De band tussen politici en maffia in Bulgarije

Een recente aanslag op een maffioso bracht in Bulgarije een bal aan het rollen: er stond een ambtenaar op die zei wat iedereen weet maar wat niemand openlijk zegt.

Op 18 april vloog in hartje Sofia een Mercedes van een maffiose Bulgaarse zakenman in de lucht. De auto reed op dat moment in volle vaart over een van de brede boulevards van de Bulgaarse hoofdstad. De zakenman had zijn mobiele telefoon gepakt en wilde bellen. Een signaal uit de telefoon bracht de autobom tot ontploffing.

De man overleefde de aanslag – zijn chauffeur niet. Op zich ging het niet om een gebeurtenis waar de Bulgaren erg van opkijken, want maffiamoorden komen vaker voor dan de Bulgaren lief is. Dit keer kreeg de aanslag echter een staartje: Bojko Borisov schreef een memorandum en zei wat iedereen wel wist maar nooit of vrijwel nooit hardop kon zeggen: hij wees op de banden tussen ministers, ex-ministers, politici en rechters met de georganiseerde misdaad.

De 43-jarige Bojko Borisov is voormalig lijfwacht van prominente politici. Hij is nu secretaris-generaal van het ministerie van Binnenlandse Zaken en staat bekend om zijn regelmatige kritiek op de laksheid van regering en justitie bij het bestrijden van maffia en corruptie. Vriend en vijand – regeringspartijen en oppositie – beschouwen hem als een capabele ambtenaar.

De maffia is een plaag die Bulgarije teistert sinds de ineenstorting van het socialisme in 1989. Als uit het niets schoten in de jaren daarna schimmige conglomeraties op, veelal gevormd door voormalige communisten en leden van de voormalige geheime dienst met de juiste connecties, oligarchen Bulgaarse stijl die worstelaars – worstelen is een nationale sport – inhuurden voor het vuile werk, van intimidatie en bedreiging tot moord. Vooral de eerste helft van de jaren negentig leidden bende-oorlogen in een sfeer van bijna-anarchie tot straatterreur. Dat politici, van alle partijen, bij die conglomeraties betrokken waren en zijn, is een publiek geheim in Bulgarije.

Naar aanleiding van de aanslag van 18 april schreef Borisov op 23 april een memorandum aan president Georgi Purvanov, premier (en ex-koning) Simeon Sakskoboergotski en procureur-generaal Nikola Filtsjev. De inhoud was interessant genoeg voor de premier om Filtsjev en de ministers van Binnenlandse Zaken en Financiën bijeen te roepen en te besluiten een coördinatiecentrum op te richten voor de bestrijding van de georganiseerde misdaad, corruptie, geldwitwassen en smokkel. De premier zelf ziet toe op de activiteit van het centrum. Verder werd besloten tot een pakket concrete maatregelen voor de bestrijding van de georganiseerde misdaad.

Borisov deed meer dan het schrijven van een memorandum: hij zei ook in het openbaar wat er ruwweg in zijn rapport stond, namelijk dat politici en rechters banden onderhouden met de georganiseerde misdaad en dat de wet moet worden aangepast om de jacht op de maffia te vergemakkelijken. Hij schilderde een apocalyptisch beeld van maffiabenden – drie in getal – die de Bulgaarse onderwereld beheersen en die ,,achter elkaar aanzitten en elkaar opblazen in de straten van Sofia''. Foto's staven de bewering over de banden tussen politici en maffiosi: Borisov produceerde een foto waarop de zakenman die op 18 april bijna het leven liet, te zien is in het gezelschap van parlementariërs op een mooi jacht in de haven van Monte Carlo.

De uitlatingen van Borisov leverden hem een golf van sympathie op bij het Bulgaarse publiek. Ze leverden hem ook een golf van kritiek op van politici: waar waren de bewijzen? Sprak Borisov niet voor zijn beurt? Zat hij niet gewoon zijn eigen imago op te poetsen? De parlementariërs op dat jacht in Monte Carlo riepen in koor de bewuste zakenman helemaal niet te kennen.

Twee dagen later, op 25 april, bood Boris bij premier Simeon Sakkoboergotski zijn ontslag aan. De kritiek was hem te veel geworden en misschien had hij ook wel voor zijn beurt gesproken.

Gisteren wees de premier het ontslagverzoek af. Zeker, zo zei hij, Borisovs onthullingen hebben commotie gewekt en zelfs spanningen veroorzaakt, de media hebben er ,,sensaties van gemaakt'' en er zijn veel conclusies getrokken. Maar Bojko Borisov moet blijven, want hij is een loyale, plichtsgetrouwe en capabele ambtenaar en het ontslagverzoek is ,,een waardige daad, ongebruikelijk in ons politieke leven''. Kosta Kostov, voorzitter van de parlementscommissie voor corruptiebestrijding, stelde gisteren voor hem vice-premier te maken, belast met de supervisie over de machtsministeries.