Spring en geloof

Met zijn roman `Het leven van Pi' won schrijver Yann Martel de 34ste Man Booker Prize. Pi is hindoe, moslim én christen. `Zelf ben ik katholiek. Zo ben ik toevallig opgegroeid.'

`Het is mijn tweede keer in Amsterdam'', zegt Yann Martel als ik hem aantref in zijn hotel. ,,Denkt u dat we een stukje kunnen gaan varen? Niet met een toeristenboot, maar op zo'n klein bootje?'' Het water lokt. De Canadese schrijver is enkele dagen op bezoek in Nederland ter gelegenheid van de verschijning van Het leven van Pi, de Nederlandse vertaling van Life of Pi. Daarin vertelt hij over een zestienjarige Indiase jongen die een schipbreuk overleeft en vervolgens 227 dagen in een sloep op de oceaan dobbert met een hyena, een zebra, de orang-oetan Orange Juice en de Bengaalse tijger Richard Parker.

Yann Martel wil graag naar buiten. Hij heeft genoeg binnen gezeten, door al dat reizen. Nog geen maand geleden was hij drie weken in Duitsland, vertrok vervolgens enkele dagen naar Noorwegen, ging daarna een paar dagen naar Hongkong voor een literair festival, en vanochtend kwam hij uit Antwerpen. En binnenkort gaat hij naar Zweden, IJsland, Finland en Spanje – allemaal ter promotie van zijn boek. De afgelopen vijf maanden woonde hij in Berlijn, waar hij als gastdocent een cursus verzorgde over dieren in de literatuur. Met zijn studenten las hij onder meer het Oude en het Nieuwe Testament, Shakespeare, Kafka en Coetzee en uiteraard zijn eigen boek. ,,Dankzij mijn boek ben ik ineens een specialist. Ze noemden me zelfs professor'', grinnikt Martel, terwijl we de koelte van het hotel inruilen voor een terrasje in de zon. Martel wil een rookvrije plaats. ,,Ik krijg hoofdpijn van roken. Ik drink geen koffie en geen alcohol, ben vegetarisch, en doe elke dag mijn yoga-oefeningen. Maar u vergist zich als u denkt dat ik een ascetisch persoon ben. Asceten maken zich los van het wereldse. Ik hou van het leven.''

Toegegeven, zo ziet hij er ook uit: als iemand die blaakt van levenslust. Martel is een knappe verschijning, klein van stuk, met een wilde bos donkere krullen en nieuwsgierige ogen – een aantal passerende vrouwen zal gedurende het gesprek steels naar hem omkijken. Maar slechts af en toe onderbreekt de geconcentreerde schrijver zijn waterval aan woorden om de paarse tulpen op de tafel te bewonderen of enkele opvallende verschijningen die het terras passeren. ,,Is dit echt downtown Amsterdam? De multiculturele stad bij uitstek?'' wil hij weten. ,,Er wandelen alleen maar witte mensen voorbij! Toronto, dat is pas echt een smeltkroes.'' Het is de stad waar hij zich, als zoon van Canadese ouders, het meeste thuis voelt. Martel werd geboren in Spanje, in 1963, maar omdat zijn vader diplomaat was – de dichter Emile Martel, die Het leven van Pi in het Frans zal vertalen – bestond zijn leven uit een lange reeks migraties. Hij verhuisde op zijn derde naar Costa Rica en bracht zijn jeugd onder andere door in Frankrijk, Mexico, Alaska en Canada. Als volwassene reisde hij veel, naar Iran, Turkije en India.

