D66 onzekere factor in formatie

D66 blijft de onzekere factor in de formatie van het kabinet Balkenende-2. Dat kabinet wordt heel anders dan zijn voorganger, zo blijkt uit een tussenrapportage.

Balkenende-2 wordt een ander kabinet dan Balkenende-1, zoveel is wel duidelijk uit het tussenverslag dat de informateurs Hoekstra en Korthals Altes gisteren naar de Tweede Kamer stuurden. De naamgever blijft overigens zelf nog even buiten beeld: binnen en buiten het CDA leeft de opvatting dat met de aanstelling van de CDA-leider tot formateur beter nog even gewacht kan worden. Niet dat tussen CDA en VVD nog verder grote problemen worden verwacht – na Balkenende-1 weten die partijen wel ongeveer wat ze aan elkaar hebben.

D66 – dat is de onzekere factor. Het zou een ramp zijn voor formateur Balkenende wanneer deze partij, waar ideologische twijfels leven over deelname aan een centrumrechtse coalitie, alsnog op een congres of per ledenreferendum van deelname zou afzien. En een ramp heeft CDA-leider Balkenende bepaald niet van node, na de incidenten die de afgelopen maanden toch al aan zijn gezag afbreuk hebben gedaan.

Dat de informateurs Hoekstra en Korthals Altes zich dus gisteren bereid hebben verklaard om de programmatische onderhandelingen tussen CDA, VVD en D66 verder vorm te geven en er niet – zoals aanvankelijk hun opdracht was – er de brui aan geven nadat voor CDA en VVD een bruidje is gevonden, komt het CDA dan ook goed uit. Dinsdag hadden de onderhandelaars van de partijen hen gevraagd nog even aan te blijven.

Liefst voor 1 juni willen zij nu een écht regeerakkoord klaarhebben. ,,Op de beste en snelste manier'', aldus Korthals Altes. De onderhandelingen die nog komen, gaan over het moeilijkste: de harde cijfers, de bezuinigingen hier en de investeringen daar: de `ombuigingen' kortom, in jargon. Daarna kan formateur Balkenende de puntjes op de i zetten, in de vorm van de personele invulling van de posten.

Het tussenverslag van de informateurs is geen concept regeerakkoord, benadrukken zij zelf. ,,Zover zijn we gewoon nog niet'', aldus Hoekstra. De informateurs richten zich in hun verslag vooral op punten waarvan zou kunnen worden gedacht, dat de beoogde coalitiepartners er onenigheid over zouden kunnen hebben. Er staat dus bijvoorbeeld niets in over veiligheid, of ruimtelijke ordening.

Niettemin lijkt het document van negen kantjes wel een beetje op het soort regeerakkoord waar CDA-leider Balkenende anderhalf jaar geleden nog van droomde, voordat hij zijn eerste formatie begon: louter puntige hoofdlijnen, de belangrijkste afspraken op een a-viertje. Er staan duidelijke afspraken in over het doel van het financiële beleid (evenwicht in 2007), de ondergrens (het Europese stabiliteitspact), de prioriteiten (minder regels, meer eigen verantwoordelijkheid voor de burger) en de belangrijkste voornemens op het gebied van sociaal en economisch beleid, democratische hervorming, milieu en ethische kwesties.

CDA en VVD zijn de verkenningen met D66 enerzijds, en die met ChristenUnie en SGP anderszijds ingegaan met hun vorig jaar met de LPF gesloten `Strategisch akkoord' als basis. Maar in de praktijk raakt dit document steeds verder buiten beeld. Niet alleen wordt het komende kabinet een bezuinigingskabinet – vorig jaar mei was het economische toekomstbeeld veel rooskleuriger.

Maar ook de politiek-filosofische basis van het kabinet lijkt veranderd: het Strategisch akkoord begon met een hooggestemde inleiding, voornamelijk van de hand van CDA-informateur Donner, over waar het heen moest met de door acht jaar Paars op sommige punten verworden natie. Met twee liberale coalitiepartners die beiden aan Paars hebben deelgenomen, lijkt een dergelijke benadering minder houdbaar.

Het tussenverslag maakt duidelijk dat minder Kamerzetels soms meer politieke invloed kan betekenen: het behoud van de tijdelijke referendumwet en de gekozen burgemeester waren verlangens die de LPF vorig jaar met 24 Kamerzetels moest inleveren. D66 haalt ze, met zes Kamerzetels, binnen.

Bepaald curieus is de expliciete inwilliging van enkele verlangens van de ChristenUnie en SGP, terwijl deze partijen toch in het formatieproces zijn afgevallen: handhaving van de zorgvuldigheidsnormen bij abortus, meer aandacht voor palliatieve zorg, meer vrijheid voor gemeenten om bordelen te weren, verschoningsrecht voor ambtenaren die geen homohuwelijk willen voltrekken.

Deze `concessies' – die trouwens grotendeels ook CDA-wensen zijn – worden door CDA en VVD gepresenteerd als een `beloning' voor de constructieve opstelling van de beide klein-christelijke beginselpartijen in het formatieproces: zij hebben zich onthouden van het a priori stellen van onaanvaardbare eisen.

Toch spreekt ook hieruit een zekere onzekerheid over D66: als de D66-fractie in de Kamer aan het twijfelen slaat, zijn wat extra stemmen voor het kabinetsbeleid mooi meegenomen. ChristenUnie en SGP wijzen dit voorstel tot informele gedoogsteun overigens principieel af.