Praten

We stonden op het perron van Eindhoven op de vertraagde intercity naar Utrecht te wachten, toen een vrouwenstem naast me zei: ,,Het zal me benieuwen hoe laat-ie komt. Er schijnt ergens een ongeluk gebeurd te zijn. Weet u er iets van?''

Het was een gesoigneerde vrouw van tegen de zestig, zwierig gekleed in een dunne wollen mantel.

,,Nee'', zei ik, ,,ik sta hier nog maar net.''

,,Ik hoop maar dat het niet te lang duurt'', zei ze, ,,want ik heb al zo'n lange dag achter de rug.''

Nog voordat ik het onheil had kunnen afwenden met een sluw stapje achteruit, begon ze de inhoud van haar dag over mijn hoofd uit te storten.

Ze had een in Eindhoven studerende dochter die binnenkort uit haar studentenflat zou trekken en daarom dringend hulp nodig had bij de voorbereiding van de verhuizing, want ja, zo gaat het nu eenmaal met kinderen, het blijven in veel opzichten kinderen, ze leven er maar een beetje op los, ze maken zich pas zorgen als het te laat is, dan weten ze je wel te vinden, dan kun je opeens komen opdraven omdat ze in de ellende zitten, in plaats dat ze je nou eerder gewaarschuwd hadden, dan had je wat voor ze kunnen doen op de momenten dat het jou uitkwam, zodat je niet holderdebolder op een doordeweekse dag naar Eindhoven moest om een handje te helpen en....

Onze trein was binnengekomen en ik wilde me al opgelucht losscheuren, maar de vrouw bleef doorratelen terwijl ik haar voor liet gaan. Ze beduidde me met een gezellig knikje dat ik best tegenover haar mocht plaatsnemen.

Het ging nog steeds over haar studerende dochter, die kennis bleek te hebben aan een leuke Iraniër. Niets mis mee, zou je zeggen, maar de Iraniër was een islamiet en Nederland was nu eenmaal niet meer het Nederland van vroeger.

Kort samengevat: de Iraniër viel slecht bij een deel van de familie van mijn vertelster. Heel slecht zelfs. Toen haar schoonmoeder was overleden, hadden de zwagers en zwagerinnen niet gewild dat de Iraniër in de overlijdensadvertentie werd opgenomen.

,,Is dat niet vreselijk'', zei de vrouw. ,,Voor mijn katholieke geloof zijn alle mensen gelijk.''

Waar waren we inmiddels?

Voorbij Den Bosch en in een nieuw hoofdstuk van de familiesage. Het ging zo snel dat ik de verwikkelingen niet kon bijhouden. Ik hoefde niets terug te zeggen, ze stelde me geen enkele vraag. Voor veel mensen ben je niet meer dan een huisdier waar ze uit gewoonte tegenaan praten. Aandacht, daar gaat het om, wie praat krijgt aandacht. Luisteren is voor katten en kanaries.

Dat waren trouwens nog vreselijke toestanden geweest, aan het sterfbed van schoonma. De hele familie was voortdurend in- en uitgelopen, zodat ma gewoon geen tijd kreeg om naar haar laatste adem toe te werken. ,,Op een gegeven moment heb ik geroepen: en nu allemaal even weg. En jawel, een paar minuten later was ze dood. Dat heb je veel vaker, hè? Dat ze niet willen sterven waar iedereen bij is.''

Ik kon het niet bevestigen, maar het leek me niet zo'n slechte theorie. Net als bij de coïtus wil je als stervende toch een beetje privacy.

Na aankomst in Utrecht zei ze: ,,Ik vond het een heel leuk gesprek.''