Yann Martel debuteerde in 1993 met de verhalenbundel The Facts Behind the Helsinki Roccamatios. Daarna volgde zijn bizarre semi-autobiografische roman Self (1996), over de woelige seksuele volwassenwording van een jongen, die halverwege de roman plotseling verandert in een lesbische vrouw. Met Het leven van Pi won Yann Martel de 34ste Man Booker Prize, de belangrijkste literaire prijs van het Britse Gemenebest. Niet alleen was hij een verrassende winnaar – niemand had ooit van hem gehoord – ook heeft de roman een opmerkelijke inzet. `Dit verhaal zal u in God doen geloven', meent Piscine Molitor Patel, de hoofdpersoon van de roman. Pi is hindoe, moslim én christen. Niet omdat hij niet kan kiezen, maar om de verbeeldingsrijke, bizarre verhalen die erbij horen. Hij bewondert de heilige olifanten in het hindoeïsme, de moslims die zich dubbelklappen in een ongemakkelijke yogahouding om te bidden en hij verbaast zich over de snelle schepping in zeven dagen in het christendom. Door de lichte toon en de subtiele humor ervaren we de levensfilosofie van de jonge Pi niet als evangeliserende poging om de lezer te bekeren, maar eerder als een bijzondere, literaire en verrijkende kijk op de wereld. Pi noteert met de prachtigste precisie de verschillende geluiden van de tijger, de soorten lucht die hij ziet, alle geuren en kleuren van de zeeën die hij waarneemt.

Moby Dick

,,Ik was in 1997 in India, ik was 34 jaar oud, had twee boeken geschreven die niemand wilde kopen, ik had geen werk en was uitgeblust en depressief'', vertelt Martel. ,,Ik zocht naar een verhaal. Toen schoot mij een recensie te binnen die ik ooit had gelezen, van een Braziliaanse auteur, over een jongen die met een panter op een boot terecht komt. Toen wist ik dat ik een verhaal wilde schrijven over een jongen met dieren, in precies honderd hoofdstukken. Ik bezocht verschillende dierentuinen in Zuid-India, in Madras en Pondicherry, nam er foto's en sprak met dierentuineigenaren. Terug in Canada las ik wetenschappelijke boeken uit de zoölogie, religieuze werken – de Koran, de Bijbel en de Ramayana – en beroemde overlevingsverhalen op zee uit de literatuur als Robinson Crusoe, The Old Man and the Sea en Moby Dick. En zo werd Piscine Molitor Patel geboren.''

Piscine Molitor Patel is een opmerkelijke naam voor een personage. ,,Pi is door zijn ouders vernoemd naar het mooiste zwembad in Parijs. Omdat zijn naam als `Pissing' wordt uitgesproken, wordt hij op school gepest. Hij verandert zijn naam daarom in het wiskundige getal `pi'. In de wiskunde is pi een bijzonder getal, oneindig, zonder patroon, zonder logica. Toch wordt dat irrationele getal voortdurend door wetenschappers gebruikt om tot rationele conclusies over de wereld te komen. Het getal pi heeft weer met dat zwembad te maken. Een zwembad is een rechthoekige bak met water. Water heeft geen vorm en is oncontroleerbaar, maar in een zwembad wordt een bepaald volume bijeengehouden, opdat wij het water kunnen beheersen. De oceaan, de plek waar Pi terechtkomt, is echter een grenzeloze ruimte aan water. Misschien dat mensen het personage Pi, met zijn irrationele naam, zullen inzetten om betekenis te geven aan hun vormeloze wereld.''

Om te overleven op volle zee, maakt Pi niet alleen gebruik van zijn zoölogische kennis, hij bidt ook vijf keer per dag. Gaan religie en wetenschap zo goed samen? ,,Er hoeft geen tegenspraak tussen geloof en weten te zijn. Kijk maar naar de geschiedenis. Wetenschap vloeide natuurlijk voort uit religie. `Kijk naar de wind, kijk naar de bloemen!' zei men in de Middeleeuwen. `Het is allemaal Gods werk en we moeten dat werk analyseren.' In mijn boek zit een scène waarin meneer Kumar samen met Pi naar een zebra kijkt. Hij geeft eerst de wetenschappelijke naam van het dier: Equus burchelli boehmi. Dan zegt hij: `Allahu akbar', God is groot. Pi zegt dan: `Mooi, hè.' De zebra roept verwondering op en die proberen ze onder woorden te brengen. Religie betekent geen ontkenning van de feiten. Als je christen bent, denk je niet dat je over water kan lopen. De werkelijkheid wil geïnterpreteerd worden, dus je kan beter de rijkste, mooiste interpretatie kiezen.''

