Het nieuws van 26 april 2003

RANGLIJSTEN

Het aantal aanbieders van MBA-opleidingen is de laatste jaren explosief gestegen. Alleen al in Nederland zijn er ruim twintig aanbieders van deze opleiding. Het naast elkaar leggen van verschillende ranglijsten kan helpen om tot een keuze te komen

Grote verschillen De ene MBA is de andere niet. Niet qua inhoud, maar vooral niet qua uitstraling. Het diploma krijgt zijn meerwaarde vooral door de business school waar de opleiding is gevolgd. En dus worden er – met name in de Verenigde Staten – eindeloos veel lijstjes gepubliceerd waarin opleidingen met elkaar worden vergeleken. De rangschikking wordt gebaseerd op verschillende aspecten: in de ene lijst wordt gekeken naar de mate waarin headhunters en executive searchers de verschillende opleidingen waarderen, terwijl in de andere lijst bijvoorbeeld de mening van de studenten voorop staat. Ook de salarissprong die mensen kunnen maken na afronding van hun MBA-opleiding wordt als criterium gebruikt.

Weinig verschuivingen Verreweg de bekendste ranglijst is die van de Britse zakenkrant Financial Times. Deze krant maakt jaarlijks een overzicht van de honderd beste fulltime MBA-programma's, gebaseerd op twintig criteria die uiteenlopen van arbeidsmarktperspectieven voor afgestudeerden tot de mate waarin de klassen internationaal zijn samengesteld. De scholen wordt gevraagd een deel van de gegevens zelf aan te leveren, waarbij de Financial Times sinds 2000 de voorwaarde hanteert dat de scholen hun gegevens beschikbaar moeten kunnen stellen aan een onafhankelijke professionele auditor.

Grote veranderingen zijn in de ranglijst van de FT niet te vinden, zo blijkt uit de meest recente editie die op 20 januari in de krant werd gepubliceerd. Op de eerste plaats staat al drie jaar lang business school Wharton, verbonden aan de Universiteit van Pennsylvania, gevolgd door de Harvard Business School, die ook al drie jaar op die plek staat. Van de top-10 staan acht business schools in de VS. Hoogste Europese school is op nummer 6 het Franse instituut Insead, gelegen in Fontainebleau, direct gevolgd door de London Business School. De Rotterdam School of Management is door de Financial Times dit jaar op de 28ste plaats gezet, een plaatsje lager dan in de voorafgaande twee jaren, maar zeer respectabel. In de ranglijst van Europese business schools komt de Rotterdamse MBA-opleiding op de zesde plaats terecht. De andere twee Nederlandse opleidingen die in de top-100 van de Financial Times figureren, zijn Nyenrode (op de 74ste plaats) en de in Utrecht gevestigde MBA-opleiding Nimbas (op plaats 85). Nimbas is onderdeel van het Britse Bradford University Scool of Management.

In de ranglijst die het Amsterdamse SCO-Kohnstamm Instituut tweejaarlijks uitvoert naar de kwaliteit van Nederlandse MBA-opleidingen, voert Universiteit Nyenrode de toon aan. Dit onderzoek, in opdracht van het weekblad Intermediair, is grotendeels gebaseerd op een enquête onder ruim 600 studenten. Daarnaast is een aantal werving- en selectiebureaus gevraagd naar hun mening over twintig opleidingen. De Rotterdam School of Management figureert op de lijst op de tweede plaats, die wordt gedeeld met de Tias Business School die aan de Tilburgse universiteit verbonden is.

Kanttekeningen Ranglijsten zijn leuk om te lezen en kunnen een steuntje zijn bij de zoektocht naar een geschikte business school, maar het is niet verstandig om de keuze alleen daarop te baseren. Al is het maar omdat de samenstellers van de verschillende lijsten allemaal andere criteria hanteren, waardoor een school in het ene overzicht veel hoger of juist lager kan eindigen dan in het andere overzicht. Maar ook andere factoren kunnen de waarde van de rangorde versluieren. Zo geven de meeste lijsten alleen de waardering weer voor de fulltime MBA-opleidingen. Dat zegt nog niets over de kwaliteit van de parttime variant of de keur aan afgeleide cursussen die iedere business school tegenwoordig naast de volledige MBA-opleiding aanbiedt.

