Saddams partij regeerde met angst, én geld

De boekhouders van het regime waren nauwgezet. Uitbetalingen aan stammenleiders, aandelen voor juichende menigten, lange lijsten van bonussen betaald aan partijleden, rapportages over verdachte gezinnen en pro-Iraanse `verraders': in de Moeder van Alle Veldslagen-afdeling van de Ba'athpartij in Basra werd alles opgeschreven.

Geen detail was te klein om aan de aandacht van de partij te ontsnappen – van het verzekeren dat vrouwen op kwamen dagen bij de militaire parades tot de plaatsing van machinegeweren om gebouwen te beschermen. Zelfs de slechte staat van kaas die aan studenten in een paramilitaire groepering werd gegeven, lag binnen de reikwijdte van de partij.

Toen de Britse troepen vorige week Basra innamen, vonden ze deze documenten, en duizenden soortgelijken in het verder geplunderde partijkantoor. De documenten, bekeken en vertaald, laten een minutieus beeld zien van het partijleven onder een dictatuur - details die niet bekend waren voor de val van het regime van Saddam Hussein.

Tientallen gesprekken in Basra, met Ba'athpartijleden, oud-leden en gewone inwoners wier leven door de beslissingen van de partij werden beïnvloed, helpen uit te leggen wat deze geheimzinnige bureaucratie betekende voor het dagelijkse leven: kinderen werden aangemoedigd om over hun ouders te praten; functionarissen werden gearresteerd en gemarteld en vervolgens terug naar hun werk gestuurd; ambitieuze studenten die zich bij de partij aansloten, geloofden niet dat het meer was dan een gereedschap voor verrijking.

De documenten tonen een portret van een regime dat regeerde met twee middelen: angst en geld. De angst dat de partij alles en iedereen nauwlettend in de gaten hield en de arrestaties van alle opponenten beval, die martelingen en meer platfloerse manieren van dwang gebruikte, als het onthouden van werk en hoger onderwijs.

Het geld was voor iedereen die samenwerkte met het systeem. Elke vakantiedag of speciale gelegenheid, kregen de lievelingen van het regime een aalmoes. Op 20 februari 2002 nam de Basra-afdeling 44 miljoen dinar (15.000 euro) mee uit Bagdad en gaf 5 miljoen dinar aan tien mensen. Voor de Eid, het islamitische offerfeest, werden bonussen van 5.000 tot 200.000 dinar gegeven; de lijst met ontvangers is vijf pagina's lang.

De documenten die achter werden gelaten, laten ook dat zien. Ondanks de slogan `Een Arabische natie, een eeuwigdurende boodschap' als briefhoofd, is er weinig ideologische inhoud in de papieren die verder gaat dan de officiële verering van Saddam.

,,We moesten meewerken'', zei Yakthem Hussein, een politieagent die enkele weken geleden nog mensen arresteerde. ,,Iedere werknemer in Irak, zelfs studenten, zaten bij de partij. Het was een bevel, maar we geloofden niet.''

© Washington Post