Afscheid van geliefden

Vreemd, ik was vergeten dat het gebaar waarmee Daberlohn voorgoed afscheid neemt van Charlotte twee keer voorkomt in de film. Helemaal in het begin en aan het eind weer. Het klinkt als een zwaktebod, die dubbele onderstreping van een cruciaal moment, maar het werkt wel, want het gebaar stond in mijn geheugen gegrift – en dat kun je niet van veel Nederlandse filmscènes zeggen. Daberlohn draait zich abrupt om en steekt beide handen in de lucht, als een juichkreet. Het afscheid van de geliefden, theatraal en roerend tegelijk, is de volmaakte omlijsting van de film.

Elke goede regisseur heeft een film die hij móet maken, en zo was het levensverhaal van Charlotte Salomon bestemd voor Frans Weisz. Het Berlijnse meisje, geboren uit een gedoemde moeder, levend in de verdoemde jaren dertig, stervend in het vervloekte Auschwitz (hoewel je dat laatste alleen leest). Het mooie van Charlotte is dat al die zware elementen in de film (meestal) op de achtergrond blijven, terwijl het voortoneel is voor het meisje zelf, en haar worsteling om een volwassen mens te worden en een eigen plaats in de wereld te veroveren. Dat de bazen in haar wereld nou net hadden besloten dat zij er als joods meisje geen plaats in verdient, is voor de film niet belangrijker dan de overheersendheid van haar getalenteerde stiefmoeder. Dat ze uit de klassenfoto wordt verwijderd is niet belangrijker dan de onverschilligheid waarmee haar geliefde Daberlohn haar verjaarscadeau in ontvangst neemt.

Charlotte, zegt Frans Weisz zelf, is eigenlijk de enige van zijn films die hij kan aanzien als ze op tv komen. Dat is voor een groot deel zijn eigen verdienste: zijn gevoel voor theater is helemaal op zijn plaats in een film die Charlottes geschilderde autobiografie Leben oder Theater als uitgangspunt neemt. Hij kon daarbij leunen op een kalm en trefzeker scenario van Judith Herzberg. Op het beeldend vermogen van camerman Theo van de Sande, die in de jaren hierna de Nederlandse cinema zou gaan domineren, tot hij naar Amerika vertrok. En op de hoofdrolspelers: Birgit Doll, die met ongehoord gemak alle Charlottes van 16 tot 25 in de film speelt, en Derek Jacobi, de manische Daberlohn, niet mooi, maar onweerstaanbaar.

Filmtheater: Charlotte (Frans Weisz, 1981, Ned.), Ned.1, 0.10-1.48u.