Leger gaat alleen naar Irak onder VN-vlag

Nederland wil in principe meedoen aan een stabilisatiemacht voor Irak, maar dan moet de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties in een of meer resoluties wel duidelijke voorwaarden hebben vastgelegd.

Dat zei minister van Buitenlandse Zaken De Hoop Scheffer gisteren tijdens een tweedaags bezoek aan de Amerikaanse hoofdstad. Hij had gesprekken in het Witte Huis, het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken en de Senaat en hield een voordracht voor het Centre for Strategic and International Studies (CSIS), een denktank over militaire en diplomatieke vraagstukken.

Tot dat laatste gehoor zei de minister begrip te hebben voor de Amerikaanse frustraties over de Verenigde Naties, die het er zijns inziens in het geval Irak bij hebben laten zitten. Maar: ,,laten we de Verenigde Naties niet helemaal laten zitten''. Een nieuwe resolutie van de Veiligheidsraad zou moeten vastleggen wat de taken en militaire instructies zijn van de stabilisatiemacht in Irak.

Mocht een dergelijke regeling in VN-verband niet haalbaar blijken en Condoleezza Rice, de nationale veiligheidsadviseur van president Bush heeft al duidelijk gemaakt dat Washington er niet erg lang op wil wachten dan wil minister De Hoop Scheffer toch nog ,,een muizengaatje'' openlaten voor Nederlandse deelname aan een stabilisatiemacht.

De Nederlandse bewindsman kreeg op het Witte Huis de verzekering dat de president bereid is `politiek kapitaal' te investeren in het op gang krijgen van reële besprekingen in het Midden-Oosten. President Bush publiceerde gisteren een stappenplan voor vrede in die regio, opgesteld door de Verenigde Staten, de EU, Rusland en de VN, die samen het `Midden-Oosten-kwartet' vormen.

In zijn opmerkingen tot het CSIS liet De Hoop Scheffer er geen twijfel over bestaan waar volgens hem de enige militaire bescherming voor Nederland en Europa te vinden is: in de Verenigde Staten. De Irak-crisis heeft volgens hem laten zien dat ,,Europa geen buitenlandse politiek heeft''.

Er is veel werk aan de winkel voor Europa, zowel wat betreft de gemeenschappelijke buitenlandse politiek als de defensie- en veiligheidspolitiek. Daarover in kleinere Europese groepen voorstellen ontwikkelen, zoals Frankrijk, Duitsland, België en Luxemburg eergisteren deden in Brussel, leek de minister niet de goede weg. Meer Europese eenheid leek hem ook Amerikaans belang. Hij verweet Washington in de laatste bewogen periode te weinig met Europa te hebben overlegd. Dat gold ook voor de spanningen rond het Internationaal Strafhof en het Kyoto (milieu) Protocol.

De Amerikaanse ambassadeur in Den Haag, Sobel, merkte in dat verband tijdens de CSIS-bijeenkomst op dat de VS ,,de juiste boodschap'' hebben. ,,Het is alleen zaak hem ter bestemder plaatse te krijgen.'' Sobel zei na twee maanden public diplomacy inzake Irak gemerkt te hebben dat het idee `herstel van de democratie in Irak' meer aansloeg dan twaalf jaar geschonden VN-resoluties.