In Burundi overheerst het wantrouwen

Burundi heeft sinds gisteren een nieuwe president - de Hutu Domitien Ndayizeye. Een garantie voor stabiliteit is er niet want de bestaande vrede is fragiel. ,,De macht is in handen van de Tutsi-kliek''.

Een Hutu is gisteren de nieuwe president van Burundi geworden. Twee eerdere pogingen de afgelopen tien jaar om een politicus van de Hutu meerderheid in het land tot president te benoemen leidden tot staatsgrepen, politieke moord en genocide, waarbij meer dan honderdduizend mensen omkwamen. Ook dit keer gaat de machtsoverdracht van een Tutsi naar een Hutu gepaard met onheilspellende voortekenen.

De machtsoverdracht van de Tutsi-president Pierre Buyoya naar de Hutu Domitien Ndayizeye maakt onderdeel uit van een in 2000 in Arusha (Tanzania) gesloten vredesakkoord. Dat was een vredesverdrag die geen vrede bracht omdat rebellengroepen weigerden mee te doen. Als nooit eerder tevoren trilde vorige week de hoofdstad Bujumbura op zijn grondvesten toen vanaf de omringende heuvels en vanaf het Tanganyikameer rebellen twee dagen lang tientallen zware mortiergranaten afvuurden, die in woonwijken belandden, het centrum en bij hotels. Tegelijkertijd vielen de rebellen twee andere steden aan. ,,Het effect op de bevolking was verwoestend'', vertelt een inwoner, ,,na deze zware beschietingen gelooft niemand meer in de vrede''.

De ironie wil dat een half jaar geleden in Burundi de vrede wel degelijk eventjes heel dichtbij leek, maar deze kans werd niet benut. De meeste van de drie Hutu-rebellenbewegingen en hun talrijke afsplitsingen waren begin december na eindeloze onderhandelingen tot een akkoord gekomen en hadden een staakt-het-vuren gesloten met de regering om een einde te maken aan de tien jaar oude oorlog. Maar de in het akkoord voorziene buitenlandse vredestroepen kwamen niet snel opdagen en, in de woorden van een diplomaat ,,de Verenigde Naties kwamen niet onmiddellijk in actie en het momentum ging verloren''. Pas eerder deze week arriveerden de eerste Zuidafrikaanse troepen als onderdeel van een vredesmacht van de Afrikaanse Unie (AU) in Bujumbura, maar inmiddels valt er geen vrede meer te handhaven. ,,Druk uitoefenen op de partijen om tot een akkoord te komen en vervolgens geen steun geven om de vrede vorm te geven, geeft blijk van een groot gebrek aan verantwoordelijkheid. Die blaam treft ook Zuid-Afrika'', zegt een buitenlandse waarnemer die al jaren betrokken is bij de besprekingen in Burundi.

Burundi kreeg pas grote internationale aandacht na de massamoorden in buurland Rwanda in 1994. Maar het land zelf kent een lange geschiedenis van overheersing door een kleine kliek van de Tutsi-gemeenschap over de meerderheid der Hutu's en heeft sinds 1965 al vijf traumatische rondes van genocide achter de rug.

De Amerikaanse weigering de genocide in Rwanda te voorkomen door militair ingrijpen bevlekte het Westerse geweten. De VS, de VN en Frankrijk zetten het eveneens tussen Hutu's en Tutsi`s verdeelde Burundi plots hoog op hun agenda's. Na zware druk van Oost-Afrikaanse landen leidde dit in augustus 2000 uiteindelijk tot het akkoord van Arusha. In aanwezigheid van onder anderen president Clinton sloten de Hutu-partij Frodebu en de Tutsi-partij Uprona een verdrag tot samenwerking. Grote ster bij deze verzoening was de bemiddelaar Nelson Mandela. Op zijn advies nam Zuid-Afrika het voortouw en begon het aan zijn eerste vredesmissie op het continent: het zond ruim een jaar geleden zevenhonderd militairen om de Hutu-politici te beschermen.

Een historische vergelijking tussen de blanke repressie onder de apartheid in Zuid-Afrika en de overheersing van de Hutu's door de Tutsi's in Burundi ligt voor de hand. Dus lag ook de tactiek van beslechting van het conflict door middel van verzoening zoals in Zuid-Afrika voor de hand. Maar die strategie bleek in Burundi haar mankementen te hebben. In Zuid-Afrika gingen jarenlange geheime contacten tussen het ANC en de regering vooraf aan de eigenlijke openlijke onderhandelingen. De toenadering was begonnen vóór het overleg een aanvang had genomen. In Burundi daarentegen duwde de buitenwereld de antagonisten naar de onderhandelingstafel en dwong ze een akkoord te tekenen zonder dat er verzoening had plaatsgevonden. ,,Als ik een boek ga schrijven over het vredesprocesproces in Burundi draagt het de titel: Hoe geen vrede te stichten'', zegt de buitenlandse waarnemer betrokken bij de besprekingen. ,,Ik schat de kans dat het akkoord van Arusha tot een goed einde komt niet hoog in.''

Volgens het akkoord regeerde de Tutsi-president Pierre Buyoya de eerste achttien maanden, gevolgd door zijn Hutu-vice-president. In de interimperiode van drie jaar moeten er hervormingen worden doorgevoerd in het leger, de rechtelijke macht, het onderwijs en andere sectoren om de historische discriminatie tegen Hutu's ongedaan te maken. Dat is slechts heel mondjesmaat gebeurd. Zoals de prominente journalist Alexis Sinduhiye het samenvat: ,,Ze hebben de posities in de regering verdeeld maar niet de macht gedeeld, die is in handen gebleven van de Tutsi-kliek.''

Een aantal rebellenleiders dat wel een akkoord sloot, wordt in Bujumbura in de watten gelegd. Ze ontvangen vierhonderd dollar per dag – een gigantisch bedrag in de Burundese context – als beloning voor het tekenen van een bestand waaraan hun strijders zich niet houden. De oorlog gaat door. De nieuwe Hutu-president Ndayizeye zal dus straks het door Tutsi's gedomineerde regeringsleger opdracht moeten geven Hutu-rebellen aan te vallen. Hoewel een beetje beter gedisciplineerd dan vroeger begaan de regeringssoldaten nog steeds grove misdaden tegen de Hutu-bevolking en ze zullen dit nu gaan doen in de naam van een Hutu-president. ,,Buyoya heeft een vergiftigde mantel overgedragen aan Ndayizeye'', aldus een Burundese politicus, ,,hij wordt een schietschijf voor ontevredenen onder zijn eigen Hutu's en voor Tutsi's die zich bedreigd voelen door een Hutu president.''

De Tutsi-president Buyoya gaf in privé de afgelopen weken aan niet te willen aftreden en zijn Uprona partij gaf onlangs een verklaring uit waarin ze opriep de machtsoverdracht uit te stellen. Ondertekenaar van die verklaring is de Tutsi-aanhanger van de harde lijn Alphonse Marie Kadega. Hij werd namens de Tutsi's benoemd tot vice-president. Het wantrouwen blijft overheersen. ,,Uiteindelijk zullen we weer helemaal terug naar af moeten en met alle partijen rond de tafel gaan zitten'', aldus een onderhandelaar, ,,want de verzoening is uitgebleven.''