Barsten in pantser

China's aanvankelijke stilzwijgen heeft vrijwel zeker vreselijke gevolgen gehad. Als de ziekte in een eerder stadium openlijk was geïdentificeerd, als de slachtoffers waren geïsoleerd en de mensen uit hun omgeving in quarantaine waren geplaatst, had SARS zich misschien niet verbreidt, noch in China noch elders. De nalatigheid van China heeft wereldwijd misschien wel 3500 ziekenhuisopnamen en tientallen doden veroorzaakt, om maar te zwijgen van de economische schade op grote schaal. Erger nog: ze kan hebben bewerkstelligd dat de ziekte een blijvend verschijnsel wordt. Nog steeds is het moeilijk om inlichtingen te krijgen over de vroegste verbreiding van de ziekte; volgens westerse epidemiologen belemmert dit de inspanningen om SARS te doorgronden en een geneesmiddel te vinden. Maar of de Chinezen het nu prettig vinden of niet, er zal informatie aan het licht blijven komen. Net als straling kennen virussen geen politieke grenzen. [...]

Dat neemt niet weg dat deze crisis zeer onthullend is over de huidige merkwaardige politieke situatie in China. Hoewel de Chinezen in principe geen vrije toegang tot informatie hebben, lijken zij uit buitenlandse bronnen van de ziekte te hebben gehoord; men begon al mondkapjes te dragen voordat de overheid daartoe opdracht had gegeven. En hoewel de Chinese autoriteiten in theorie met één stem spreken, heeft een kleine groep Chinese artsen openlijk de officiële verklaringen van de overheid weergesproken. Met andere woorden: China's totalitaire pantser vertoont meer barsten dan de Chinezen, en zelfs sommige Amerikanen, willen toegeven. De schade die de heimelijkheid in het geval van SARS heeft aangericht, maakt duidelijk hoe belangrijk het is om op alle mogelijke manieren bij China te blijven aandringen op meer openheid

(Commentaar in de Washington Post)