Schrijfster en historica

De schrijfster en historica Elisabeth Keesing, bekend van het boekenweekgeschenk De zalenman (1960) en de historische roman De blinde spinners (1961), is gisteren na een kort ziekbed op 91-jarige leeftijd overleden. Dit heeft haar uitgeverij, Querido, bekendgemaakt.

Elisabeth Keesing werd in 1911 in Amsterdam geboren als oudste dochter van de grondlegger van Keesings Historisch Archief, Isaac Keesing. Ze promoveerde in 1939 in de letteren en vertrok naar Nederlands-Indië, waar ze haar echtgenoot Joop de Jong, die daar al sinds 1937 verbleef, in een Jappenkamp verloor.

In 1951 debuteerde ze als Elisabeth de Jong-Keesing met de novelle Brief aan Sai Poh – nadat ze in de jaren daarvoor de Indische afdeling van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie had opgezet. Daarna werkte ze als lerares op het Amsterdamse Vossiusgymnasium en publiceerde ze onder meer de romans Wennen aan de wereld (1959), Men zoekt nog steeds (1966), En dan zou jij zeggen (1977), Maart is nog ver (1979), Tijd gerekt (1993) en de autobiografie Op de muur (1981).

,,Eigenlijk is alles wat ik geschreven heb, oorlogsverwerking'' zei Keesing in een interview met Het Parool. Daarnaast was ze gefascineerd door China, dat niet alleen onderwerp was van het reisverslag Van Amstel tot Jangtse (1960), maar ook van de poëziebloemlezing Halflachend met de wijzen (1959).

In 1993 kreeg Elisabeth Keesing de Anna Bijnsprijs, die om de twee jaar wordt uitgereikt aan een `vrouwelijke stem in de literatuur'.

De blinde spinners, een historische roman over de twee zoons van Constantijn Huygens, was begin jaren zestig al bekroond met de Literaire Witteprijs.