het vizier te houden. Plotseling komt een enorme agressie op. Wie zullen wij nu eens neerhameren? Platbranden, in elkaar stampen, de waterspuit erop, de mitrailleur eroverheen, een schop onder hun kont kunnen ze krijgen.

Allereerst de stroming van de ietsisten, filosofen die een beetje in God geloven en een beetje ook weer niet, althans ze denken dat er in ieder geval iets is, want tussen hemel en aarde is nu eenmaal meer dan wij kunnen bevroeden. Een ietsepietsie meer. Ik besluit een nieuwe school op te richten, die van de ietsepietsisten. Wij ietsepietsisten gaan die slijmerige ietsisten te vuur en te zwaard bestrijden. Wij baseren ons niet op Einstein, maar op de slager die vraagt of het misschien een onsje meer mag zijn.

Doodmoe val ik terug in bed. Ik kan geen pap meer zeggen en schrijven. Met mijn laatste krachten knip ik de televisie aan, die aan het voeteneind is opgesteld. In beeld verschijnt Willem Ruis. De laatste dagen kun je geen kanaal opzetten, of je ziet Willem Ruis. Bij Nova, B&W, in het Journaal, bij RTL en SBS, of in Het Uur van de Wolf, enzovoort, overal verschijnt Willem Ruis. Je kunt geen krant opslaan of er zijn drie, vier, vijf artikelen gewijd aan die grote Nederlander die Willem Ruis heet. De joden hebben Einstein, de Duitsers hebben Nietzsche, de Amerikanen hebben Rumsfeld, en wij hebben Willem Ruis. De wereld staat in brand en bij ons is Willem Ruis hét journalistieke item.

De acht uur durende documentaire over Willem Ruis is juist bezig aan de laatste dagen van de quizmaster. Willem Ruis is al ziek. Dan krijgt hij de genadeklap. Een koerier uit het verre Aalsmeer komt op blote voeten aangesneld met het bericht dat Ron Brandsteder de show gaat brengen die ook hij, Willem Ruis, wilde brengen. Ron Brandsteder! Ook gij, Ron?! Het is deze dolkstoot, waardoor Willem Ruis ter aarde stort. Klassieke muziek zwelt op, over de aftiteling vaart een eenzaam zeilbootje het zeegat uit en ik pak mijn stengun die ik altijd onder de dekens bewaar: Rakketakketak! En weg ben jij.

Het toestel kraakt in al zijn voegen, maar geeft nog beeld. Wel staat er ineens een ander net op. Verdomd, daar verschijnt Albert Verlinde, de nieuwe columnist van NRC Handelsblad. Mijn nieuwe collega! Vroeger schreef hij een column voor de Privé, waarin hij vooral reclame maakte voor de producties die hij zelf produceerde. Je zou dat corrupt kunnen noemen, maar dat moet je niet doen, want er waait een nieuwe tijd en die nieuwe tijd moet vooral de jongere lezer aanspreken, en de jongere lezer wil graag dat er met een nichterige knipoog over de namaaktieten van Patty Brard wordt bericht.

Rakketakketak! Nu beweert het Journaal dat CNN en BBC World in Drenthe en Groningen van de kabel worden gehaald. Een atoombom op Drenthe en Groningen. Het is heerlijk om één dag in het jaar ziek te zijn!