Pi is multi-religieus en ziet niet in wat daar bezwaarlijk aan zou zijn. Dat is opmerkelijk in een tijd waarin religies niet bepaald vredelievend naast elkaar bestaan. ,,Mijn boek is een pleidooi voor tolerantie en openheid. Het leven van Pi verscheen op 11 september 2001. Op 10 september was ik in New York, op bezoek bij mijn Amerikaanse uitgever. Omdat mijn Canadese uitgever de volgende dag een feestje zou geven, zou ik 's middags terugvliegen naar Toronto. Mijn vlucht werd afgelast, omdat er een hagelstorm was, maar ik kon diezelfde avond nog weg. Toen ik aankwam, ben ik meteen mijn bed ingedoken. De volgende dag werd ik wakker en dacht: Ah! Dit is een belangrijke dag! Mijn boek komt uit! Ik holde naar beneden en zag tot mijn stomme verbazing dat iedereen in de hotellobby televisie zat te kijken. De eerste toren was zojuist ingestort. Natuurlijk overschaduwden de gebeurtenissen van die dag de publicatie van mijn boek. Maar ik vond het niet erg, eerder een wonderlijk toeval. Ik zag mijn boek als een kleine positieve tegendaad, juist op die dag. De islam staat nu te boek als de meest vrouwonvriendelijke religie, maar men vergeet dat het ook de minst racistische en meest egalitaire onder de religies is.''

Is Pi niet wat naïef in zijn wereldbeeld? ,,Pi is alleen naïef als je hem bekijkt vanuit een seculier westers perspectief. Religies sluiten elkaar niet uit. Dat is misschien een Indiase gedachte, en ik beschouw mijn boek in zekere zin ook als een heel Indiaas boek. Ik denk dat het geen toeval is dat Pi een Indiaas jongetje is. Juist omdat hij is opgegroeid met het hindoeïsme vindt hij ook toegang tot de andere religies. Het hindoeïsme is een verbazingwekkende open en diverse religie; het kent geen centrale orthodoxie of praktijk.''

Op de laatste bladzijden ontmoet Pi twee ambtenaren die zijn overlevingsverhaal ongeloofwaardig vinden. Dan vertelt hij een ander verhaal, ditmaal een met mensen erin. `Maar u mist het betere verhaal', voegt Pi daaraan toe. Wat bedoelt Martel daarmee? ,,De seculiere lezer zal zeggen: ah, ik snap het! Ik heb eigenlijk een verhaal gelezen over een jongetje dat de gruwelijke werkelijkheid – het verlies van zijn ouders – ondraaglijk vindt en daarom een ongeloofwaardig verhaalt verzint over een tijger en een zebra. Politieke lezers zullen zeggen: ah, ik snap het! Het is een allegorie! Maar de religieuze respons zal zijn: dit verhaal is gewoonweg beter, mooier en simpeler. Het is géén allegorie. Maar je moet wel dan wel bereid zijn om je over te geven.''

Hoe verhouden religie en verbeelding zich tot elkaar in Het leven van Pi? ,,Er zijn drie thema's in mijn boek. Ten eerste zeg ik: het leven is een verhaal. Ten tweede kun je je verhaal kiezen. Ten derde: het betere verhaal heeft een God erin. Daarmee bedoel ik dat geloven je leven rijker maakt. En de verbeelding ook. In het westen behoort de verbeelding toe aan twee groepen: kunstenaars en kinderen. Creativiteit, het plezier van het scheppen, staat te boek als `kinderlijk'. Het is bijvoorbeeld opmerkelijk dat, wanneer ik met journalisten praat, ik later lees dat ze me karakteriseren als `kinderlijk'. In de westerse samenleving behoort de verbeelding óf toe aan de kinderen, die nog in de kerstman geloven óf, als het volwassenen zijn, tot vermaak: boeken en films. In India is het mixen van verhaal en werkelijkheid iets van het alledaagse leven. Westerse mensen zijn op hun hoede voor verhalen. Want het werkelijk meegaan in een verhaal kent een moment van zelfverlies. Je maakt een `leap of faith'. Religie en literatuur werken op dezelfde manier. Voor alle duidelijkheid: ik zeg hiermee niet dat religie `zomaar een verhaal' is, maar dat we het leven begrijpen dankzij verhalen. De overgave die nodig is om daarin te kunnen geloven, is voor de westerse mens moeilijker.''

