Noord-Zuidmetrolijn

Het artikel over de Amsterdamse Noord-Zuidmetrolijn (NRC Handelsblad, 25 april) heeft als subkop: `Het ricico is beheersbaar- zegt de Gemeente'.Indien ik burger van Amsterdam zou zijn, zou ik daar niet zonder meer gerust op zijn.

Blijkbaar wordt er in de bouwplannen ruimschoots gebruikgemaakt van groutbogen en stempels om de waterdichtheid te verzekeren. Zoals in het artikel wordt gesteld is de kwaliteit van de grout moeilijk te voorspellen. Er is nog maar beperkt ervaring met deze methode, en bij de bouw van de Haagse tramtunnel is het faliekant misgegaan, met honderden miljoenen euro's schade en een jarenlange vertraging tot gevolg.

Bijzonder moeilijk lijkt mij het risico in te schatten bij de drie diepe stations: Rokin, Vijzelgracht en Ceintuurbaan. Volgens het profiel zijn deze verankerd in de Eemklei-formatie, en niet in een van de dragende zandlagen. Gezien de zeer heterogene samenstelling van de Eemklei-formatie, waarin klei, silt en lensvormige zanden elkaar snel en onvoorspelbaar afwisselen, moet de ontwatering en inklinking, alsmede de groutkwaliteit, niet goed vooraf te berekenen zijn, en zijn onaangename verrassingen te verwachten.

De gemeente heeft een schadefonds van 22 miljoen euro gevormd, een bedrag dat m.i. meer met politiek dan met het werkelijke risico te maken heeft. De raadsleden zouden er wijs aan doen om op 7 mei te stemmen voor externe verzekering: de aangeboden premie van 46,5 miljoen is waarschijnlijk een betere reflectie van het niet onaanzienlijke risico.