Lintjesregen

Mevrouw Michiels van Kessenich-Hoogendam meldt dat bij de voordracht van Eerste- of Tweede-Kamerleden voor een koninklijke onderscheiding de manier waarop zij zich van hun taak hebben gekweten niet beoordeeld hoeft te worden. En wel ,,omdat de bevolking haar waardering voor deze mensen heeft uitgesproken door ze te herkiezen''.

Een gotspe. Vrijwel alle Kamerleden belanden niet op grond van persoonlijke voorkeursstemmen, maar in het kielzog van hun lijsttrekker en partij in de Kamer op grond van hun plaats op de kieslijst van hun partij. Deze lijsten worden volkomen buiten elke invloed van `de bevolking' opgesteld door selecte commissies van partijprominenten, en zelfs het gemiddelde lid van een politieke partij kan hierop weinig tot geen invloed uitoefenen. Mw. Michiels van Kessenich-Hoogendams uitspraak is dan ook kenmerkend voor de neerbuigendheid jegens `de bevolking' van de kant van de regenten die (verenigd onder de namen CDA, PvdA, VVD) zo profiteren van het beperkt democratische stelsel in dit land.