Designmuseum aan Zuidas

Het eerste Designmuseum van Nederland moet in 2007 openen aan de Zuidas in Amsterdam. Het plan hiervoor, dat onlangs bekend werd gemaakt door projectbureau Zuidas, is geschreven door Reyn van der Lugt in opdracht van de gemeente. De kersverse hoofdconservator van het Nederlands Architectuurinstituut hoopt eind 2003 een haalbaarheidsstudie te hebben afgerond zodat op z'n vroegst medio 2005 begonnen kan worden met de bouw.

Het geplande Designmuseum zal een oppervlakte van zesduizend vierkante meter krijgen. Als locatie is gekozen voor de Beethovenstraat aan de rand van het Beatrixpark. De geschatte bouwkosten van 24 miljoen euro zullen voor de helft worden opgebracht door de gemeente Amsterdam. De andere helft komt voor rekening van het vastgoedconsortium van ING, ABN Amro en de NS. Deze publiek-private samenwerking op museaal niveau is een primeur in Nederland.

Het Designmuseum zal geen eigen collectie opbouwen maar middels allianties met nationale en internationale musea exposities maken. De meerwaarde van het nieuwe museum moet zitten in het feit dat het de eerste instelling zal zijn met vormgeving als kern van het tentoonstellingsbeleid.

Van der Lugt: ,,Wat mij stoort aan Nederlandse musea is dat ze wel vormgeving verzamelen, maar dat ze hun collecties alleen tonen in thematische presentaties. In het Designmuseum zal plaats zijn voor permanente tentoonstellingen.''

Projectbureau Zuidas benadrukt dat het museum moet integreren met de culturele infrastructuur van het nieuwe stadsdeel. De Rietveld Academie, het Sandberg Instituut, veilinghuis Sotheby's, verscheidene galeries en de beeldentuin van het WTC zullen hier deel van uitmaken. Een theater van Van den Ende zit nog in de planfase.

,,Het Designmuseum is een eerste aanzet om de Zuidas tot een volwaardig stadsdeel te maken'', stelt Van der Lugt. ,,Maar hier mag het niet bij blijven. Dit stadsdeel wordt de nieuwe entree tot Amsterdam en daar horen meerdere culturele voorzieningen bij.'' Van der Lugt is door het projectbureau gevraagd ,,nog één, maar waarschijnlijk twee tentoonstellingsvoorzieningen'' te ontwikkelen. Het is `niet ondenkbaar' dat ook hier particuliere bedrijven bijdragen aan de financiering. Eind 2003 zal meer duidelijk zijn over de aard en plaats van die musea.