Nog een laatste kans op vrede

Heeft de `routekaart' voor vrede in het Midden-Oosten meer kans van slagen dan vorige vredesplannen? Deskundigen aan het woord.

Met de presentatie gisteren van de `routekaart' ligt nu wellicht het meest gedetailleerde en het breedst gesteunde voorstel op tafel om een einde te maken aan het 55-jarige conflict tussen Israël en de Arabieren. Maar, zo benadrukken Amerikaanse functionarissen, analisten en vroegere bij het conflict betrokken bemiddelaars, de Verenigde Staten en de andere opstellers van het `stappenplan' (de Verenigde Naties, de Europese Unie en Rusland) moeten nog heel wat obstakels uit de weg ruimen voor het uiteindelijke doel van duurzame vrede en de oprichting van een Palestijnse staat in 2005 zal zijn bereikt.

In januari 2001 liep het vredesproces spaak. Drie factoren hebben sindsdien het politieke klimaat zodanig veranderd dat er nu voorzichtige hoop is dat het huidige plan kans van slagen heeft waar alle voorgaande plannen niet tot een definitieve doorbraak leidden. In de eerste plaats is met de beëdiging van de Palestijnse premier Mahmoud Abbas (Abu Mazen) de recalcitrante Palestijnse leider Yasser Arafat min of meer op een zijspoor gezet. In de tweede plaats heeft de oorlog in Irak geleid tot de verdrijving van Saddam Hussein, de gezworen aartsvijand van Israël en de steunpilaar van Palestijnse militanten. En in de derde plaats heeft de internationale oorlog tegen het terrorisme de publieke opinie gemobiliseerd tegen het extremisme.

Het stappenplan voorziet in het nemen van wederzijdse maatregelen in drie fases, met als onmiddellijke ijkpunten het beëindigen van Palestijns geweld en uiteenlopende Israëlische concessies aangaande het afsluiten van grenzen en de vestiging van joodse nederzettingen. De oprichting van een voorlopige Palestijnse staat is voorzien in de tweede fase, terwijl intensieve onderhandelingen over de status van Jeruzalem, het lot van de Palestijnse vluchtelingen en de vaststelling van definitieve grenzen in de derde fase moeten volgen.

De Amerikaanse president Bush toonde zich gisteren optimistisch. De mislukkingen in het verleden ,,betekenen niet dat we niet opnieuw pogingen gaan wagen'', zei hij. ,,Ik ben een optimist. We hebben nu een gesprekspartner namens de Palestijnse Autoriteit die zich duidelijk heeft uitgesproken over de noodzaak terreur te bestrijden.''

Het stappenplan komt op een moment dat Israëliërs en Palestijnen er beiden belang bij hebben om het ,,proces van oorlog'' te stoppen, zegt Dennis Ross, de belangrijkste Amerikaanse onderhandelaar voor het Midden-Oosten onder de regering van president Clinton en daarvóór onder de regering van Bush senior. ,,Wat dit stappenplan levensvatbaar maakt, is het samenvallen van de belangen [van Palestijnen én Israël] op korte termijn. Abu Mazen heeft verklaard dat er geen militaire oplossing is voor de Palestijnse kwestie en dat terrorisme de goede zaak in de weg staat. En [de Israëlische premier] Sharon beseft dat hij uit economische overwegingen een eind moet maken aan de huidige strijd'', aldus Ross, thans directeur van het Washington Institute for Near East Policy.

Toch, waarschuwt Ross, biedt de gemeenschappelijke wens om de huidige geweldsspiraal te doorbreken nog niet de garantie dat daadwerkelijk vooruitgang op de weg naar vrede wordt geboekt. Het specifieke karakter van het stappenplan kan die ,,illusie'' gemakkelijk wekken, maar feit is dat een heleboel gedetailleerde voorwaarden nog moeten worden vertaald in concrete daden.

Daarbij komt de uitvoering van het plan zal worden gehinderd door problemen die ook bij eerdere vredespogingen opdoken. Niet vergeten mag worden dat het plan dat nu op tafel ligt de direct betrokken partijen in feite is opgedrongen en niet het resultaat is van onderhandelingen tussen hen. ,,Dit is geen `routekaart' waaronder beide partijen hun handtekening hebben gezet. In het beste geval kan het plan dienen als een gids'', zegt bijvoorbeeld de vroegere Amerikaanse ambassadeur in Israël, Martin Indyk.

Op elk moment kan een van de partijen zeggen dat er niet voldoende vooruitgang is gemaakt, en dan ligt heel het proces weer aan stukken, zegt Shibley Telhami, bijzonder hoogleraar `internationale vrede en ontwikkeling' aan de universiteit van Maryland. ,,Het plan is bijna geheel afhankelijk van de goede bedoeling van beide partijen en gaat ervan uit dat ze zich reeds hebben gebonden aan de opvattingen die daarin zijn vervat, en dat ze die gewillig willen uitvoeren.''

Het welslagen van het vredesproces is ook sterk afhankelijk van één man: Abbas. De nieuwe Palestijnse leider moet zich staande weten te houden tegenover een uiteenlopend spectrum van belangengroepen, variërend van een rechtse Israëlische regering tot islamitische extremisten die niet alleen het vredesproces willen torpederen maar ook uit zijn op de vernietiging van Israël. Sharons eigen Likud partij heeft tegen het vredesproces gestemd, terwijl Yasser Arafat zich al weigerachtig heeft getoond om al zijn belangrijkste bevoegdheden over te dragen aan Abbas. Tegelijkertijd zijn Hamas en de Islamitische Jihad niet bereid af te zien van de gewapende strijd.

Het zou wel eens heel moeilijk kunnen zijn om een nieuwe cyclus van geweld te voorkomen, welke toezeggingen Abbas ook doet. Hij bevindt zich in ,,een zwakke positie, met zeer weinig mogelijkheden om veiligheid op te leggen'', zegt oud-ambassadeur Indyk.

De Palestijnse veiligheidsdiensten verkeren in wanorde en de opbouw van een nieuwe Palestijnse veiligheidsmacht is een van de hervormingen die volgens het stappenplan in de eerste fase moeten worden aangepakt. Dat zal enige tijd duren, wat de mogelijkheden voor Abbas om een eind te maken aan het bloedvergieten ondermijnt. ,,Als Abu Mazen niet slaagt, zal dat het zijn. Er is geen andere Abu Mazen, geen andere gematigde, geloofwaardige leider. Hij belichaamt de laatste kans'', zo wijst ook de Jordaanse minister van Buitenlandse Zaken, Marwan Muasher, op de risico's.

Des te meer hangt af van de rol die de VS gaan spelen. Nog meer dan in het verleden zullen ze het vredesproces moeten trekken. President Bush nam gisteren al een voorschot: ,,Ik verheug me erop meer tijd en energie te besteden aan het vooruitbrengen van het (vredes)proces.''

Maar hoe lang zal Bush dat volhouden, vraagt minister Muasher zich af, verwijzend naar de presidentsverkiezingen in november volgend jaar die de aandacht van het Midden-Oosten weer gemakkelijk kunnen afleiden zoals in het verleden vaker gebeurde. Hij voorspelt dat Washington ongeveer een half jaar de tijd heeft om belangrijke vooruitgang te boeken. ,,Als er niets gebeurt, zullen binnen twee jaar alle vooruitzichten op vrede zijn weggesmolten.''

©Los Angeles Times