Eigenaardige dag

Eigenaardige dag, Koninginnedag, gisteren. In Wijhe en Deventer stemden de mensen met de voeten, regen of geen regen, en kwamen massaal op om de dag te vieren met de koningin, haar zuster Margriet en echtgenoot en een fikse stoet zonen, neven en hun aangetrouwden. In het programma ontbraken het koekhappen, touwtrekken, touwglijden, zingende kinderkoortjes en soortgelijke attracties natuurlijk niet, maar er was aan de IJssel ook geïnvesteerd in creatievere plannen. Minpuntje: de koninklijke stoet raakt intussen zó lang dat het op het tv-scherm moeilijk wordt om het allemaal overzichtelijk te houden. Misschien moet er straks wat zulke feestvieringen betreft ook nog aan een scheiding van het koninklijk huis en de koninklijke familie worden gedacht.

Ik ken de kijkcijfers niet, maar neem aan dat een miljoenenlegioen thuis de NOS-reportage uit Wijhe en Deventer met sympathie of enthousiasme heeft gevolgd. Dat de koningin in Deventer de burgemeester ,,corrigeerde'' door in haar afscheidswoord te zeggen dat niet zij en haar familie voor hun komst en hun tocht door de regen moesten worden bedankt, maar juist de bevolking die zich niet door het slechte weer van straat had laten verjagen, was in dubbel opzicht interessant. Want de koningin had natuurlijk óók van de sfeer en de massale opkomst genoten omdat zij weer zichtbaar bevestigden dat het publieke `draagvlak' van de monarchie behoorlijk stevig is. De affaire-Margarita is zo gezien niet veel meer geweest dan een familiestormpje in een glas water.

Wie de traditionele verhouding tussen de Oranjes en de meerderheid van het volk (hun volk) enigszins kent, kon dus gisteren moeilijk verrast zijn. Niet over de manier waarop de viering van Koninginnedag verliep en evenmin over het populariteitsherstel dat gisteren, na een twee maanden durende Margarita-dip, uit opiniepeilingen bleek. Want die enqûetes, in opdracht uitgevoerd door kranten en de NOS en RTL, gaven weliswaar geen gelijkluidende uitslagen, maar in één uitkomst, namelijk brede steun voor de monarchie, stemden zij overeen.

Waarom was de Koninginnedag gisteren niettemin een eigenaardige? Dat was zo omdat er klaarblijkelijk bij vele media vooraf een heel andere verwachting heeft bestaan. Zoals viel op te maken uit reportages en discussies die waren voorbereid rondom het vraagstuk of de koningin niet te veel macht heeft, of neemt, en of daar niet iets aan moet gebeuren. Zelfs de EO, in Hilversum toch de beheerder van een Oranje-bolwerk, had daarin een mooi verjaarsproject gezien en zo'n reportage in het programma Twee Vandaag gestopt. En, ja hoor, een gevarieerde reeks deskundigen zag op dit vlak grote gevaren. Er was zelfs een Belgische royalty-journalist uitgenodigd, die onder meer de vraag voorgelegd kreeg of en in hoeverre de Oranjes nu meer macht hebben dan andere Europese vorstenhuizen. Als ik die Belg goed begrepen heb, komt Oranje in dit akelige klassement na Monaco en Liechtenstein op de derde plaats. Alleen de kristallen bol ontbrak. Wat moet je met zulke discussies ook, zolang allerlei Kamerleden (medewetgevers dus), journalisten en andere deskundigen onbekommerd praten over ,,een nieuwe regering'' of een ,,andere regering'' wanneer zij een nieuw of ander kabinet bedoelen of hun licht laten schijnen over ,,de kroning'' van de koningin wanneer zij haar inhuldiging (zouden moeten) bedoelen. De toenemende macht van de koningin bleek volgens zulke deskundigen, en volgens andere deskundigen die gisteravond meededen aan een soortgelijk Nova-debat, bijvoorbeeld uit de opdracht die de BVD (nu AIVD) via het Kabinet der Koningin kreeg om een antecedentenonderzoek te doen naar de toen aanstaande echtgenoot van prinses Margarita. Gelukkig waren Trouw-commentator Breedveld, in Twee Vandaag, en zijn Telegraaf-collega Lunshof, in Nova, present om te zeggen dat, ik vat het maar samen, de ministeriële verantwoordelijkheid inhoudt dat de koningin nooit meer ruimte kan krijgen of nemen dan de minister-president toestaat en dat bijgevolg alle kritiek op hem, en zijn eventuele slappe knieën, gericht moet zijn. Wat wil zeggen dat alleen premier Kok, toendertijd, en premier Balkenende (nadien) verantwoordelijk was of is voor wat het Kabinet der Koningin doet of laat doen. Dat was al zo en het is nog steeds zo. Dat premiers zich in voorkomende gevallen wel van betere kniebanden of scherpere brillen mogen voorzien, doet daaraan niet af.