Madonna

De nieuwe Madonna is een ontstellend armoedige cd. Afgezet tegen Ray Of Light en Music, de voorlaatste episodes in een bij vlagen briljante popcarrière, mist American Life bevlogenheid en de gouden greep bij het personeel dat Madonna Veronica Louise Ciccone in betere tijden voor haar karretje wist te spannen.

Na Jellybean Benitez (Holiday), Reggie Lucas (Borderline), Nile Rodgers (Like a virgin), Patrick Leonard (Like a prayer), Shep Pettibone (Vogue) en William Orbit (Ray of light) leek het of ze met Mirwais Ahmadzaï (Music) opnieuw een meedenkend producer had gevonden, die haar in het middelpunt van relevante popstromingen wist te positioneren. Des te teleurstellender is het dat Mirwais alle gelegenheid krijgt om zijn elektronische foefjes nog eens dunnetjes over een heel album uit te spreiden. De stop-starteffecten, de hakkelende akoestische-gitaarsamples, de vocoderstemmen en de kille computerritmes klinken dit keer als een afgestompt automatisme.

Na de controverse rond haar teruggetrokken videoclip, die te schokkend zou zijn voor familieleden van soldaten in de Golf, zoekt Madonna in haar teksten de shock value van een tirade tegen de leegte van het sterrenbestaan (Hollywood) en de naweeën van haar ongelukkige jeugd (Mother and father, gezongen met een belachelijk Calimerostemmetje). Zelfs de aardige liefdesballade Nothing fails klinkt als een fletse echo van liedjes die ze al ontelbare malen beter heeft gedaan. American Life zeurt en dreint, als het zinloze hobbyproject van een verveelde miljonairsvrouw.

Madonna: American Life (Maverick/Warner Bros)