Hoe komt dat? ,,Religie is verdacht. De georganiseerde religie heeft te veel fouten gemaakt, en zich vaak seksistisch, patriarchaal en antiwetenschappelijk opgesteld. Toch wil ik de schoonheid van geloven blijven zien. Zelf ben ik katholiek, en dat is niet omdat ik dit geloof beter acht dan anderen. Geloof is een sociaal gegeven, en zo ben ik toevallig opgegroeid.''

Genezen

Martel schreef eerder Self, een aanzienlijk experimenteler boek dan Het leven van Pi. Waarom liet hij de hoofdpersoon van geslacht veranderen? ,,Ik kijk met gemengde gevoelens terug op Self. Self ontstond in een tijd toen ik seksueel verward was. Ik wilde weten hoe het kon dat sommige mensen overtuigde hardcore heteroseksuelen zijn, zoals mijn vader, of geboren homoseksuelen, terwijl anderen twijfelen. Ook ontdekte ik tot mijn schrik dat ik in sommige opzichten seksistisch was. Dat klinkt fucking politically correct, maar toch was het zo. Het ging om kleine dingen. Ik las in een boek dat mannen vaak vrouwen onderbreken. Deed ik voortdurend. Om mezelf te genezen ging ik mij in de vrouw verplaatsen. Ik stelde me voor dat ik borsten had, een vagina en een baarmoeder. Ik vind het nog altijd goed dat ik een boek heb geschreven waarin een vrouw gedetailleerd haar menstruatie beschrijft. Want niemand schrijft daarover: vrouwen niet, mannen al helemaal niet. Ik las allerlei klassiekers van het feminisme: van Virginia Woolfs Orlando tot De Beauvoirs De tweede sekse. En ik las alles over verkrachting. Ik wilde een verkrachtingsscène schrijven waarin het onmogelijk was om er plezier op te projecteren. Pijn en angst, dat wilde ik overbrengen. Ook over die scène ben ik tevreden, maar ik ben niet tevreden met de toon van het boek als geheel. Het mist de lichtheid en de humor die Het leven van Pi wel heeft.''

Turbulent

Self bestaat, net als Pi, uit twee verhalen. Het eerste hoofdstuk van Self is 329 bladzijden lang, en verhaalt over het turbulente liefdesleven van de hoofdfiguur. Het tweede hoofdstuk is vier regels. Daarin wordt de autobiografie beperkt tot de kale feiten: leeftijd, kleur haar en nationaliteit. Wil Martel daarmee tegen zeggen: u mag voor de feiten gaan, maar dan mist u het betere verhaal? ,,In zekere zin wel. Maar het verhaal met alleen maar de feiten laat ook een vraag open: namelijk de sekse van de verteller. Er zijn overigens meer parallellen tussen Self en Het leven van Pi. De hoofdpersoon in Self noemt zich eerst een atheïst. Maar hij/zij komt in aanraking met de literatuur en de bijbel, en dan geeft hij/zij zich langzaam over.''

