Boogschieten langs het spoor

Retour Grenoble is een reisgesprek, een portret in miniatuur van Hella S. Haasse, en een verlokking tot het ontdekken of het herlezen van haar werk. In dit boek doet Anthony Mertens, de redacteur van de schrijfster, verslag van een reis die ze ongeveer een jaar geleden samen maakten naar de geboortestad van Stendhal. Haasse was er door een boekhandel uitgenodigd om over haar inmiddels bijna integraal in het Frans vertaalde werk te komen spreken.

In Retour Grenoble geen beschouwingen over de Franse volksaard of toeristische informatie over het reisdoel, maar een onderhoudend, persoonlijk gesprek over literatuur, mythologie, geschiedenis en tijdsgeest, over een flink aantal van haar romans en essays en, in vogelvlucht, een staalkaart van thema's die je in Haasses werk aantreft.

Neem de zwaan, symbool van dubbelzinnigheid en een motief in Haasses roman Zwanen schieten uit 1997. Haasse vertelt hoe ze jaren geleden het traject van Parijs naar Leiden aflegde en vanuit haar raam een boogschutter meende te zien, de boog strak gespannen, de pijl aan het touw. Honderden kilometers verderop zag ze, aan de slootkant, een dode zwaan liggen, `de wijd gesperde vlerken met bloed bevlekt'. Zwanen schieten kwam voort uit die twee beelden, die nog steeds op haar netvlies staan. Het was geen verbeelding: jaren later kreeg ze een brief van een man die zich ieder jaar in dat seizoen, in de bossen langs de spoorlijn, oefende in boogschieten.

Ook Saint-Witz komt ter sprake, de stad even ten zuiden van de Franse hoofdstad waar Haasse en haar man tien jaar woonden en waarvan ze, voor hun terugkeer naar Nederland, tot ereburgers zijn benoemd. Ogenblikken in Valois is Haasses ode aan de streek, Val d'Oise. Ze herkende er `het gevoel van thuiszijn in de natuur', zoals ze dat had ervaren in de groene bergen van haar geboorteland Java. De Franse streek leek een metafoor voor de `Indian summer' in haar eigen leven.

Ook het zelfportret komt aan de orde, niet alleen als het geschreven negentiende-eeuwse alternatief voor portretfoto's dat Haasse aantrof in haar archiefonderzoek voor Mevrouw Bentinck of Onverenigbaarheid van karakter, maar ook als middel tot zelfonderzoek, het zelfportret als legkaart. In dat kader vertelt Haasse over de verwantschap die ze voelt met sommige van haar personages. `Alles wat je schrijft, heeft te maken met vragen als ,,wie ben ik''.' En, even verderop: `Ik besta in wat ik schrijf'.

Al lezend in Retour Grenoble, dat nog geen honderd bladzijden beslaat, krijg je vooral zin om Haasses onlangs heruitgegeven romans weer eens ter hand te nemen: De wegen der verbeelding, De meermin en Een nieuwer testament, de roman die Haasse `als ze moest kiezen, met het mes op de keel' het dierbaarst is.

Retour Grenoble. Anthony Mertens in gesprek met Hella S. Haasse. Querido, 97 blz. €8,50