Vrijstaat

De Achterpagina brengt Lelijk Nederland in kaart. Vandaag een woonwagenkamp in Amsterdam. De kampboerderettes laten zien dat het Wilde Wonen Nederland niet mooier maakt.

Woonwagenkamp is een ouderwets woord. Het doet denken aan hertenkampen en concentratiekampen. Woonwagenkamp is zo'n woord waarvan je zou denken dat ambtenaren en sociale wetenschappers er al jaren geleden, in politiek correctere tijden, een alternatief voor hebben verzonnen, zoals blinden nu wel `visueel gehandicapten' worden genoemd. Maar nee, een woonwagenkamp heet in 2003 nog altijd gewoon woonwagenkamp.

Toch zijn woonwagenkampen eerder het tegendeel van concentratiekampen. Terwijl concentratiekampen zijn bedoeld om mensen binnen de grenzen van het kampterrein te houden, is een woonwagenkamp een plek die niet-woonwagenbewoners niet zo gauw zullen betreden als ze er niets te zoeken hebben. Het woonwagenkamp dat ik in mijn jeugd kende, was de enige no-go-area van Weesp. Daar zorgden alleen al de monsterlijke honden voor die in het kamp losliepen tussen de caravans en de halfgesloopte auto's.

Eigenlijk zouden woonwagenkampen dan ook woonwagenparken genoemd moeten worden. Zoals bungalowparken exclusief toegankelijke enclaves voor vakantievierders zijn, zo zijn woonwagenkampen enclaves voor woonwagenbewoners. Woonwagenkampen zijn in de loop der jaren ook steeds meer gaan lijken op bungalowparken. De tijd dat ze bestonden uit rommelige verzamelingen woonwagens, caravans en sloopauto's is allang voorbij. Veel woonwagens zijn uitgegroeid tot complete villa's, soms zelfs met twee woonlagen. De welstandscommissie, een fenomeen waar iedere Nederlander die iets wil bouwen mee te maken krijgt, heeft niets te vertellen in een woonwagenkamp.

Woonwagenkampen zijn de vrijstaten van het bouwen en wonen. Nergens anders dan hier is beter te zien wat er gebeurt als het Wilde Wonen in Nederland algemeen wordt. De romantische aanhangers van het Wilde Wonen hebben grote verwachtingen van de liberalisering en deregulering van de Nederlandse woningbouw. Als de woningbouw helemaal vrijgelaten wordt en iedere Nederlander naar eigen inzicht een woning mag bouwen, zou zoiets als `de nieuwe woningnood' niet bestaan en zouden Nederlanders veel minder klagen over hun woningen. Misschien hebben de Wilde Woners gelijk, al geeft de verzelfstandiging van de spoorwegen en energiebedrijven niet veel hoop. Maar één ding is zeker: het Wilde Wonen zal Nederland niet mooier maken.

Het woonwagenkamp aan de Ookmeerweg in Amsterdam is bijvoorbeeld een verzameling stuitend lelijke onderkomens. Verreweg het best zijn de caravans en woonwagens die, vermoedelijk wegens geldgebrek, door hun eigenaren ongemoeid zijn gelaten. Maar de verbouwde woonwagens stemmen stuk voor stuk treurig. Niet één eigenaar heeft geprobeerd zijn woonwagen op een passende manier te verbouwen tot een superwoonwagen. Vaak hebben bewoners krullerige houten raamlijsten om de ramen van hun woonwagens geplakt die verraden dat ze in hun hart liever geen woonwagenbewoner zijn. Allemaal doen ze naarstige pogingen om hun woonwagens zoveel mogelijk op een echt huis te laten lijken. Soms zijn de toevoegingen wel komisch. Zo staat er in Amsterdam een woonwagen waarvan de vier ramen zijn veranderd in evenzovele houten erkers: een supererkerwoning.

Ook de lapjes grond rondom de onderkomens stemmen treurig. Net als Vinexwijkbewoners hebben woonwagenbewoners de onweerstaanbare drang hun tuintjes te markeren met schuttingen uit doe-het-zelfbedrijven. Om het nog erger te maken heeft de gemeente bergingen neergezet, stompzinnige doosjes met vier blinde muren en een deurtje.

De meerderheid van de rijke woonwagenbewoners heeft een voorkeur voor witte huizen. Het grootste huis op het woonwagenkamp aan de Ookmeerweg in Amsterdam is een gigantische boerderette van twee verdiepingen met witte buitenmuren en een zwart pannendak. Het enige verschil met echte boerderettes is dat de muren van deze kampboerderette niet van witte bakstenen zijn, maar slechts gevelbekledingen met steenprints hebben gekregen. Het woonwagenpark laat dan ook maar één conclusie toe: in de vrijstaten van het Nederlandse bouwen is de witte schimmel van boerderettes nog erger dan daarbuiten.