Tweede vreemde taal 1

De ambassadeurs van Frankrijk en Duitsland pleiten voor goed onderwijs in Nederland in een tweede vreemde taal (NRC Handelsblad, 10 april). Zij stellen onder meer: ,,Bij gebrek aan kennis van de buurtalen houdt de communicatie snel op. De lingua franca Engels helpt niet verder. Zij kan alleen een hulpmiddel zijn, maar blijft voor Nederlanders, Fransen en Duitsers een derde (?) taal.''

Deze zinsnede raakt de kern van de zaak. Voor veel Nederlanders is het Engels een tweede taal, die zij gebruiken om op voet van gelijkheid te praten met Duitsers en Fransen. Voor hen is het Engels ook een tweede taal. Dat is belangrijk, omdat vrijwel niemand zo vloeiend spreekt in een tweede taal als in zijn/haar eerste (moeder-) taal.

De ambassadeurs gaan verder: ,,Waarom via een derde taal (zij bedoelen het Engels) met elkaar communiceren als we in onze gezamenlijke talen veel directer met elkaar zouden kunnen omgaan?'' Alsof we gezamenlijke talen hebben. Die hebben we niet. Praten in het Frans met Fransen, of met Duitsers in het Duits zal voor een Nederlander altijd een zekere achterstand betekenen. Wanneer beiden in het Engels met elkaar praten, zal dit gebeuren in een tweede taal voor beiden. Dat maakt dat beide gesprekspartners meer gelijkwaardig zijn.

Ik pleit voor een krachtige stimulans voor onderwijs in het Engels als tweede taal in het Franse en Duitse onderwijs systeem, zonder overigens te willen beknotten in het onderwijs in het Nederlands in grensgebieden, maar dan wel als derde taal.