Blair voert druk republikeinen op

De Britse premier Tony Blair heeft gisteren de verkiezingen voor een Noord-Ierse assemblee uitgesteld tot de herfst, omdat het verboden Ierse Republikeinse Leger (IRA) naar zijn zeggen weigert een einde te beloven aan zijn paramilitaire activiteiten.

Die beslissing maakt een einde aan eerder gewekte hoop dat een doorbraak in de politieke impasse aanstaande was, vijf jaar na het Goede-Vrijdagakkoord, de blauwdruk voor permanente vrede en machtsdeling door katholieken en protestanten. Het besluit luidt ook een nieuwe fase in waarin de Britse regering de republikeinen rechtsreeks voor het blok zet om concrete concessies te doen.

Het Noord-Ierse zelfbestuur blijft voorlopig geschorst, terwijl Londen de provincie rechtstreeks blijft besturen. Verkiezingen stonden eerder gepland voor 1 mei, tegelijkertijd met plaatselijke en regionale verkiezingen in Engeland, Schotland en Wales, maar waren al verdaagd naar eind deze maand.

De Ierse premier Bertie Ahern, actief betrokken bij het vredesoverleg, zei het niet eens te zijn met Blairs beslissing. Uitstel schept volgens hem meer problemen dan het oplost. Volgens Blair hebben verkiezingen echter geen zin omdat ,,er nauwelijks uitzicht is op een regering daarna''.

De protestanten weigeren opnieuw met het republikeinse Sinn Féin, politieke tak van de IRA, in zee te gaan zonder de belofte dat de oorlog voorbij is. Doorgaan van de verkiezingen zou de positie van de protestantse premier David Trimble verder uithollen ten gunste van de radicale unionisten van dominee Ian Paisley, die onder geen beding in één regering met de republikeinen willen plaatsnemen.

Volgens Blair kan een Noord-Ierse regering uitsluitend bestaan ,,als elke deelnemende partij helemaal, compleet is gecommitteerd aan exclusief vreedzame middelen''. Dat is vooralsnog niet het geval bij Sinn Féin en de IRA. Sinn Féin-chef Gerry Adams heeft weliswaar beloofd dat de IRA ,,geen activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met het Goede Vrijdagakkoord'', maar weigert volgens Blair ,,point-blank'', een einde te beloven aan de paramilitaire activiteiten die worden opgesomd in een tot dan toe vertrouwelijk ontwerp-akkoord dat de Ierse en Britse regering gisteren publiceerden. Blair erkende dat de IRA geen octrooi op geweld heeft en dat protestantse zogeheten loyalisten ook terreur uitoefenen. De daaraan verbonden partijen willen echter niet in een regering deelnemen, aldus Blair.

De Brits-Ierse verklaring vraagt van de IRA een ,,onmiddellijk, volledig en permanent einde van de paramilitaire activiteiten, waaronder aanvallen, militaire training, het bijhouden van doelwitten, het vergaren van inlichtingen, aankoop en ontwikkeling van wapens'' en de gewelddadige ordehandhaving in eigen kring zoals het verminken van vermeende verraders en doodsbedreigingen aan `te lauwe' katholieken..

Het Goede-Vrijdagakkoord spreekt uitsluitend in vage termen over die activiteiten, wat Blair gisteren rechtvaardigde door te zeggen dat de republikeinen zo de kans kregen zonder gezichtsverlies hun ,,overgang'' van een militaire groep naar een politieke beweging te maken. Volgens hem kan dat niet langer.

Het is onduidelijk of Blairs nieuwe, harde opstelling tot resultaten leidt. De IRA is nog nooit ingegaan op harde eisen. Adams reageerde woedend en zei dat Londen ,,geen enkel recht heeft'' op de huidige interventie. Radicale protestanten zeiden dat Blair de verkiezingen alleen uitstelt omdat het verwachte resultaat hem niet zou zinnen. Alleen Trimble steunde het.