Bariton Leiferkus angstaanjagend als magere Hein

Nog vóór het koekhappen en abseilen in Wijhe en Deventer vierden leden van de Koninklijke familie vorige week vrijdag al een ingetogener feestje in het Amsterdamse Concertgebouw. Onder Mstislav Rostropovitsj (76), een goede vriend van de Koningin Beatrix, speelde het Koninklijk Concertgebouworkest voor een zaal van genodigden (bestuurders en vertegenwoordigers van Koninklijke organisaties) een programma met werken van Moessorgski en Sjostakovitsj. De NOS nam het concert op voor televisie, maar hechtte er weinig waarde aan: de opname werd zaterdagmiddag zonder veel extra ruchtbaarheid uitgezonden.

Het Concertgebouworkest bracht grotendeels hetzelfde programma afgelopen week ook in Londen en Brussel. Pas gisteravond was er één concert in Amsterdam, hier mét Moessorgski's Liederen en dansen van de dood – die uit piëteit waren weggelaten in het concert voor de Koningin.

Juist in de liederen van Moessorgski geldt bariton Sergej Leiferkus als een expert, en inderdaad joeg zijn visie op de dood de stuipen op het lijf. Als magere Hein met zoetgevooisde lokstem deed Leiferkus in het Wiegelied denken aan Schuberts Erlkönig. In De veldheer betoonde hij zich een brutere bard des doods, eerst met één priemende wijsvinger naar de zaal gericht, later beide handen bezwerend hemelwaarts geheven. Met ronkende stem maakte Leiferkus hier kraakhelder dat de dood immer triomfeert. Als het einde zich met zó'n stem en zó'n onvermurwbare krijgersgestiek aankondigt, is elk verzet immers ijdel.

Zoals de sinistere houtblazers in Moessorgski's Trepak deden denken aan Mahler, zo ook is Sjostakovitsj' Vijfde symfonie niet van Mahleriaanse trekjes gespeend.

Al uit de spanningsopbouw van het Moderato bleek Rostropovitsj diep doorleefde affiniteit met Sjostakovitsj' idioom. De martiale passages wezen vooruit naar de wervelende klankkermis in het Allegretto. Allemaal maskerade, verduidelijkte Rostropovitsj in het Largo, en liet de stemming omslaan naar zwaar in de snaar gespeelde melancholie: keerzijde van dezelfde medaille.

Aanstekelijk van opbouw en contrast was daarna het met veel pathos gespeelde slotdeel. Rostropovitsj schudde hier uitbundig met zijn linkervuist – onbewust verwijzend naar het affiche voor dit concert. Voor die climax werd hij met donderend applaus, diep keelgebrul en zelfs een enkele gil beloond.

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mstislav Rostropovitsj m.m.v. Sergej Leiferkus (bariton). Programma met werken van Moessorgski en Sjostakovitsj. Gehoord: 1/5 Concertgebouw, Amsterdam.