Wat de ranglijsten van bladen als bijvoorbeeld Forbes en Business Week ook vertekent, is het feit dat zij alleen naar Amerikaanse MBA-programma's kijken. Voor Europese en Aziatische studenten die in hun eigen werelddeel een MBA willen halen, zijn die overzichten daarom minder relevant.

Kiezen Wie een MBA-opleiding wil gaan doen, doet er natuurlijk verstandig aan eerst eens te kijken welke scholen een goede reputatie hebben. Maar daarnaast gelden voor iedereen nog andere argumenten: bij de ene student speelt de prijs of het tijdsbeslag een heel belangrijke rol, terwijl de ander vooral waarde hecht aan het niveau van de leraren of aan de – internationale – samenstelling van de klas. Op de site www.mbainfo.com is een uitgebreide checklist te vinden met aspecten die de keuze voor een MBA-aanbieder kunnen beïnvloeden. Op diezelfde site is ook een overzicht te vinden van de `kale' ranglijsten (dus zonder begeleidende toelichting) zoals ze door onder andere de Financial Times, The Wall Street Journal, Forbes, Business Week, Asia Inc en Canadian Business worden gepubliceerd.

DE WEEK

Struisvogels

in de woestijn. De OPEC heeft tegen ieders verwachting in besloten om de productiequota te verhogen, hoewel de olieprijs sinds maart met bijna 30 procent is gedaald. Er wordt door ons veel meer olie geproduceerd dan wij met onszelf hebben afgesproken, zegt het oliekartel, en daarom verhogen we maar de productiequota: het verschil zal zodoende kleiner worden. Ga weg.

Volgens de OPEC

zal bovendien de feitelijke productie dalen, waardoor het verschil nog kleiner wordt. Waarom dat zal gebeuren is hogere kartelwiskunde. Nu de OPEC toegeeft dat de leden elkaar voorliegen en zij die praktijk achteraf goedkeurt door de quota aan te passen, zal dat een aanmoediging zijn om elkaar te blijven voorliegen. Demasqué van de OPEC? Of de laatste stuiptrekking nu het Iraakse oliepotentieel vrijkomt en een bom onder het oliekartel legt?

Twee Russische

oliemaatschappijen lopen daar al op vooruit. Zij fuseren tot de nummer vier van de wereld qua productie en oliereserves. Consolidatie om te overleven nu er structurele overcapaciteit dreigt?

Al probeert het Kremlin tijd te rekken door de opheffing van de VN-sancties tegen Irak tegen te houden, waardoor de Iraakse olieproductie gemuilkorfd zou blijven. Net als Frankrijk dat doet, al heet het op z'n Frans `opschorting'. Terwijl beide landen voorstander van de opheffing waren toen Saddam nog aan de macht was. Maar toen deden beide landen goede zaken met de dictator.

Dat de Verenigde Staten nu op hun beurt tegen Frankrijk strafsancties willen, zal dan ook zijn om het Franse verzet te breken. Olie is geopolitiek.

De vijf grote

Duitse banken willen hun goede leningen in een joint venture onderbrengen, die dan de leningen als obligaties moet doorverkopen. Dankzij een nieuwe belastingmaatregel levert dat de banken straks een mooie belastingvrije rentebron op. Dat zou de banken meer armslag moeten geven om nieuwe kredieten te verlenen aan de Mittelstand, de ruggengraat van de Duitse economie, hoewel juist die sector hard door de Duitse recessie is getroffen en de banken met een berg aan slechte leningen heeft opgezadeld.

Het lijkt op een `Japanse' maatregel: een maatregel die de wezenlijke problemen van de Duitse economie niet aanpakt. Waarmee Duitsland niet alleen qua problemen, maar ook qua aanpak nu gelijkenis met Japan begint te vertonen.

