Nog geen politiek in de provincie

Goede voornemens waren er genoeg bij de vorming van de provinciebesturen.`Smallere' colleges, en meer `politieke' verhoudingen. Maar nu de meeste coalities gevormd zijn, rijst een vertrouwd beeld op.

In Friesland gebeurde eind vorige week iets vertrouwds: CDA, PvdA en VVD bleven samen over aan de formatietafel voor een nieuw provinciaal bestuur. De grote winnaar van de Statenverkiezingen van 11 maart in Friesland, de Fryske Nasjonale Partij (FNP, 3 zetels erbij), vond haar strijd tegen de magneetzweeftrein belangrijk genoeg om uit de onderhandelingen te stappen. Niet alleen in Friesland, maar in alle provincies werd dit jaar hier en daar de hoop geuit dat het provinciebestuur politieker zou worden. Gaat dat lukken, als de drie traditionele grote partijen bijna overal samen terugkeren in een breed samengesteld college?

Anderhalve maand na de verkiezingen staan de colleges in negen provincies vast. In de resterende drie provincies – Friesland, Utrecht en Noord-Holland – is het nieuwe bestuur bijna rond. In Utrecht zijn CDA, PvdA en VVD er volgens een ambtenaar ,,op een haar na uit' en in Noord-Holland wordt, als er ,,geen kink in de kabel komt', deze week een coalitie van VVD, CDA, D66 en GroenLinks gepresenteerd.

Tot de verkiezingen in maart dit jaar was het provinciale bestuur monistisch. De bestuurders van de provincie, de gedeputeerden, zaten tegelijkertijd in de Staten. Sinds de verkiezingen is dit veranderd in een dualistisch systeem. Gedeputeerden mogen geen deel meer uitmaken van de Staten, waardoor deze laatste onafhankelijker te werk kunnen gaan. De Staten moeten minder meebesturen, en meer controleren. De hoop is dat de provinciale besturen ook politieker gaan opereren.

De afgelopen vier jaar regeerden CDA, PvdA en VVD in liefst elf van de twaalf provincies. Alleen in Zuid-Holland werd de VVD buiten de besprekingen gehouden, maar dat had volgens PvdA-lijsttrekker Marnix Norder ,,meer persoonlijke en bestuurlijke dan inhoudelijke redenen'. Na de vorige verkiezingen wilde in de helft van de provincies de Partij van de Arbeid een einde aan deze `brede coalities' maken. De sociaal-democraten stonden een programcollege voor; een college dat duidelijk op een bestuursprogramma gebaseerd is en waaraan niet automatisch alle grote partijen meedoen.

Het PvdA-plan heeft weinig weerklank gevonden. In twee provincies is het gelukt tot zo'n `smal college' met een duidelijke richting te komen. In Groningen zijn de liberalen in de oppositie beland, en bij hun zuiderburen kreeg PvdA-fractievoorzitter Schaap na een spannende onderhandelingsfase zijn zin: het Drentse college bestaat uit PvdA en VVD.

Ook in Flevoland bestond deze wens en werden de besprekingen door een PvdA'er geleid. Formateur Laura Bouwmeester begon de gesprekken met GroenLinks en VVD omdat ze ,,meer aandacht wil besteden aan het stedelijk gebied' en dat kan volgens haar niet goed met het CDA.

In Overijssel, Noord-Brabant en Noord-Holland had de PvdA na de verkiezingsuitslag ook liever een ander college gehad. ,,Logischer kan het niet' volgens PvdA-onderhandelaar Jan ter Schegget, die liever alleen met het CDA in het Overijsselse college had gezeten. Waar de VVD hier drie zetels verloor, wonnen de PvdA en het CDA er samen vijf. Maar net als in Noord-Brabant leidde het CDA de besprekingen en deze partij wil de VVD er graag bijhouden.

De grootste strijd lijkt in Noord-Holland te zijn gestreden. De PvdA werd hier met acht zetels winst duidelijk de grootste, maar kwam niet in het college terecht. Waarschijnlijk presenteert de provincie deze week een college van VVD, CDA, D66 en GroenLinks.

De maandag na de verkiezingen vonden de eerste openbare onderhandelingen plaats, hoewel hierover de lezing van de verschillende partijen anders is. Volgens PvdA-lijsttrekker Marleen Barth waren ,,andere partijen achter onze rug om al een ander college begonnen'. Zij wilde beginnen met over de inhoud te spreken, en daar later de juiste partijen bij zoeken. Barth meent dat de partijen de PvdA eruit hebben gehouden om zelf zeker te zijn van ,,een plekje op het pluche'. Voor VVD-formateur Henry Meijdam werd deze coalitie simpelweg gevormd ,,omdat de PvdA niet wilde'.

De verschillen in inzicht over hoeveel en welke partijen in de colleges moeten komen hangen niet alleen af van de visie op programcolleges. Ook de nieuwe Wet dualisering, waarbij de Staten het college onafhankelijker moeten controleren, leidt tot verschil in inzichten. Hans Schaap, fractievoorzitter van de PvdA in Drenthe, kan niet begrijpen waarom zijn collega's van CDA en VVD per se met drie partijen willen regeren. Als dat gebeurd was, zou de oppositie slechts 11 van de 52 zetels hebben ,,en dan ook nog versnipperd over zes partijen'. Volgens Frans Slangen, KRO-voorzitter en CDA-formateur in Noord-Brabant, ,,een heel slecht begin van het nieuwe systeem'. Slangen vindt juist denken in termen van oppositie ,,denken in een oud systeem. Soms blijven mensen hinken op twee gedachten. Dan willen ze de oude politiek mengen met het duale stelsel.'

Volgens de Brabantse christen-democraat moet er een politieke spanning ontstaan tússen de Staten en de gedeputeerden, maar niet bínnen de organen. In dat geval maakt het niet uit of het college smal of breed is, want het gaat niet om de strijd tussen de gedeputeerden en de oppositie, maar om de controle van de Staten op de gedeputeerden. De Drentse PvdA'er Schaap noemt deze manier van denken ,,schijndualisme' omdat de Staten bij een heel breed college toch niet veel tegen zullen stemmen. Het zijn immers hun eigen partijen die de voorstellen maken.

Volgens Slangen moeten ,,zowel de gedeputeerden als de Staten eraan wennen dat het echt anders wordt. Het college ging er altijd van uit dat de Staten toch wel met hun plannen in zouden stemmen, maar vanaf nu kunnen ze de eigen fractie afvallen zonder dat dat consequenties heeft, zonder dat er iemand naar huis wordt gestuurd.'