Een route vol lasten

ZELFS VETERANEN die de afgelopen 36 jaar alles hebben meegemaakt wat tussen de aartsvijanden Israël en de Palestijnen mogelijk was, erkenden dat het een bijzonder moment was. In Ramallah spraken gekozen Palestijnse volksvertegenwoordigers eergisteren hun vertrouwen uit in de nieuwe regering van premier Mahmoud Abbas. Samen met de verwijdering van het bewind van dictator en toeverlaat voor Palestijnse terroristen, Saddam Hussein, is de installatie van een prille democratische Palestijnse regering een signaal van hoop voor de regio. Het schept een dynamiek die niet mag worden onderschat; een momentum waarin de betrokkenen hun kansen moeten pakken als die zich voordoen. De verantwoordelijkheid van premier Sharon van Israël, premier Abbas en de Palestijnse leider Arafat om aan de hand van een zojuist gepresenteerde `marsroute' vrede te bewerkstelligen, is groot. Dat die route bezaaid ligt met bommen en granaten en leed en verdriet, bewezen de gebeurtenissen van gisteren. Ter ondermijning van een vredesproces dat nog op gang moet komen, was er een nieuwe aanslag, gevolgd door vergelding. En alsof de turbulentie niet groot genoeg was, wordt in Israël gestaakt tegen bezuinigingen die nodig zijn omdat de kosten van de oorlog het land ernstig hebben verarmd. Vrede is voor beide partijen alleen al noodzakelijk om economisch te overleven.

Het was de Amerikaanse president Bush die, in een toespraak in juni 2002, zijn visie over een Palestijnse staat ontvouwde en nieuw Palestijns leiderschap eiste. Arafat had in de ogen van de Amerikanen afgedaan. Hij was er niet in geslaagd om een eind te maken aan de terreuraanslagen. Niet Sharon heeft de oude Palestijnse leider irrelevant gemaakt, maar 's werelds échte machtscentrum: Washington. De komende man, de Palestijnse premier Mahmoud Abbas, moet de hooggespannen verwachtingen waarmaken. Hij spreekt verzoenende taal, maar zowel hij als zijn tegenspelers in Tel Aviv weten dat er de afgelopen jaren te veel bloed is gevloeid om elkaar nu in de armen te vallen. De vrede zal alleen door hard onderhandelen en slechts fasegewijs worden afgedwongen. En dan nog kan het misgaan, conjunctureel en structureel.

MAAR DE STOK achter de deur is niet mis. Het Amerikaanse vredesinitiatief wordt krachtig gesteund door de Verenigde Naties, de Europese Unie en Rusland. Het verleden heeft aangetoond dat als het erop aankomt, alleen de VS de strijdende partijen aan de onderhandelingstafel kunnen brengen. Succes is echter niet gegarandeerd. Met oorlogvoerenden die in fysiek, moreel en economisch opzicht wankelend tegenover elkaar staan, is druk van andere zijden belangrijk. Bovendien spreidt het de risico's die verbonden zijn aan het mislukken van de vredesbesprekingen. De inzet is een Palestijnse staat in 2005. De prijs die Israël daarvoor zal moeten betalen, is het opgeven van nederzettingen in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever en uiteindelijk een deel van Jeruzalem, het gevoeligste onderwerp dat moet worden opgelost. Territorium voor vrede; daar gaat het om – maar alleen als de Palestijnse terreur stopt.

Tien jaar geleden drukten de Palestijnse leider Arafat en de Israëlische politici Rabin en Peres elkaar op het gazon van het Witte Huis de hand, een gebaar waarvoor ze een jaar later de Nobelprijs voor de vrede ontvingen. Aan de eerste intifada was een eind gekomen. Het vredesproces, in Oslo begonnen, leek succesvol afgerond. Wat volgde waren een paar relatief rustige jaren. Met de moord op Rabin begon een lange en dramatische glijvlucht richting oorlog. Vrede is het nog lang niet, maar de recente gebeurtenissen in Irak en het vertrouwensvotum van Ramallah zijn niet meer terug te draaien. Dat besef schept vergaande verplichtingen.