In Nederland

steken struisvogels hun kop op een andere manier in het zand. Daar bezuinigen CDA, VVD en LPF op justitie, waardoor het OM mankracht tekort komt om bijvoorbeeld lieden die handelen met voorkennis voor de rechter te slepen.

Of nemen de NS een spoorwegnet in Engeland over, dat daar in de volksmond `miseryrail' wordt genoemd. Continuïteit gewaarborgd.

En waar die

struisvogels hun kop insteken? Onder de grond is het in dit land nog minder pluis dan boven de grond. Uit een geheim overheidsrapport blijkt dat daar een onontwarbare kluwen aan pijpen, leidingen en kabels ligt die zo gevaarlijk is, dat het volgens sommigen solliciteren naar `de grote klapper' is.

Boven de grond

wordt het ook almaar voller. Zeven van de tien Turken halen hun partner uit het land van herkomst. Voor Marokkanen geldt dat vrijwel net zo. Alsof er in Nederland niks te halen valt.

Nog steeds

verboden vooroverleg in de bouw? Welnee, misverstand, zegt de heer Elco Brinkman van de bouwwerkgevers. Ja hoor, wel vooroverleg, zegt aannemer Heijmans.

De heer Brinkman begint steeds meer op een begraafplaatsdirecteur te lijken: veel mensen onder hem, maar niemand meer die naar hem luistert.

Een ziekenhuis

in Rotterdam heeft ontdekt dat een patiënt op een éénpersoonskamer beter geneest dan op een zaal. Zo'n kamer kost wel meer, maar dat verdient het ziekenhuis dubbel en dwars op de overige kosten terug.

Explosief stijgen de kosten in de gezondheidszorg. Waarom wordt er geen parlementaire enquête gehouden over de vele miljarden die onder Paars in de collectieve sector letterlijk zijn verdampt? Zeker toch de PvdA zou er een eer in moeten stellen de collectieve sector à la Drees te beheren? Struisvogels pur sang?

Antisemitisme

In het artikel `Het morele krediet raakt op' (Boeken, 11.04.03) besprak Ido de Haan mijn boek `Het is allemaal de schuld van Joden... en Amerikanen!', samen met twee andere publicaties. Hij schuift mij `paranoïde analyses van het complot dat tegen Israël en de joden wordt gesmeed' in de schoenen. Mijn boek levert juist kritiek op anderen die in samenzweringstheorieën geloven. De titel van het boek staat niet voor niets tussen aanhalingstekens. Mijn kritiek op de samenzweringsideologen was mede gebaseerd op een gedegen bijdrage van Midden-Oostenkenner Barry Rubin over anti-Amerikanisme in de Arabische wereld in het blad Foreign Affairs. Ik geloof zelf helemaal niet in samenzweringen, wel in fenomenen als antisemitisme en anti-Amerikanisme. Velen die tegen Amerika of de joden zijn hanteren daarentegen wel de nodige samenzweringstheorieën. En juist die heb ik uitvoerig gekritiseerd (bijvoorbeeld de theorie die beweert dat de Mossad en de CIA achter `11 september' zaten).

Verder kan mijn boek niet even worden afgedaan als `één lange aanklacht tegen het verrraad van Israël'. Ik heb forse kritiek op het nederzettingenbeleid van Sharon, spreek de hoop uit dat er een gematigde Israëlische regering komt en voer tevens een krachtig pleidooi voor Abu Mazen als Palestijnse leider van de toekomst. Tenslotte, mijn boek bestaat voor driekwart uit citaten uit gedegen (en deels Arabische) bronnen, meer dan eens ook uit NRC Handelsblad. Eén van die citaten ging over Willem Oltmans wiens in mijn boek besproken geschriften (in enkele daarvan typeert hij Bin Laden als vrijheidsstrijder) de recensent kennelijk nooit heeft gelezen.