Twee weken na de toekenning van de Man Booker Prize (goed voor vijftigduizend pond plus stijgende oplagecijfers) ontstond er een rel rondom Het leven van Pi. Martel zou de novelle Max e os felinos (1981) van de Braziliaanse schrijver Moacyr Scliar geplagieerd hebben. ,,Als schrijver van plagiaat beschuldigd worden is als een man van seksuele intimidatie beschuldigd worden. De beschuldiging werd de wereld ingeworpen door een journalist die mij vroeg hoe mijn boek was ontstaan. Ik schreef een artikel voor een website waarin ik zei dat een boek tot stand komt door drie elementen: invloed, inspiratie en hard werken. Bij `inspiratie' noemde ik een recensie van het boek van Scliar die ik ooit, meer dan tien jaar geleden, meende gelezen te hebben van de hand van John Updike in de New York Review of Books. Die recensie bleek niet te bestaan. Toen dachten mensen dat ik iets te verbergen had. Maar zeg nou zelf, als ik iets te verbergen had, zou ik dan zo'n beroemde schrijver en zo'n grote krant genoemd hebben? Ik ben geen Amerikaan, ik heb de New York Times Book Review met de New York Review of Books verward, en misschien ooit iets anders van John Updike gelezen. Ik schreef in datzelfde stuk ook dat ik een tijdje naar Scliars boek heb gezocht, maar het eigenlijk niet zo erg vond dat ik het boek niet kon vinden. Want wat als een briljant idee verpest werd door een mindere schrijver? Of het omgekeerde: wat als de recensent, die negatief over het boek oordeelde, geen gelijk had en het een briljant idee was dat briljant was uitgevoerd? Ze rukten mijn zin uit hun verband en zwaaiden ermee voor de neus van Scliar. `U wordt door Martel geplagieerd en vervolgens een mindere schrijver genoemd!' Natuurlijk was hij boos. Scliar en ik hebben elkaar inmiddels twee keer ontmoet en we hebben elkaars boek gelezen. Iedereen kan zien hoe verschillend ze zijn. In zijn boek lijdt een joodse jongen schipbreuk en verblijft hij samen met een panter in een sloep op de oceaan, maar slechts 16 pagina's lang. Zijn verhaal is een allegorie over de Braziliaanse dictatuur tussen 1964 en 1985. Het is een typisch Latijns-Amerikaans boek in de traditie van het magisch-realisme.''

Martels boek verschijnt in 36 talen. Hij heeft een grote groep lezers bereikt, krijgt lovende recensies en won de Booker Prize. Wat wil hij nog meer? ,,Een grote prijs winnen is fantastisch. Mijn ouders zijn trots en ik heb wereldwijd lezers gekregen. Maar ik schrijf niet `to get your money for nothing and your chicks for free'. Mijn leven is na het winnen van de prijs vooral in kwantitatief opzicht veranderd, niet in kwalitatief opzicht. Ik krijg ineens veel meer post, e-mail en uitnodigingen voor interviews. Een deel van het prijzengeld dat ik met de Man Booker Prijs ontving, investeerde ik in de eerste Amerikaanse Fair Trade Chocolate Company, een `groene' investering dus. Ik geef weinig geld uit. Als ik reis ga ik naar de goedkope landen. Ik rook en drink niet en heb geen auto. Ik heb altijd met anderen samen gewoond. Volgens mij heb ik een prettiger leven dan mensen met grote auto's die zich kapot werken. Natuurlijk is het fijn dat ik me niet meer druk hoef te maken om geld: ik kan al mijn tijd aan schrijven besteden. Ik werk op dit moment aan een fabel over een aap en een ezel. Ah! Weer dieren, zullen mensen zeggen. Vast omdat hij ze lief vindt. Maar dat is niet zo. Ik schrijf over dieren omdat ze interessant zijn voor kunstenaars. Maar u vraagt mij wat ik werkelijk nog wil in dit leven? Simpel. Ik wil kinderen. Mijn leven heeft gefaald als ik geen kinderen krijg. Boeken zijn geweldig, maar het zijn uiteindelijk maar boeken, een zoveelste culturele expressie. Zonder kinderen draait de wereld niet. En wat ik nu wil? Ik wil naar de bloemenmarkt, en als het even kan, met een bootje door de grachten.''

`The Facts Behind the Helsinki Roccamatios' verscheen in Nederlandse vertaling als `De geschiedenis van de Roccamatio's uit Helsinki' bij Meulenhoff, maar is niet meer leverbaar. `Self' kwam uit bij Faber en Faber. `Het verhaal van Pi' (vert. Gerda Baardman en Tjadine Stheeman) verscheen bij uitg. Bert Bakker.